TDS: super met gemengde gevoelens

Get this party started!
Op woensdag 24 augustus stond ik aan de start van de grootste wedstrijd waar ik ooit aan deelnam, de TDS “sur les Traces des Ducs de Savoie”. Een dikke 20 minuten voor zessen stond ik in het startvak vooraan behoorlijk te popelen om te vertrekken. Maar eerst moest de speaker van dienst die tijd nog eindeloos volpraten met bedankingen links en rechts, wat maakte dat het startschot nog meer als verlossing kwam. De eerste kilometer schieten we door de straten van het behoorlijk rustige Courmayeur om vervolgens op een brede aardeweg aan de eerste klim te beginnen. Het gaat er allemaal wat nerveus aan toe en het is zaak om de lopers met reeds uitgeklapte stokken te ontwijken. Ik laat mijn stokken nog even zitten op deze vrij makkelijke beklimming, en sluit me aan bij andere lopers die dat eveneens doen (kwestie van uit de buurt van het stokkengevaar te blijven). Gezien het regelmatig haasje over gaat tussen stokken en niet-stokken lopers lijkt het dat voor en nadelen van beiden zich aanvankelijk uitmiddelen. In no-time passeer ik reeds aan de eerste bevoorrading en pas dan wordt het terrein m.i. wat interessanter. Smallere paden en een leuke afdaling naar Lac Combal. Het meer zelf is me grotendeels ontgaan, maar het venige landschap is er schitterend.

In goed gezelschap
Bij de klim naar Col Chavanes haal ik mijn stokken erbij met het idee wat kracht in de benen te sparen, maar echt vlotter lijk ik er niet mee vooruit te komen. Intussen sla ik af en toe een babbeltje met de lopers rond me en blijk ik me in goed gezelschap te bevinden met o.a. Stephane Deperraz die 11e werd in 2015 (maar blijkbaar later in de wedstrijd uitstapte) en Jules-Henri Gabioud, winnaar van de Tor des Geants in 2011. De afdaling naar Alpetta loopt grotendeels over een breed pad waarop je eindeloos naar beneden dendert, wat al eens goed op de spieren inhakt. Maar verder gaan de eerste 50 km verassend vlot. Bij de afdaling naar Bourg over de Chemin Romain (die er toch vrij stenig en oneffen bij ligt om paard en kar over te sturen) laat de hitte zich al eens goed voelen, maar voor een paar uur kan ik daar wel tegen. Dat neemt niet weg dat ik bij de verzorgingspost in Bourg Saint Maurice mijn hoofd een paar keer diep in de waterbak steek alvorens aan de bevoorradingstafel te passeren en dat nog eens herhaal voor er te vertrekken.

Noch pijn noch kracht
Afgaande op het hoogteprofiel (en de geruchten die ik erover opvang ) is de beklimming die me te wachten staat er één om u tegen te zeggen. Hoewel mijn benen niet noemenswaardig vermoeid voelen, laat staan pijnlijk zijn, blijk ik helemaal geen kracht te hebben om vlot te klimmen. Dat is wel heel wat anders dan tijdens de V3k in juni, waar ik tot de laatste meter het gevoel had dat ik bergop behoorlijk vooruit raakte. Ik steek het maar op de warmte… Na een korte passage door een beboste stuk te blijkt het grootste stuk van de klim volledig onbeschut te zijn. Aanvankelijk heeft het schrale grasland met behoorlijk wat wilde bloemen en tsjirpende sprinkhanen wel wat (het plaatje past), maar dan gaat de hitte toch loodzwaar wegen, heb ik het gevoel aan slakkentempo vooruit te tjokken, en wordt het allemaal behoorlijk eentonig. Intussen word ik ook af en toe ingehaald, maar het blijkt toch voor iedereen loodzwaar, waardoor ik de ene keer weer nader, de andere keer wat wegzak.

34059313

Beheersen, beheersen en beheersen
Een wedstrijd van dergelijke duur is sowieso een kwestie van beheersen, van tempo, de spieren wat sparen, goed eten, drinken en de lichaamstemperatuur onder controle houden. Vooral dat laatste is niet bepaald evident bij temperaturen boven de 25º in combinatie met de hoogte. Bij Fort de la Platte plooi ik me halfdubbel in een ton water om af te koelen. Ik maak mijn pet waaraan ik een zakdoek gebonden heb bij elke gelegenheid nat en ga bij zowat elk stroompje van enige omvang in het water zitten. Intussen loop ik bij momenten in de buurt van Eetu Nordman en Keith Macintosh, waardoor ik door te babbelen toch wat afleiding heb tijdens de saaie klimmen. De korte piek van Passeur Pralongan is weliswaar nog een zwaar stuk klimmen, maar hier wordt het terrein toch terug wat interessanter en in de vrij technische afdaling met eveneens prachtig uitzicht begin ik er weer zin in te krijgen.

Doe nog maar een technisch stuk
In Cormet de Roselend neem ik bij de bevoorrading wat meer tijd dan gewoonlijk, doe mijn rugzak af, vul mijn water rustig aan, vul een extra flesje met sportdrank, organiseer de nieuwe gelletjes en drink soep met het idee toch wat zout aan te vullen. Hoewel ik gewoon een slokje gewenst had krijg ik een hele kom voorgeschoteld, waar ik uiteindelijk toch de helft van binnenspeel. Ondertussen lijkt het dat er behoorlijk wat lopers die hier korter tijd namen doorgelopen zijn. De beklimmingen op Col de la Sauce en Col de la Gitte gaan naar mijn gevoel voor geen meter en ook hier denk ik toch behoorlijk wat terug te zijn gevallen (wat achteraf gezien best blijkt mee te vallen). De beklimmingen zelf zijn op zich simpel, gewoon lang, lang, veel te warm en oersaai. Bovendien ligt de soep in mijn maag te klotsen en ligt deze nu definitief overhoop, en lijkt enige voeding eerder tegen te werken dan te helpen. Hoewel ik hier anders nauwelijks last van heb speelt de gedachte om te stoppen verschillende keren door mijn hoofd, niet omdat het niet meer gaat, gewoon omdat het plezier er echt af is. Het pad zelf loopt een groot deel van de tijd gewoon langs koeienweides en is weinig inspirerend, waardoor ik me moet verplichten om eens goed rond te kijken en de prachtige besneeuwde toppen in me op te nemen om terug wat motivatie te hervinden.

IMG_0939

De afdaling en korte klim naar Col du Joly gaat wel weer wat vlotter en op de iets technischere klim haal ik weer een paar lopers bij. Op de lange afdaling na deze klim zit het gevoel weer helemaal goed en haal ik aanvankelijk 2 lopers in. Terwijl de weg minder steil wordt en we op een asfaltweg komen gaat het echter weer even mis. Ik eet een stuk vruchten-chocoladereep, waarbij mijn eerste reactie is “mmm, daar heb ik nu wel zin in”, maar niet veel later trekt mijn maag samen waardoor mijn benen ook van slag lijken (toch echt wonderlijk hoe die 2 samenhangen!) en is het mijn beurt om opnieuw ingehaald te worden.

In Contamines ben ik vlot door de bevoorrading en begin ik met volle moed aan de laatste beklimming. De schemering valt terwijl ik op Chalets du Truc naar boven sjok en opnieuw door 2 man word ingehaald. Bizar genoeg loop ik er naar de voet van Col de Tricot weer mee samen. Maar van zodra er geklommen word is het beste er weer af. Intussen is het helemaal donker geworden en loop ik met een koplamp. Ik had gehoopt om bij deze koelere temperaturen weer wat kracht in de benen te krijgen, maar helaas… het blijft een eindeloos schuifelen. De zin is weer eens op en een binnenkomend smsje van mijn vrouw is het perfecte excuus om me even aan de kant te zetten. Ik stap nog 3 routemarkeringen verder, antwoord, nog 3 markeringen verder. Even drinken, nog 3 verder. Ik reken hoelang ik hier nog ga over doen. Ik geef mezelf 80 minuten voor deze klim, wat daarna komt moet wel lukken. Ik blijf het stramien van tellen herhalen, even lamp uitknippen om de sliert lichtjes voor, maar vooral achter mij te zien. Bereken hoeveel hoogtemeters ik per markering gemiddeld doe. Aan dit tempo nog 20 markeringen te gaan…. Het zijn er iets minder, wat een verlossing om boven te staan.

Even het licht uit om naar de sterren te kijken, weer aan, en naar beneden. Best een lastige afdaling om in het donker te doen, maar perfect te lopen door de stokken als extra steunpunten te gebruiken. En, oh ja, handen uit de lussen (kwestie van polsen niet te breken als je blijft haperen naar het schijnt). Bij klaarlichte dag is dit allicht ook een schitterend stuk van het parcours. Het gekronkel naar Bellevue lijkt nog behoorlijk lang, en intussen is mijn gps-horloge uitgevallen zodat ik nauwelijks een idee heb hoe ver ik nog moet.

De finale afdaling start op een grassige skihelling. Daar kan ik wel mee overweg, een stuk breed pad en uiteindelijk asfalt. Hier haal ik een Italiaan bij waarmee ik samen de post van Les Houches binnenloop. Nog een klein uurtje lopen zeg ik enthousiast, maar dat blijkt niet over te springen, want hij heeft enige tijd nodig om door de bevoorrading te komen. Ik vul, eerder voor de vorm, mijn water aan en drink een half bekertje thee om dan weer te vertrekken. Dit laatste stuk is het enige dat ik grotendeels had verkend, maar de lichte knikjes in het terrein laten zich toch een pak meer voelen dan verwacht. Met nog een km of 4 te gaan passeer ik Keith die het blijkbaar moeilijk kreeg. Wow, als ik het goed heb loop ik op de 19e positie. Nog 2 kilometer asfalt, de hoofdstraat van Chamonix binnen, nog 1 km. Zie ik dat goed, zit er me daar ineens iemand op de hielen? Ik versnel een beetje, nog, nog, nog, mmm… wel sterk als Keith zo zijn 2e adem gevonden heeft. Ik laat me even uit koers brengen terwijl we een lus maken naar de finish. Hij zet aan, ik reageer te laat. Ok, toch nog 20e? Helaas misrekend, 21e. Nu ja, ik ben binnen, dat is het belangrijkste. En bijzonder leuk om op dit late uur (00:14) door een schare Belgen, waaronder de vader van Cédric Defawes, Tom De Beukelaer en Xavier Lisabeth, zeer enthousiast te worden onthaald, heel erg geapprecieerd!!

34073452

 

En toch geen mijlpaal?
Hoewel ik voordien voor dit resultaat dubbel en dik zou getekend hebben en er bij momenten ook echt van kon genieten voelt het bizar genoeg dat ik zowel fysiek als mentaal deze wedstrijd zeer snel verteerd heb. Ik hoopte hierop nog een tijd te kunnen teren, maar het lijkt of ik aan iets anders toe ben. Wie weet kan ik nog eens knallen op de Kustmarathon?

P.S: Ik liep met inov-8 Terraclaw 220, een “cotton-feel” T-shirt (die goed nat blijft en zeer aangenaam zit) en smartwool teenkousen (die me tegen blaren behoedden ondanks het vele plenzen in het water).