Maffetone-test zonder aanpassing van training: een redelijk zot experiment

November 2013: ik heb net met interesse het boek Paleo Diet for Athletes uitgelezen. Als vegetariër valt het niet mee om daar veel uit toe te passen, maar ik raakte wel overtuigd van het nut om relatief meer vet en proteïne te eten en pas mijn voeding op volgende 3 punten aan:
– ik raak nog slechts bij uitzondering verwerkte voeding aan
– ik vervang mijn broodjeslunch door een saladelunch
– en haal een pot proteïnenpoeder in huis waar ik sporadisch na een (zware) training een shake van maak.

 

De aanpassing gaat zonder probleem en het lijkt mijn algemene weerstand en herstel na looptrainingen echt vooruit te helpen. Opmerkelijk is dat ik bij lange zondagavondtrainingen (vaak na salademaaltijd) me na een kilometer of 10 wat licht in het hoofd ga voelen (omdat de suikers zo goed als op zijn?), maar ik tegelijkertijd het gevoel heb dat ik probleemloos lang kan blijven doorlopen. In januari verras ik mezelf op een schitterende negatieve split op de trailmarathon Trèfle à 4-feuilles, waarmee meteen de toon gezet is voor een seizoen waarin ik opmerkelijk beter presteer dan ooit.

Fast forward naar oktober 2016: ik zit aan de laatste hoofdstukken van Natural Born Heroes van Christopher McDougal. Het boek zelf vind ik maar een amalgaam van onderwerpen, maar mijn aandacht word getrokken door het verhaal over Phil Maffetone’s methode om de vetverbranding te verbeteren. Wetende dat de voordelen van mijn dieetaanpassingen serieus zijn afgekalfd, ik op een gemiddelde werkdag behoorlijk wat suikerdips ervaar en ik het eerder beschreven ‘zondagavondgevoel’ mis, begon ik vrij inpulsief aan de Maffetone-test waarbij ik 2 weken geen suikers, granen, fruit, pasta, aardappelen, rijst en dergelijke zou aanraken.

Omdat ik in december een behoorlijk grote wedstrijd voor ogen heb, ben ik echter niet klaar om mijn training parallel terug te schroeven… Tijdens de eerste paar trainingen voel ik me behoorlijk sloom, maar in principe is het juist de bedoeling om traag te lopen op zo’n momenten. Na een paar dagen begint dat stilaan beter te gaan. Op dag 5 heb ik een 3 x 3km training op het programma staan die me, zeker in combinatie met deze test, enige schrik inboezemt. Tot mijn grote verbazing gaat deze bijzonder goed en voelt het aan dat ik bijzonder diep kan gaan. Als dit een indicatie is zal ik dit najaar zeker nog eens kunnen vlammen. Helaas is hiermee niet helemaal de toon gezet, want sommige -op zich- lichte trainingen voelen dan weer zwaarder aan dan zou moeten en van de lange duurloop na 8 dagen kom ik gebroken terug. Over het algemeen heb ik de test goed opgevolgd, maar die nacht heb ik toch met smaak 3 verse vijgen naar binnen gewerkt.

Toeval wil dat ik een dag na deze 2-weken test een 10 km training als “wedstrijd” gepland had… en ik op die manier het train low-race high (carb) principe eens kon uittesten. Hiervoor at ik de dag ervoor (waardoor het dus eigenlijk een 13-dagen test werd) terug wat zetmeel en at ik ’s ochtends voor het vertrek nog 2 vijgen en een stuk peer. De 10 km test-wedstrijd-tegen-mezelf in het Liedermeerspark legde ik volgens mijn GPS-horloge af in 37:19. Op zich niet zeer spectaculair, maar toch een van de beter dergelijke trainingen op dit parcours (waar er allicht een behoorlijke fout op de registratie te verwachten valt en waar je ook constant moet werken door het vele gedraai). Voorlopig dus moeilijk te zeggen of dit mijn lopen echt vooruit helpt, maar van de suikerdips was ik toch even verlost. Mijn plan is nu om geleidelijk aan fruit en andere koolhydraat-bronnen in te voeren en daarbij na te gaan op welke momenten en welke voedingsmiddelen ik wel en niet met een suikerdip reageer. Allicht komt het erop aan om vooral na training de suikers weer aan te vullen, maar de inname ervan de rest van de dag te beperken. De toekomst zal moeten uitwijzen of dit me langer op weg helpt en een beter atleet maakt…

Kustmarathon 2016: Een plan gedoemd om te falen

Vorig jaar verraste ik mezelf op een mooie 9e plek in 2:47 op de kustmarathon. Toen kwam ik net terug van een stevige blessure en had ik slechts een beperkt volume gehaald tijdens de trainingen. Dit jaar liep geheel anders…

Na mijn succesvolle passage op de TDS  bleek het niet vanzelfsprekend om mijn training op de marathon te richten. De achillespezen hadden het zwaar te verduren gehad, dus dat bleef balanceren bij het opbouwen. Bovendien was ik er vlak voor de Scott Offroad Run een kleine week tussenuit door een verkoudheid. Niettemin leken mijn tijden tijdens deze wedstrijd en de laatste trainingen te wijzen op een vergelijkbare conditie. Ik bekeek mijn verhaal nog eens samen met de tussentijden van vorig jaar (25km vlot gelopen, 5km aanklampen en de laatste 12 volhouden…) en vatte, er voor de makkelijkheid van uitgaande dat mijn spieren een grotere belasting aankonden, volgend simpel plan op: zelfde aanpak, langer vlot lopen.

14462948_929200147184213_6062454738662303208_n

Foto Martijn Lavooij

Achteraf gezien dus gedoemd om te mislukken… De eerste kms lijken de benen perfect en gaan een paar seconden sneller dan vorig jaar, maar het eerste stukje strand maakt meteen duidelijk dat het een stuk zwaarder zal zijn dan vorig jaar. Bij het oplopen van de Westerscheldekering doe ik een kleine inspanning om bij Ralph en Martijn aan te sluiten. Samen met Pascal van Norden vormen we een groepje van 4 waarin we tegen de wind vechten. Er moet behoorlijk gewerkt worden en ik neem met wisselend enthousiasme en ditto energie af en toe de kop. Na 10km voelen mijn benen al stijf aan, maar blijven gelukkig goed ronddraaien.
14494619_297185663999693_4180152455670292762_n

Foto Menno Mud

Bij het oplopen van het strand rond 20km kreeg ik nog een opstoot van enthousiasme. Bij het halve marathonpunt liep ik nog samen met Pascal en Ralp, maar ik krijg het steeds moeilijker om te volgen en moet uiteindelijk lossen. Ik hou het groepje nog een paar km in het vizier maar heb het echt moeilijk met het ploeteren in het zand en vechten tegen de wind. Plan mislukt, ik ben een stuk eerder gekraakt dan vorig jaar en heb nog een behoorlijk eind te gaan. De benen willen niet meer en dan is het kwestie om mentaal niet op te geven en er toch nog het beste uit te halen. Gezien mijn gps-horloge het al in de eerste kilometers begaf kan ik slechts zeer ruw inschatten hoe snel (of eerder traag) ik me nog voortbeweeg, maar tot mijn verwondering blijf ik wel mijn 8e positie in de wedstrijd handhaven.

Op de duintrap omlaag naar het laatste stukje strand ben ik behoorlijk aan het stuntelen, het is bijna een wonder dat ik niet met mijn hoofd vooruit in het zand beland. Eens op het strand begin ik te speuren naar vrouw en kinderen die hier ergens zouden staan om me aan te moedigen. Het lijkt zeer lang te duren, maar uiteindelijk krijg ik ze in het oog. Terwijl ik ze passeer kan ik enkel “zwaar” uitbrengen. Maar het geeft me toch enige moed om nog even door te zetten naar de finish die ik na 2u55 als 8e overschrijd.

img_1137
P.S.: voor deze wedstrijd haalde ik de inov8 Bare-X-lite 150 uit het schoenenrek.
P.P.S.: ik ben inmiddels weer stevig aan het trainen en heb er vertrouwen in dit najaar nog eens mooi te kunnen knallen… binnenkort meer.