Bouillonnante 2016: een genadeloze leerschool

Het was even geleden, maar tijdens de week van 23 april begon het tot me door te dringen hoe hard ik naar deze 73 km wedstrijd toeleefde. Ik had er ongelooflijk zin in. Alles leek goed te zitten op mijn ‘gespannen’ rechterbilspier na, maar daar dacht ik wel van af te raken door mijn trainingsvolume licht terug te schroeven, te masseren (met foamroller en bal) en goed te slapen in aanloop naar de wedstrijd.

Zaterdagochtend gaat mijn wekker om 1:20, speel ik ontbijt naar binnen en stap in de wagen om me richting Bouillon te begeven, om er na afhalen van startnummer ruim op tijd aan de start te staan binnen in het kasteel. Mijn bil protesteert wel wat, maar ik troost me met de gedachte dat het al erg moet lopen om het slechter te doen dan vorig jaar.

13094349_1697414083865442_2707681066868625280_n

Photo Geoffrey Meuli

Na het startschot om 5u wordt meteen duidelijk dat het tempo behoorlijk hoog ligt en het parcours er in de regen toch echt glad bij ligt. Thomas Beirnaert lijkt gretig om zijn titel van vorige editie (van 105km) te verdedigen, maar al snel wordt duidelijk dat dit (voorin) een heel andere wedstrijd wordt, waarbij het kwestie wordt om het tempo erin te houden. In de eerste kilometers schuif ik naar voren op om me bij Thomas te voegen, en terwijl het stilaan licht wordt, vormt zich een groepje samen met Baptiste, Nicolas en Wouter.

Na een kilometer of 20 moet ik even aan de kant voor een plaspauze, daarbij merkte ik nog maar eens op hoe dens de top van de wedstrijd was, want in die korte tijd kwamen Cédric en Eric voorbijgelopen en het duurde enkele kilometers voor ik weer aansluiting vond. Opvallend was dat ik in het 1e stuk van een afdaling dichter naderde, maar na een paar honderd meter afdalen weer achterop raakte (werd daar aan de kop gesleurd?). Helaas zou dit een voorbode zijn voor wat nog komen zou.

Bij de verzorgingspost op 26 km was ik net weer mee, en omdat het er even nogal gezapig aan toe ging was ik er samen met Baptiste ook als eerste weer weg. De eerste afdaling liep ik voorop en overleefde ik zonder kleerscheuren, waarna de kopgroep -ditmaal zonder Thomas- weer samen liep. Het vele stijgen en dalen begon er stilaan in te hakken, en bij de volgende afdaling moest ik weer een gat laten op de rest van de groep. Ik hield hen steeds in het vizier, tot ik op een onbewaakt moment een paar honderd meter verkeerd liep.

Na een ‘achtervolging’ van 15 km kwam ik rond 45 km Wouter tegen tijdens een beklimming. Hij kwam duidelijk niet meer vlot vooruit en gaf te kennen dat zijn knie te veel opspeelde en dat hij op 50 km zou uitstappen. De post op 50 km passeerde ik nog in een respectabele 4e positie, na Nicolas, Baptiste en Cédric, maar terwijl ik ervan wegliep zag ik in een glimp Eric lopen. Groot was dan ook mijn verbazing dat het Thomas was die me iets later -als een diesellocomotief op dreef- inhaalde. Zijn tempo was behoorlijk impressionant zo diep in de wedstrijd. Ik waagde zelfs geen poging om aan te klampen en moedigde hem aan met een “Go, go!”.

Met een km of 14 te gaan kwam Cédric in het vizier en kwamen we op een gemiste afslag samen met Eric en Tom. Aanvankelijk volgde ik goed, maar tijdens een lange afdaling herhaalde zich het scenario dat zich al eerder in de wedstrijd voordeed. Ik vatte de afdalingen steeds vrij vlot aan, maar na een paar 100 meters blokkeerde er -mogelijks zowel fysiek als psychisch- iets waardoor ik niet meer vlot naar beneden rolde. Behoorlijk frustrerend, en dus nam ik er stilaan vrede mee dat ik op een 7e plaats zou eindigen.
Het feit dat we intussen tussen lopers van andere afstanden belandden hielp wat mij betreft ook niet echt om de strijdlust er in te houden, en ik beperkte het inhalen van deze deelnemers tot de bredere stukken waar ik makkelijk langs kon.

Bij een beklimming in de buurt van “The Wall” zag ik plots Thomas die naar boven aan het ploeteren en foeteren was. Het vlotte tempo was er duidelijk uit en ik liet hem dan ook snel weer achter mij. Niet veel later liep Sebastien me op een onbewaakt moment voorbij. Hij bleef een 10-tal meter voor me, maar hij liep niet echt bij me weg. Dat was ook zo bij de eerste oversteek van de Semois. Bij de 2e oversteek was hij echter even uit het zicht, wat me toch aanzette om niet mooi tussen de andere deelnemers het touw te gebruiken, maar ernaast aan een iets sneller tempo door het water te waden. Dat ging inderdaad vlotter, maar vergde wel wat energie, en hierbij deed ik het water wat hoger opstuwen. Net voor het verlaten van het water verkrampte mijn rechterbovenbeen van de kou, waardoor ik het lopen rustig moest hervatten, maar gelukkig weer langzaamaan op dreef kwam.

Bouillonnante 2016- Pierre -1155

Photo Pierre Deneve

Na deze passage kreeg de kou me te pakken, en trok ik -zelfs al was het maar een paar km te gaan- toch mijn handschoenen aan. Terwijl ik het tempo naar de finish erin hield ging ik over Sebastien die plots een (suiker)dipje kreeg. En met de finish in zicht bleef ik nog vlot doorlopen op de laatste helling van de dag om deze 73 km als 6e te finishen in 7:49.

Op zich natuurlijk een mooie prestatie in deze goed bezette trail, maar de problemen tijdens het dalen vertellen me dat er nog behoorlijk wat werk aan de winkel is. Om te beginnen moet ik mijn bilspier terug in orde krijgen, want ik verdenk die er toch van behoorlijk tegen te werken tijdens het dalen, daarnaast was het ook pijnlijk duidelijk dat ik het helemaal niet gewoon ben om op dergelijk terrein te lopen en hier wat meer specifieke training voor kan gebruiken. En mag ik ook wel wat behoudener starten… al is zeker dat laatste misschien wat te veel om te onthouden, zelfs al werd het er met harde hand (of liever voet) ingestampt.

Advertenties