De wonderen zijn de wereld nog niet uit tijdens Lakeland100

[Find the English version of this story here]

In aanloop naar de wedstrijd

Ik deed midden maart een dansje toen ik hoorde dat ik eind juli de Lakeland100 mocht lopen. Ik had mijn zinnen op dit soort lange en ruige wedstrijden gezet. De Lakeland100 is een iconische wedstrijd van 105 mijl (169 km) in het Engelse Merendistrict.

Wist ik toen veel dat mijn voorbereiding volledig in de soep zou lopen. Ik had mijn Achillespezen een jaar min of meer in toom kunnen houden, maar in aanloop van de GTLC op het einde van mei werd het ineens teveel en kwam ook mijn deelname aan de Lavaredo Ultra Trail eind juni in gedrang. In mijn naïviteit dacht ik dat ik het in deze laatste wel zou redden en schoot na het startschot als een pijl weg, om vervolgens compleet in te storten en na een goeie 30 km te stranden. Gelukkig leek ik hiervan wel goed te herstellen, maar een echo leerde me dat mijn pezen er toch erger aan toe waren dan gedacht en ik kreeg een loop-stop voorgeschreven met slechts 3 weken te gaan. Mijn eerste reactie was dat ik de Lakeland100 nu wel op mijn buik kon schrijven en het helemaal geen zin had om hieraan te beginnen, maar het idee om toch te starten bleef me bezighouden. In plaats van het los te laten bereidde ik me mentaal voor om een stuk trager dan gewoonlijk te lopen in de hoop dat dit me verder langs het parcours zou voeren, en wetende dat uitstappen de meest waarschijnlijke uitkomst zou zijn.

Na 12 dagen niet gelopen te hebben deed ik een poging om de benen weer te laten rollen. Het voelde moeizamer dan ervoor, maar verbeterde tijdens daaropvolgende trainingen. Mijn kinesist raadde me echter aan om slechts om de dag te lopen. Met minder dan een week te gaan deed ik een poging om toch eens 10-12 mijl op de weg te lopen. Dit ging redelijk. Gelukkig maar, anders leek het me al zeker een slecht idee om te starten.

De dinsdagavond, 3 dagen voor de wedstrijd, namen we de ferry Zeebrugge-Hull om onze familievakantie in het Merendistrict door te brengen. Onderweg verbleven we eerst 2 dagen in de North Pennines, waar ik al eens op vergelijkbaar terrein kon lopen en er aan kon wennen om een hele dag met doorweekte voeten rond te stappen. Op vrijdag arriveren we ongeveer 2,5u voor de start van de wedstrijd in Coniston. Dat blijkt net voldoende tijd om mijn startnummer op te halen, in te checken in ons vakantiehuisje en terug te keren voor de briefing, die me –doorspekt met anekdotes en Britse humor– meteen in een goeie “lakelandfamily” stemming brengt.

*opgenomen in het boek van Ian Corless: “Running Beyond: Epic Ultra, Trail and Skyrunning Races”

IMG_2347


DE Wedstrijd

Coniston naar Seathwaite: Blij om in beweging te zijn

Ondanks de laatste-uren-stress om in Coniston te geraken, voel ik me behoorlijk op mijn gemak in het startvak en ben ik er ten volle van bewust dat ik hier dadelijk zeer rustig moet starten (in mijn hoofd stelde ik me dit voor als het lopen van een +4h marathon in 2:40 conditie). Toen ik langs mijn vrouw en kinderen liep zat ik nogal verscholen in het peloton en hoorde ik enkel een vage “papa”. Op de eerste geleidelijke klim over de weg schakel ik al snel over naar loop-wandelen, als strategie om zowel energie te sparen als het traag te houden. Na “miners bridge” belanden we al meteen op een heel mooi pad. Ik genoot er met volle teugen van en de miezerregen kon de pret niet bederven. Wanneer het pad overgaat in de bredere Walna Scar Road gaan de hemelsluizen helemaal open en ben ik doorweekt nog voor ik bedacht heb om toch maar mijn regenjasje uit te halen. Gelukkig blijft mijn merino T-shirt de hele tijd comfortabel. De afdaling naar Seathwaite was meteen een volgende loop-test. Het voelde allemaal wat moeizaam aan en ook hier schakel ik over op loop-wandelen om zo mijn benen te sparen op de moeilijkere stukken. Over het algemeen leken mijn pezen dit wel aan te kunnen en voelde ik slechts hier en daar een klein pijntje (o.a aan mijn linker scheenbeenvlies).

IMG_2418

 Seathwaite naar Wasdale Head: Checkpoint fun

Ik had een lijstje gemaakt van (potentiële) zaken om op de verzorgingsposten af te vinken, maar voelde me zo goed dat ik me beperkte tot het weggrissen van een kleinigheid om te eten en het maken van een  “celebration selfie”. Het terrein naar het volgende checkpoint was behoorlijk drassig, en zorgde al snel voor doorweekte voeten, maar opnieuw leek alles nog te houden en genoot ik van het spectaculaire uitzicht. Terwijl ik stilaan mijn plaats in de wedstrijd vind en het veld al behoorlijk is uitgespreid krijg ik de gelegenheid om af en toe een gezellig babbeltje te slaan. De meerderheid van de deelnemers rondom mij lijken Lakeland veteranen te zijn, waardoor ik hen kan uithoren over wat volgt en hun ervaring met fell running**.

Als ik in Boot al bij de 2e post kom ben ik bijzonder blij dat alles nog vlot loopt, maar ik ben me ervan bewust dat ik het rustigaan moet blijven doen en elke post als overwinning moet beschouwen. Stilaan valt de duisternis, maar dit maakt het landschap mogelijks nog dramatischer terwijl we over het onduidelijke pad langs Burnmoor Tarn passeren. In Wasdale Head komt de beachparty stilaan op gang. Zeer leuk, maar ik blijf er niet al te lang hangen en verdwijn terug in het duister richting Buttermere. Als ik rondom kijk zie ik een hele sliert hoofdlampen over de fells. Hoewel het donker en bewolkt is, hangt er toch een lichte “gloed” over dit open landschap, en blijf ik van deze omgeving genieten.

** fell running: https://en.wikipedia.org/wiki/Fell_running – fell: https://en.wikipedia.org/wiki/Fell

IMG_2353

De nacht vordert snel

Als ik in Buttermere vertrek loop ik alleen en moet ik voor het eerst heel goed opletten bij het navigeren. Maar op een korte misstap in het bos na lijkt dit aardig te lukken door GPS en kaart (om een zicht te hebben op het grotere geheel) te combineren. Tijdens de klim over  Sail Pass loop ik in op een van de eerste vrouwen in de wedstrijd, Charlie Ramsdale, maar loop weer alleen in de afdaling naar  Braithwaite. Hier houd ik nauwlettend in het oog welke lijn ik moet nemen tussen de varens. De controlepost is een stuk serener wat “party atmosfeer” betreft, maar heeft een fantastisch aanbod aan eten. Ik laat me verleiden door een schaal druiven (zowaar in twee gesneden om de zaadjes eruit te halen!), wat smaken die op zo’n moment geweldig.

Op de ietwat saaie weg richting Keswick sluit ik aan bij Dean en Pete die als team lopen en ben blij dat we makkelijk het onbemande checkpoint vinden. Ik blijf nog een tijdje aan de staart hangen bij deze teamlopers, maar niet veel later heb ik mijn eerste suikercrash (rebound hypoglycemia) te pakken. Gelukkig wordt het niet al te erg en ben ik al aan de beterhand als ik bij Blencathra Centre aankom.

De nacht zit er bijna op en ik stop met plezier mijn hoofdlamp terug in mijn rugzak. Het is fantastisch dat ik het al zo ver schopte zonder noemenswaardige problemen, en ik begin erin te geloven dat ik geen 2e nacht zal nodig hebben om rond te raken. Ik ben me ervan bewust dat ik nog een lange weg te gaan heb en het gebrek aan training zich op gegeven moment wel zal laten voelen. Ik loop in gezelschap tijdens het eerste derde van dit segment, en met zijn allen lijken we goedgehumeurd omdat we terug wat zonlicht krijgen. Na een vlak stuk venig terrein zijn we weer aan klimmen toe. Hierbij blijk ik nog relatief vlot vooruit te komen, waardoor ik mijn compagnons achterlaat. Het is weer tijd om de regenjas uit te halen, maar ik heb geen enkel probleem om me warm te houden en de wolken zitten nog hoog genoeg om te kunnen genieten van het uitzicht over de fells. Voor ik er erg in heb ben ik bij de post in Dockray, bijna halverwege de wedstrijd.

Dockray naar Dalemain: Nog niets om me tegen te houden…

In Dalemain heb ik een zak met nieuw materiaal staan, maar eerst moet ik nog 10 mijl overbruggen, de langste afstand tussen twee checkpoints. Ik ben verheugd een pijl richting Aira Force te zien – deze waterval is een van de grote toeristische attracties in het merendistrict – maar de route loopt omhoog voor de waterval, en ik zal dus nog eens terug moeten komen om ze te zien… Tijdens een volgende beklimming haal ik een loper bij die gespecialiseerd is in 24u-lopen. We blijven een aantal kilometer kletsend samen lopen (daarbij kort een afslag missend). Terwijl we de laatste kilometers over de weg afleggen (naar het landgoed waar de controlepost zich bevind), ondervind ik serieuze ‘top-of-foot’ pijn, maar voorlopig weerhoudt het me niet om aan een behoorlijk tempo te lopen. Tot mijn grote tevredenheid merk ik op dat ik hier (voor één van de eerste keren tijdens de wedstrijd) ontvangst heb op mijn telefoon. Ik slaag erin mijn vrouw en kinderen te bellen, blij om hun te kunnen vertellen dat ik een stuk eerder dan voorzien in Dalemain zal aankomen (zelfs sneller dan in mijn meest optimistische scenario) en hoop snel genoeg rond te zijn om hen nog aan de finish te zien.

IMG_2378

Dalemain naar Mardale Head: Het begint moeizaam vooruit te gaan

Ik neem handenvol tijd (misschien iets te veel) in Dalemain, installeer me in een campingstoel om er te genieten van de excellente bediening, eet wat warme pudding, laat mijn voeten drogen, her-tape mijn Achillespezen, trek een verse T-shirt aan en stop nieuwe energiebars en gels (deze laatste zouden onaangeroerd blijven) in mijn rugzak. Als ik terug rechtsta duurt het een hele tijd eer het lopen weer wat vlot loopt. Het stilzitten leek niet te helpen, maar ik prijs me ook gelukkig dat het algemene stijfheid is in plaats van geblokkeerde Achillespezen. Charlie en twee mannen die haar vergezellen halen me vlot in, maar op één of andere manier blijf ik ze wel in het vizier houden tot de post in Howtown. Die verlaten we samen om de klim over Wether Hill aan te vatten. Echt steil is die niet, maar we raken maar traag vooruit terwijl de zachte ondergrond alle energie uit onze benen zuigt. Terwijl we het hoogste punt High Kop naderen, beginnen mijn benen terug wat mee te werken en slaag ik erin om te versnellen in de grassige afdaling richting Low Kop. Dit voelt zeer vreemd aan omdat het visueel lijkt alsof ik op een lichte helling zit, terwijl het in realiteit zonder twijfel bergaf gaat. De zachte ondergrond laat me op een of andere manier toe om met niet al te veel ongemak aan mijn voeten te lopen. Wat verder buigt het pad af richting Haweswater en lukt het afdalen tussen de varens nog vrij vlot, maar eens ik op het pad parallel met het meer zit, daalt mijn snelheid zienderogen. Ik heb geen idee wat er nu juist zo moeilijk aan is, maar op dit stuk lukt het me absoluut niet om deftig te lopen. Ik herknoop een losse veter en realiseer me dat een deel van de pijn te wijten kan zijn aan zwellende voeten en te hard geknoopte veters en herknoop mijn andere schoen ook maar meteen. De pijn lijkt rond te dansen, en verdwijnt soms in de ene voet terwijl hij opnieuw verschijnt in de andere voet… Tegen de tijd dat ik Maredale Head bereikt voel ik me behoorlijk geradbraakt, maar vastbesloten om door te zetten.

fullsizeoutput_813

Maredale Head: Erger vermijden

Tot mijn verbazing kom ik Dean en Pete hier opnieuw tegen. Ik loop een paar kilometer in hun buurt tot ik in de problemen geraak bij het naar beneden laveren over het steengruis. De pijn aan de bovenkant van mijn voeten heeft zich hogerop verplaatst en het begint me te dagen dat de pees van de Tibialis anterior spier aan het opgeven is. Ik heb eerder een dergelijke blessure gehad en weet min of meer wat te verwachten. Ik geef mezelf nog een redelijke kans om de wedstrijd uit te lopen, maar weet nu zeker dat finishen binnen de 28u of zelfs 29u onmogelijk wordt. Desondanks probeer ik de voeten te laten draaien in de afdaling, maar het wordt geleidelijk aan moeilijker en moeilijker om mijn voet naar boven te kantelen, en ik ben blij als ik weer aan klimmen toekom…

Als ik in Kentmere toekom vraag ik onmiddellijk ijs om mijn pezen mee te masseren, maar blijkbaar moet ik het stellen met een instant coldpack dat toch een stuk minder koud is. Ik wordt ondervraagd door een assistent van het medische team die navraagt of ik nog andere problemen heb (gehad); blaren, hoofdpijn, maagproblemen, vermoeidheid maar telkens kan ik gelukkig met een duidelijke neen antwoorden. Ik heb er geen zin in om mijn schoenen uit te trekken uit vrees dat die verder zouden opzwellen en breng kinesiotape aan terwijl ik mijn sokken wat probeer open te houden. Iets later vraagt de assistent me echter om alsnog mijn schoenen uit te trekken. Dit hele process lijkt een eeuwigheid te duren en ik zie menig ander loper gewoon snel door deze checkpoint passeren, als ik eindelijk kan vertrekken ben ik helemaal klaar om eens te testen hoe mijn mijn pezen zich gaan gedragen. Na een stuk klimmen vormt de afdaling richting Troutbeck de eerste echte test voor mijn pezen. De tape lijkt mogelijks een echte “race-saver” te zijn, maar niettemin blijft het afdalen zeer moeizaam. Ik ben echter zeer opgewekt als ik Ambleside nader. De stop op deze post is zeer kort, denkende dat 28u misschien toch nog haalbaar is, maar tijdens de volgende klim realiseer ik me dat ik een fout gemaakt heb bij het omrekenen van mijlen naar kilometers. De route door de Langdale vallei richting Chapel Stile is behoorlijk vlak, maar mijn looptempo is amper sneller dan stappen. Vreemd genoeg is de pijn minder vervelend als ik aan dit pseudo-lopen doe dan tijdens het stappen. Af en toe las ik als kleine pauze wel 30 seconden stappen in. Op dit moment hang ik in de buurt van een andere loper die last heeft van pijnlijke voeten met bleinen, hij doet ongeveer het omgekeerde (ttz. meer stappen dan lopen), maar beweegt zich toch net iets sneller voort dan ik.

IMG_2393

Chapel Stile naar Coniston: Een pijnlijke affaire

Gezien ik tussen de posten niets meer gegeten had tijdens de laatste 4u ofzo (ik had er gewoon geen zin meer in), werk ik met plezier een stoofpotje naar binnen. Ik neem nog een tas tee, wat ik zowat op elke post deed, en start met stappen tot ik mijn tas in mijn rugzak kan stoppen en zet me vervolgens weer in gang. Het pad langs Blea Tarn is behoorlijk de moeite, maar niet voldoende om de pijn te doen vergeten. Hoewel de weg naar de laatste post -vanwaar het nog slechts 6km te gaan is- vrij eenvoudig is, ervaar ik mijn voortgang als pijnlijk traag, maar ik probeer zo goed en zo kwaad ik kan vooruit te geraken omdat ik verwacht dat mijn gezin bij de finish op me wacht en ik hen niet kan laten weten dat ik later zal zijn…

Bij Tilberthwaite passeer ik snel aan het checkpoint, ik wil zo snel mogelijk binnen zijn, maar eerst volgt er nog een fameuze klim. In de gegeven omstandigheden gaat het klimmen nog relatief goed, maar de afdaling wordt een martelgang van één uur. Tegelijkertijd begin ik voor het eerst last te krijgen van algemene vermoeidheid. Ik ben niet zeker of dit voor hallucineren kan doorgaan, maar een grote steen een centimeter of 10 in de grond zien zakken komt allicht in de buurt. Bij momenten roep ik het uit van de pijn, maar ik slaag erin me eraan te herinneren dat ik echt wil doorzetten en deze overigens fantastische wedstrijd wil uitlopen. Hoewel elke stap pijn doet, probeer ik absoluut te vermijden om te stoppen en ik moet zelf hard mijn best doen om dat wel te doen om een stuk kledij uit te halen om niet te onderkoelen of om mijn hoofdlamp weer boven te halen (waarvan ik gehoopt had deze niet meer nodig te hebben). Op dit rotsige onregelmatige terrein is het onmogelijk om een vlakke stap te zetten, en gezien de stabiliteit uit mijn voeten helemaal weg is plooien deze telkens bijzonder pijnlijk. Ik weet niet hoe ik dit zou overleefd hebben zonder een stuk van het gewicht en de schokken op te vangen met mijn wandelstokken. Ik probeer een tijdje achteruit te stappen, overweeg of ik me misschien naar beneden zou kunnen laten rollen of glijden, maar dat zijn uiteraard geen opties op deze stenen. Ik heb het gevoel dat verschillende 100-mijl lopers me hier inhalen, alsook een groot aantal deelnemers aan de 50 mijl, maar op dit moment kan het me gestolen worden. Toeschouwers bij de Black Bull in motiveren me om nog even het tempo een klein beetje op te pikken. En dan ben ik blij (maar allicht te uitgeput om het te laten merken) om mijn familie langs de Lake Road te zien en neem hen bij de hand om de laatste meters naar de finish af te leggen.

Gefinished tegen wil en dank

Na de finish werd ik naar de tent geëscorteerd, waar ik kon zitten, 2 coldpacks, een warme maaltijd en goede zorgen van mijn gezin kreeg, alvorens ik weer de helling naar ons vakantiehuisje op schuifelde. Het feit dat ik hier finishte is al een mirakel op zich, maar makkelijk is het niet geweest. Ik was mentaal voorbereid op een zware wedstrijd, maar uiteindelijk moet je je aanpassen aan het verloop van de wedstrijd. Ik ben zeer dankbaar voor deze ongelofelijke ervaring, maar tegelijkertijd onzeker of ik nog eens een wedstrijd van dit caliber zou starten als mijn voorbereiding zo erg in de soep draait…

fullsizeoutput_815

P.S.: Ik was zeer tevreden met mijn materiaalkeuze met o.a. inov-8 Terraclaw 250, merino t-shirt, ultrashell en race ultra boa.

P.P.S: Deze race was voor mij ook een gigantische leerschool op allerlei vlakken, ik hoop om ook nog een overzicht te maken van deze wat meer praktische zaken.

Advertenties

One thought on “De wonderen zijn de wereld nog niet uit tijdens Lakeland100

  1. Pingback: Miracles do exist, but come at a price at Lakeland100 | Lightfoot Aaike

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s