Lopen doe je ook met je hoofd

Om 2018 wedstrijdgewijs in te zetten trok ik in januari naar de Trèfle à 4-feuilles, in februari naar de Trail des 3-vallées en in maart naar de Trail au Fil du Bocq. Op allerlei vlakken waren dit zeer uiteenlopende wedstrijdervaringen en speelde het mentale aspect een niet te onderschatten rol. In plaats van een klassiek wedstrijdverslag ga ik hier in op dit contrast.

Trèfle à 4-feuilles

Mentaal klaar om te presteren? Het was even geleden, maar voor de Trèfle (42 km) was ik toch enigszins nerveus en stond bij de start dan ook behoorlijk te popelen. Nadeel was dan wel dat er van de voorgenomen behouden start niet veel in huis kwam en ik al tijdens de eerste kilometers in de top-5 liep. Gaandeweg polsend naar welke afstand mijn medelopers liepen, bleek al snel dat zij voor kortere afstanden gingen en ik dus voor de langste afstand op kop liep. Gezien ik nog behoorlijke twijfels had hoe ik de kilometers boven de 30 zou verteren (in training was ik amper in de buurt van 25 km geraakt) werd het kwestie de rest van de wedstrijd gecontroleerd te lopen.

IMG_2813

Zie de goesting!

We lopen door. Eén van de lopers waar ik de eerste lus (van 4) mee samen liep was Jonathan Van Londersele, hij liep 3 lussen en gaf een zeer sterke indruk. Tijdens de 2e lus liet ik me wat uitzakken en kreeg ik gezelschap van Koen Van Roey. Na wat gekeuvel over komende loopplannen werd het stilaan menens en was het kwestie van mijn krachten goed te spreiden. Tijdens de 3e lus liep Koen regelmatig op me uit tijdens de afdalingen, maar in de beklimmingen haalde ik hem -weliswaar naar het einde ervan- terug bij. Dit scenario herhaalde zich een paar keer en ik kreeg er vertrouwen in dat we lus 3 samen zouden uitlopen en maakte me mentaal sterk dat de winst binnen zou zijn als we samen lus 4 aanvatten. Het beste was er echter duidelijk af, maar dat bleek ook bij Koen het geval. Luttele seconden nadat we dat ook met zoveel woorden tegen elkaar zeiden bleek ik stilletjesaan van hem weg te lopen. De passage over een geploegde akker met klevende modder voelde een pak zwaarder aan dan 4 jaar geleden en ook het wedstrijdslot leek langer (was dat echt zo -volgens mijn gps-horloge alvast wel- of liet mijn geheugen me in de steek?). Met deze winst was het jaar alvast goed ingezet.

De evaluatie. Ondanks winst had ik het gevoel dat er toch nog heel veel werk aan de winkel was. Echt vlot liep het allemaal niet, en mijn tijd van 3:17 was nu niet bepaald bijzonder, zeker als je weet dat ik in 2014 3:10 (toen het parcours mogelijks wel een km ofzo korter was) liep en ik erna nog veel verbetering in mijn looptijden realiseerde. Wat er ook van zij, ik had zoiets van “wat koop ik ermee”…

Trail des 3-vallées

Mentaal klaar om te presteren? Van nerveusheid was er voor de 3-vallées veel minder sprake, al was de goesting om er in de sneeuw te lopen wel zeer groot. Metaal fris was ik evenmin, het leek alsof ik de werkstress op die vroege zaterdagochtend nog niet van me af had kunnen schudden… Ik startte relatief rustig en kon tijdens de eerste beklimming ergens rond de 5e positie meedraaien. In de eerste afdaling raakte ik in de sneeuw en modder echter helemaal niet uit de voeten, had ik het gevoel dat ik ongelooflijk aan het knoeien was en werd ik ingehaald door een man of vier. Objectief gezien nog niets aan de hand, maar in het kopke was het toch al snel van “’t is mijn dag niet”,”de conditie is een stuk minder dan ingeschat”,… En misschien nog het strafste was dat ik op dat moment uit het oog verloor dat -gezien er nog lopers van 2 kortere afstanden meewaren- ik bijna zeker nog in de top-5 liep, en mijn frank pas viel toen ik de uitslagen zag. Op ultra-afstanden kan je je dan nog eens herpakken, maar als je op kortere afstanden zo vroeg het kopke laat hangen staat het in de sterren geschreven dat het gene vetten wordt…

27912721_182652955840703_7911547759088564490_o

Foto: Rudy Bertrand – Op de sukkel

We lopen door. Hoewel de full-on race modus overduidelijk af stond, bleef ik toch comfortabel meedraaien en kon ik aansluiting vinden bij 2 andere lopers. Zij bleken de 21km te doen, maar gezien we nog geen splitsing gepasseerd waren, was dat geen probleem. Met uitzondering van de eerste kilometers liep het parcours grotendeels over onverharde paden, was het verassend gevarieerd en bedekt door een prachtig sneeuwtapijt. Ik heb geen idee of de sneeuw er voor wat tussen zit, maar onbewust moeten we ergens een afslag gemist hebben. We bleven weliswaar markeringslinten zien, maar terwijl we over de weg naar beneden denderden maakte een automobilist ons duidelijk dat we helemaal verkeerd zaten, maar dat er niets anders op zat dan binnen te lopen. Hierdoor kwamen we al na 21 km langs de verkeerde kant over de finish. Maar omdat ik hiervoor niet naar Couvin gekomen was, zette ik snel weer aan om in tegenrichting nog een paar kilometers als training mee te pikken. Aanvankelijk was ik wat uit mijn ritme, maar als ik op de finale lus van de 31 km uitkwam was ik weer aangenaam aan het cruisen. Wanneer ik voor de 2e keer over de finish kwam, had ik 38 km op de teller, wat toch kan tellen als training.

De evaluatie. Het mislopen was natuurlijk balen, maar ik kon er snel vrede mee nemen. Ik had me goed geamuseerd en had er, door het lopen van een extra lus een zeer mooie training van gemaakt waarop ik gaandeweg toch weer mooi snelheid aan het maken was. Dat vlot naar beneden lopen op de langere en steilere stukken een fameus werkpunt is, was nu wel overduidelijk geworden. Een tikkeltje frisser, minder last van blessure en wat meer durf zou wonderen doen!

Trail au Fil du Bocq

Mentaal klaar om te presteren? De 51km van de Trail au Fil du Bocq bleek ook een wedstrijd in lussen te zijn. Door wat tegenslagen tijdens de trainingsopbouw – stevige griep in combinatie met reductie in training na shockwave behandeling – stond ik hier zo mogelijk nog afwachtender aan de start. Doordat er vrij rustig werd gestart zat ik hier toch in de kopgroep die na een paar kilometer al op handen en voeten aan het klimmen was. Niet veel later kwam de eerste verassing toen we lopers die deze beklimming onbewust afgesneden hadden weer aan het bijhalen waren, maar naar het einde van lus 1 waren deze lopers allemaal terug opgeraapt en liep ik weer mee op kop.

29665587_10215490162066870_2545539959305124391_o

Foto: Laurent Germain

We lopen door. In de 2e lus zat een verassende passage door een actieve steengroeve waar ik samen met  Guillaume Deneffe door de modder ploeterde. Ik draaide nog vrij goed mee rond, maar Guillaume was overduidelijk de betere loper en tegen halverwege de 2e lus had hij al enige voorsprong gepakt en liep ik er in 2e positie achter. Bij de drankpost voor de laatste lus, en supporters langs de weg hoorde ik echter dat de voorsprong nog beperkt was, waardoor ik toch stevig door bleef lopen. Rond 40 km maakte ik een eerste foutje door op een recht stuk zonder markering even om te keren om dan te besluiten dat ik toch juist zat. Het noodlot sloeg echter toe rond km 47-48. Ik was op dat moment juist zeer goed op dreef en als ik bij een splitsing kom waarvan de ene afgezet is met een lint ga ik als vanzelf de andere richting uit. Op dit stuk loop ik samen met lopers van een andere afstand en ben constant aan het laveren om ze voorbij te steken. Na een paar kilometer begint het me te dagen dat er iets niet helemaal klopt en vraag ik uiteindelijk aan één van de lopers welke afstand hij loopt en aan hoeveel kilometer hij zit; op 6 van de 16 km zo blijkt (ik ging er van uit dat deze lopers in hun slotkilometers zaten en het parcours daarom even samenkwam). Ik keer maar om en raap al snel andere lopers van de 51 km op die dezelfde fout maakten. Bij de meesten is de goesting om stevig door te lopen hierdoor even weg. Aan de splitsing gekomen maak ik het afsluitlint los in de hoop dat wij hier de laatsten zouden zijn die misliepen en zet de (extra) slotkilometers in. De laatste afdaling die over een veld vol putten loopt kraakt me helemaal, en met 58 kilometer op de teller ben ik hier helemaal klaar met de race.

29694541_1488312404613499_4301228299602421981_n

Foto: CM photographies

De evaluatie. De 2e plaats die ik hier verspeelde was weliswaar bitter, maar het vertrouwen dat ik eind april het Alpine Trailrunning Festival wel zou overleven werd door de extra kilometers groter en dat was op dit moment in mijn training ook van niet te onderschatten waarde. Bovendien was het parcours er hier ook eentje om de vingers van af te likken, zeker een aanrader!

Advertenties

Een gigantische leerschool dus…

Wat een nasleep

Na de Lakeland100 waren mijn beenspieren een paar dagen volledig “leeg”. In verhouding tot de geleverde inspanning had ik echter geen noemenswaardige spierpijn en mijn Achillespezen bleken zelfs minder gehavend dan na andere wedstrijden eerder op het jaar. Zondag, de dag na de wedstrijd, raakte ik met de beste wil van de wereld niet verder dan wat schuifelen. De familiewandeling in Grizedale op maandag voelde dan ook als een hele opgave, maar gaandeweg voelde ik doorheen de week mijn spieren herstellen. Woensdagavond had ik nog wat energie over om een klein verkenningstochtje te maken op het pad achter ons vakantiehuisje. Daarop vertrokken we de dag erna om The Old Man of Coniston te beklimmen, maar tijdens een serieuze plensbui maakten we toch vroegtijdig rechtsomkeer. Met het einde van ons verblijf in het Merendistrict in zicht nam de goesting om zelf wat pieken te verkennen toe, maar het ontbrak me aan energie om dit effectief te doen. Meteen een goeie reden om nog eens terug te keren naar dit fascinerende gebied en me te gaan verdiepen in de Bob Graham Round…

DSC_5611

The day after

Mijn eerste looppassen na de Lakeland100 voelden zeer houterig aan. Na een paar trainingen begon het weer te vlotten, maar als ik langer dan 45 minuten liep, begonnen de bilspieren en heupbuigers fameus te protesteren. Niettemin begon ik plannen te maken voor het najaar en bleef ik proberen om wat langere en snellere trainingen in te lassen. Ondertussen zijn we twee maand verder en zijn de plannen weer opgeborgen. Het opbouwen naar langere trainingen verliep als de processie van Echternach en ook de Achillespezen begonnen weer fameus op te spelen waardoor ik opnieuw een verplichte rustperiode moet inlassen. Stiekem hoop ik op het einde van dit jaar nog eens te kunnen pieken, maar voorlopig is het niet het moment om iets te forceren. Dat geeft me echter wel wat tijd om de opgedane ervaring tijdens de Lakeland100 te overdenken en uit te schrijven.

IMG_2429

Beter wordt het niet.

Mentaal trukenwerk

De belangrijkste factor om een ultratrail tot een goed einde te brengen is zonder discussie een goeie voorbereiding. De realiteit is dat dit qua training (bij mij althans) zelden optimaal verloopt, en voor de voorbereiding op Lakeland100 is dat nog een serieus understatement. Hoewel ik, zeker gezien het herstel achteraf, niemand zou aanraden om met onvoldoende voorbereiding een dergelijke tocht aan te vatten, ben ik nog meer overtuigd geraakt van het belang van een goeie mentale voorbereiding. Nadat ik de klik gemaakt had toch te willen starten, maar zonder competitieve doelen, was ik er (grotendeels onbewust) dagelijks mentaal mee bezig dat het een hele opgave zou worden om te finishen en dat ik voor het eerst eens écht traag moest starten.

Ik slaagde daar effectief in tijdens de wedstrijd, maar heb er meteen ook uit geleerd dat ik voor een dergelijke wedstrijd sowieso niet of nauwelijks sneller zou mogen starten. Al was het maar omdat ik in de buurt van een aantal (eerdere) sub-24u finishers zat, en ik me kan voorstellen dat het sneller afleggen van de 2e wedstrijdhelft een ongelofelijke mentale boost moet geven. Hopelijk lukt het me ooit om dit in de praktijk te brengen als ik beter getraind ben…

Ook de mentale truuk om de hulpposten te vieren en aan run-walking te doen hielp enorm, deze laatste had ik gehoord in deze podcast met Jef Galloway (https://runnersconnect.net/running-interviews/jeff-galloway/). Over podcasts gesproken, het Talk Ultra interview met Tom Withers, de laatste finisher van de Dragons Back race van 2017 (https://iancorless.org/2017/06/15/episode-137-camille-herron-tom-withers-and-tania-hodgkinson/) vormde eveneens een enorme motivatie tijdens deze moeilijke voorbereiding.

Ultraveel eten en drinken?

Ik heb niet exact bijgehouden wat ik precies at en dronk tijdens deze 28,5u, maar kan dit voldoende gedetailleerd reconstrueren om er wat uit te leren en te concluderen waar er nog aan gewerkt moet worden.

Wat drinken betreft liep ik met de Inov-8 Race Ultra Boa. Deze rugzak heeft een (overigens zeer goed zittend, aanpasbaar) reservoir van 2 liter, dat ik tot 1,5 liter vulde. In totaal heb ik de zak 3 keer laten bijvullen, maar telkens was er maar ongeveer de helft uit. Ik dronk m.a.w. om en bij de 3 liter water. Daarnaast dronk ik vanaf de 2e controlepost telkens een beker thee wat (met <0,2l x 15) ook een kleine 3 liter in totaal vormde. Op zich is dit niet overdreven veel, maar ik volgde gewoon mijn dorstgevoel en had ook op geen enkel moment het gevoel dat dit te weinig zou zijn en moest zelfs frequenter plassen dan tijdens eerdere lange ultras. Achteraf gezien was lopen met soft flasks handiger geweest omdat ze sneller bij te vullen zijn, je minder meesleurt en ook goed in de gaten kan houden hoeveel water je nog bijhebt.

Wat eten betreft was de eerste wedstrijdhelft merkelijk anders dan de 2e: de eerste helft at ik op regelmatige tijdstippen een bar of vaste fruitgel, de 2e (weliswaar iets minder intensieve) helft at ik bijna uitsluitend “echt eten” (pasta, stoofpotje) op de hulpposten, terwijl ik tussendoor verschillende uren enkel water dronk. Op een kleine opstoot van hypoglycemie door het eten van een handvol druiven na, ondervond ik geen problemen met beide strategieën en durf ik te stellen dat mijn lichaam bijzonder efficient moet zijn om vetten te verbranden. Om echt op het scherp van de snee te lopen is er allicht nog werk aan de winkel, maar ik vermoed dat het opsporen van voedingsmiddelen die me (onder wedstrijdomstandigheden) een suikercrash kunnen bezorgen belangrijker is dan de hoeveelheid koolhydraten die ik probeer binnen te spelen…

Dit zijn uitsluitend eigen observaties, en ik vrees dat iedere loper op het vlak van eten en drinken zelf moet uitzoeken wat werkt. Maar op één of andere manier komt het er toch op neer om de vetverbranding te maximaliseren en niet met een klotsende maag rond te lopen. Over hoe je dat precies traint durf ik me niet uit te spreken, maar ik durf wel te zeggen dat het consumeren van sportdrank tijdens lange duurlopen niet helpt om je lichaam hierop te trainen en confrontaties met de man met de hamer te vermijden tijdens afstanden boven de 35 km.

En nu…?

Ik begon deze blogpost met het verhaal van mijn moeizame herstel, maar wil toch afsluiten met een korte vooruitblik. De eerste prioriteit is momenteel om naar mijn lichaam te luisteren en niets te forceren. Ik snap er zelf nauwelijks iets van waarom het nu zó moeilijk moet zijn om weer soepel meer dan 12 kilometer te lopen, maar heb er vertrouwen in dat mijn geduld beloond zal worden. Dat blijft een moeilijke evenwichtsoefening, want als het even kan wil ik voor het eind van het jaar nog eens goed vlammen. De Trail de Bruxelles eind deze maand wordt allicht een eerste lange training, en ook de Marathon van Kasterlee zal te vroeg komen om potten te breken, maar wie weet wordt de Trail de Gueules Noires wat? Aan de goesting en plannen zal het in elk geval niet liggen! En naar volgend jaar toe hangt veel ervan af wat de Western States loterij brengt.

Room for failure: DNS or DNF

You’re free to call me crazy… I’ve not been running for a week on doctors order, but I am still considering toeing the line of my biggest challenge ever, the Lakeland100, starting in 2 weeks time. Unless my Achilles’ tendons are getting worse, I really want to start. Meanwhile, my brain is continuously running reality checks: I won’t be racing, will need to run really slow and do a lot of walking, it will be rough and painful, and a DNF (Did Not Finish) is the most likely outcome.

Still I hope to enjoy running in this inspiring setting during the early stages of the race, take it easy during the night, which I may or may not survive (running wise). After that, every next aid station I reach-no matter how slow- will be a victory.

Obviously I’d loved to make this the race of my life, but things turned out otherwise and I still want to move on… forgetting about any competitiveness. But still aiming to go the extra mile, potentially allowing my self to dig deeper than ever, having to account for cut-off times or a second night (if it comes to that), because this is also what ultrarunning is about.

P.S.: Below a video of the race. I expect to be stumbling as bad as some of those guys at some point…