NorthCTrail: We zien wel wat het geeft

De week voor een wedstrijd durft het “houten been syndroom” zich nogal vaak manifesteren bij mij. Er is altijd wel een training die niet loopt zoals het hoort, een pijntje hier of daar dat de kop op steekt,… Maar deze keer was het toch anders.

Na een lange duurloop op zondag, waar ik met zere voet van terugkwam was de fut er wat uit. De hele week voelde ik me licht koortsig/grieperig, om uiteindelijk donderdag echt ziek te worden. Vrijdag ben ik echt te mottig om te gaan werken en zit ik een dagje thuis uit te zieken, maar ik heb niet erg de indruk dat ik de strijd tegen wat-voor-virus-dan-ook op korte termijn aan het winnen ben. Ik heb nog een sprankeltje hoop dat ik met een goede nachtrust alsnog zal kunnen starten op zaterdag. Vlot inslapen zit er niet in, maar uiteindelijk voel ik me toch enigszins OK als ik zaterdag opsta en waag ik het erop naar Koksijde te vertrekken.

Met een klein hartje sta ik aan de start, blij te kunnen lopen, maar niet helemaal gerust hoe vlot het allemaal zal gaan. Bij de start loop ik meteen op kop mee met Thomas Beirnaert, maar als hij op de dijk al een eerste kleine versnelling plaatst denk ik de winnaar al te kennen. Als we het strand op draaien zitten we echter snel weer samen, om als eerste twee langs de aankomstboog te passeren en in een prachtig ochtendzonnetje een goeie 10 km zuidelijk te lopen op het strand. Iets voor Bray-Dunes krijgen we gezelschap van triatleet Mike Ley. Het draait allemaal vrij vlot voor een zieke mens, maar ik ben toch op mijn hoede. Bij deelname aan de Trail By the Sea een paar jaar geleden voelde ik me ook licht grieperig en werkten de benen tegen van zodra er een beetje te klimmen viel, allicht door allerhande afbraakproducten in de spieren.

sportograf-73957025_lowres

De eerste duinhellingen lijken alvast geen problemen op te leveren, in tegendeel. Ik loop zonder speciale inspanning te doen alleen op kop, en word iets later vergezeld van Mike, maarmee ik de volgende 15-20 km mee samenloop, terwijl Thomas is even uit het vizier verdwenen. Het parcours is verrassend gevarieerd en bevat toch opvallend veel stroken mul zand. We werken goed samen. Bij momenten neemt Mike me op sleeptouw, maar echt in de problemen kom ik nooit.

Met een goeie 30 km in de benen loop ik op een onbewaakt moment weer alleen op kop, maar niet voor lang, want tot mijn verbazing komt Thomas plots weer aansluiten. We hebben wat hardere ondergrond onder de voeten, en dat is duidelijk te merken. Thomas trekt goed door, en ik stel me bijna hardop de vraag of het wel verstandig is om hem aan die snelheid te volgen. Uitziekende heb ik de dag ervoor op geen enkel moment koolhydraten gestapeld, en om een of andere reden vermoed ik dat de efficiëntie van mijn vetverbranding door ziekte ook wat lager zou kunnen zijn. Ik probeer dan ook extra op te letten om goed te eten (en niet te snel te gaan), en gelukkig blijft de man met de hamer achterwege.

Als we aan de “beklimming” van de hoge blekker (toch wel zo’n 33 meter hoog) beginnen is het weer aan mij om het voortouw te nemen. Thomas moedigt me zelfs aan, en zonder forceren raak ik vrij vlot vooruit in het mulle zand. Na de top blijkt het nog een hele tijd voortdraven in zacht zand, wat mij -althans theoretisch- in het voordeel stelt. Niettemin verwacht ik dat ik Thomas nog terug zou zien, maar de sporadische keren dat ik achterom kijk kan ik niemand bespeuren.

sportograf-73961585_lowres

Stilaan begint het constante gehobbel in het zand er in te hakken en is ook het weer aan het keren. Terwijl ik met tegenwind een zandhelling optsjok, borrelt er een brok jeugdsentiment naar boven. “Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur zichzelf een weg baant…” (van Boudewijn De Groot) speelt het door mijn hoofd. Een splitseconde zou ik er zelfs emotioneel van worden, maar het gebeuk in het zand neemt net te veel van mijn energie in beslag om me daardoor te laten meeslepen.

Bij de laatste verzorgingspost rond de 44 km ga ik er van uit dat het ergste achter de rug is en ik dadelijk op het strand beland om de laatste kilometers af te malen. Dat blijkt niet het geval, het blijf klimmen en dalen in de duinen… Omdat ik stilaan aan het einde van mijn Latijn zit, vraag ik bij een korte passage over het strand aan de mountainbiker die de kop van de wedstrijd in de gaten houdt of hij weet hoeveel voorsprong ik heb. Hij is niet op de hoogte, maar iets later roept hij me toe dat ik toch 4 minuten voorop zit. Omdat er op dergelijke afstand al een wonder moet gebeuren om dat goed te maken, haalt dat de druk er wat af voor mij. Maar we moeten die laatste duinen natuurlijk nog over, en dat terwijl de hemelsluizen zich eens goed openzetten. Het is zo’n stevige bui dat ik door mijn beregende bril zeer veel moeite moet doen om de markering niet te missen. Ik krijg het snel koud, maar intussen komt de finishboog in zicht en heeft het geen zin meer een regenjasje uit te halen. Nog even het strand op en dan nog een laatste (overigens totaal overbodig) sprintje om als eerst toe te komen op de 50 km in 3:47.

Ik ben uiteraard zeer tevreden dat ik toch gestart ben, het allemaal zo vlot liep en ik weer een ervaring op dit toch wel mooie, maar niet te onderschatten, parcours rijker ben!

sportograf-73964373_lowres

Voor de liefhebbers van het genre -hier ook het wedstrijdfilmpje waarin ik een paar keer te zien ben.

North C Trail 2016 from Motomediateam.be on Vimeo.