Oriëntatie: eerste poging

Op zondag 20 december ‘pendelde’ ik met iets meer goesting dan gewoonlijk richting Brussel om er samen met Wouter Hamelinck deel te nemen aan een oriëntatieloop in het Zoniënwoud. Wij kozen voor de “Ultra Longues Distances” waarbij alle controlepunten samen, in vogelvlucht, een route van 20 km vormen. Met 15 teams van 2 moet dit zowat de minst bezette wedstrijd geweest zijn die ik ooit liep, dus echt over koppen lopen zou er niet bij zijn…
Na het aftellen voor de start krijg je de kaarten te zien – die voor iedereen licht verschillend zijn (omdat er hier en daar clusters van punten liggen die in verschillende volgorde moeten afgewerkt worden) – en is het kwestie van uit te maken waar je naartoe moet en wat de efficiëntste weg is.

Een kleine 2 weken eerder had Wouter me op basis van oude kaarten een paar punten laten zoeken. Toen kwam het er op neer dat het lopen om de haverklap werd onderbroken door speuren op de kaart. Gezien Wouter het oriënteren voor zich nam, verwachtte ik dat het tijdens de wedstrijd een stuk vlotter zou gaan, maar de kamikaze naar het eerste punt waarbij er in-de-vlucht kaart werd gelezen was toch wel indrukwekkend. Op de controlepunten staat een toestelletje om onze passage op de chip waarmee we rondcrossen te registreren. Na een korte blik op de kaart lopen we naar het volgende punt, met hooguit hier en daar een seconde of 2 aarzeling om even de kaart te bestuderen. Ondanks het hoge tempo lukt het me aanvankelijk nog vrij goed om te volgen waar we zijn en in te schatten wat het plan is. Ik betrap me er wel op dat ik systematisch stop om de kaart te bestuderen als ik Wouter voor me zie stoppen, zelfs al zit hij 10 meter voorop en stopt hij om zich een weg door de bramen te banen. Eens we weer goed doorlopen doe ik dan een inspanning om de achterstand weer in te halen.

IMG_0830

Orientatielopen: kaart met controlepunten en “rekening”

Intussen lopen we aan een stevig tempo kris-kras door het bos, daarbij enkel de grootste obstakels en dichtste bramen vermijdend, en maar heel af en toe nemen we hierbij de paden.
Na een goed uur hebben we reeds 20 van de 43 punten afgewerkt, wat me zeer vlot lijkt, maar mijn achillespezen laten zich voelen en ook mentaal begint de vermoeidheid zijn sporen na te laten.
Op punt 28 komen we niet helemaal uit waar we gedacht hadden en draaien we verschillende rondjes voor we het controlepunt op een vegetatiegrens vinden.

Naarmate de race vordert raak ik meer en meer onder de indruk van de navigatie door Wouter, maar verslapt mijn aandacht op de kaart, en heb ik slechts een flauw idee meer waar we ergens zijn. Parallel neemt mijn motivatie om het gat op Wouter dicht te lopen af, als ik dan toch eens de tijd neem om even de kaart te bekijken. Enkel als ik recht op doel af kan lopen gaat het nog echt vlot… Uiteindelijk lopen we na een kleine 3u als 5e team binnen, met ongeveer 27 km op de teller.

Al bij al een interessante leerschool, al zal ik het toch een stuk trager moeten aanpakken om het navigeren zelf onder de knie te krijgen. Ik was vooral verrast dat de combinatie navigeren en lopen (zelfs al was dat eerste slechts een halfslachtige poging om te volgen) mentaal niet te onderschatten is, en een fameuze invloed op het lopen heeft.

Advertenties

Del Mar a la Cima: waar was die piek?

De 2e week van november reisde ik voor mijn werk naar Bogota, Colombia. Op het einde van die week had ik een interessante wedstrijd gespot: “van de zee naar de top”… Nu ligt Bogota wel een heel eind van de zee af, en na 3 dagen op 2600m reisde ik door naar Santa Marta om de Caribische kust te gaan verkennen.

 
Zoals elke reisgids je allicht zal vertellen is Santa Marta niet meteen de meest aantrekkelijke stad om te bezoeken, dus naast een verkenningsloop en wat loslopen op zaterdag deed ik hier niets noemenswaardig, al was het maar omdat ik daar bij temperaturen rond de 35 graden ook geen ongelofelijke behoefte aan heb. Ik was hier uiteraard in de eerste plaats voor Del Mar a la Cima, een wedstrijd van 59km van zeeniveau naar een 2800m en vervolgens terug naar 700m.

 
Om zondag vroeg uit de veren te zijn, voor de start om 6u, begin ik zaterdag vroeg aan mijn nachtrust. Op één of andere manier slaag ik er in om zeer relaxed te zijn en kijk ik uit naar een verkwikkende nachtrust. De muren van mijn hotelkamer zijn zo goed als van papier, waardoor lichte muziek op de achtergrond me nog even wakker houdt. Ik ga er van uit dat die spoedig uit gaat, maar helaas, de volumeknop gaat juist omhoog en mijn stemming is al omgeslaan in “not amused”. Ik probeer een alternatief voor oordoppen te verzinnen, maar kan niets bedenken. Als ik om 12u nog geen oog dicht gedaan heb ga ik eens kijken wat er nu aan de hand is, en zie dat er een hele party aan de gang is bij een verder gelegen chalet. Niet echt een situatie waar je even kan vragen om het volume zachter te zetten, laat staan dat ik het deftig zou kunnen uitleggen in het Spaans. Om 2u wierp ik het laatst een blik om mijn horloge, en iets later moet ik toch in slaap gesukkeld zijn, om vervolgens om 4u gewekt te worden om voldoende voor de wedstrijd een ontbijt naar binnen te werken. Gelukkig heeft de goesting om te racen sterk de bovenhand op de vermoeidheid.

12234873_1672133586368879_3153309838830044121_n
Bij de start op het strand voor de luchthaven wordt meteen goed doorgelopen, maar het lukt me goed om ergens vooraan mee te draaien. Een snelle loper zonder duidelijke rugzak of watervoorraad, allicht voor een kortere afstand, is in een ongelofelijke vaart weg. Als 2e loopt de winnaar van vorig jaar. Ik probeer in te schatten hoe goed die is. Op vlakke stukken lijkt hij ietsje sneller dan mezelf, maar als we over rotsblokken moeten klauteren, langs een gladde rotswand moeten of een wat technischer stukje dalen doet hij het wat rustiger aan. Als we na 3 km van het strand aflopen en via een aardeweg lichtjes klimmen is hij meteen een 10-tal meter voorop. Hoewel ik op zich niet het gevoel heb dat ik te snel startte, besef ik dat de warmte zich toch al goed laat voelen en allicht een niet onbelangrijke limiet zal zetten op wat ik hier kan.

12279153_1672133776368860_5473748070654227674_n
Terwijl ik een goed ritme zoek val ik toch terug tot een plaats of 8. Na een 6km gaat de aardeweg over naar een smal pad dat geleidelijk aan steiler wordt, en waar iedereen op stappen is aangewezen. Intussen krijgen we een prachtig bos voorgeschoteld en zicht op de zee. Als toerist neem ik hier gretig foto’s. Het klimmen lijkt me vrij goed af te gaan, want ik begin weer ‘lopers’ in te halen. Eens boven bij Don Jaco alto zit ik weer in 4e, 5e positie.

12308772_1675771029338468_6236934929891780477_n
Hoewel ik me op basis van het profiel enigszins verwacht had aan een verdere gestage klim, blijken de komende 20km vrij glooiend en rollend te zijn. Ik loop een hele tijd samen met Jhon Jairo. We houden er goed tempo in en proberen af en toe een woordje uit te wisselen, maar door mijn beperkte kennis van het Spaans verloopt de conversatie nogal stroef. Ik zit er dan ook niet mee in dat ik hem tijdens een dalend stuk achterlaat en weer alleen loop. Intussen is ook duidelijk dat een paar van de lopers voor ons kortere afstanden lopen en ik op dat moment 2e in de wedstrijd ben. Mijn tempo gaat zowaar omhoog en ik ben blij verrast dat ik geen moeite schijn te hebben om lang te klimmen aan een beperkte hellingsgraad.

 
Intussen kronkelt de wedstrijd weer over aardewegen door een Nationaal Park, met regelmatig prachtige uitzichten, passages langs watervallen en kleurrijke vlinders. Op de verzorgingspost op 32 km doe ik me te goed aan de watermeloen en overgiet me met water om de hitte weer even de baas te kunnen. Vanaf deze post loopt de route via een smal pad recht omhoog de helling op. De komende 8 km moet nog 1400m geklommen worden. Dat gaat sowieso al stappend, maar de kunst is om er desondanks een goed ritme in te houden. Aanvankelijk lijkt dat ook te lukken, maar gaandeweg krijg ik het toch moeilijker. Het landschap gaat over in open grasland, en naar mijn aanvoelen is de temperatuur nauwelijks gezakt ondanks het feit dat ik nu boven de 2000 meter zit. Tijdens de laatste kilometers van de beklimming via de zuidflank weegt de hitte loodzwaar en ben ik op naar boven harken aangewezen.

12246804_1672137923035112_3983878883405468691_n
Op de GPS track lijkt de route een lus met steel te maken, en ik ga er van uit dat het stuk heen-en-terug over deze steel de finale klim naar de top is. Vreemd genoeg word ik bij de controlepost bovenaan direct verder over de lus gestuurd en wordt de steel dus om onduidelijke reden overgeslaan. Het is me niet geheel duidelijk of ik hierdoor de top mis, maar het is toch een beetje een anti-climax om niet op een top te belanden waar je 360 graden uitzicht hebt (al zit die dan in de wolken). Op de kam loopt vreemd genoeg een bredere weg, maar na een paar kilometer volgt wat mij betreft het mooiste pareltje uit de wedstrijd. De afdaling via de noordzijde door een Bromelia-veld. Deze zijde zit grotendeels in de wolken en het pad loopt via steile modderige treden van amper 20 cm breed als een tunnel door de vegetatie omlaag. Betoverend mooi, en ik kan er extra lang van genieten, want het pad is zodanig moeilijk dat ik maar tergend traag vooruit kom. Ik vind geen goed ritme om de treden te nemen en telkens als ik wat sneller probeer te gaan is er altijd wel een trede waar ik vervaarlijk op begin te glijden.

 
Het pad komt uit op een brede weg die gestaag naar beneden slingert. Zo’n afdaling hakt er in, de pezen beginnen te protesteren, en na een paar kilometer is de fun er ook wel af. Gelukkig hadden de organisatoren er hier en daar wel een doorsteek via een smaller pad in gestoken om het interessant te houden. Deze zijn aangenamer lopen, maar hier en daar ook behoorlijk glad. Op een onoplettend moment schuif ik zelfs onderuit in de berm, maar meer dan 20 cm raak ik niet van het pad af, daarvoor is de vegetatie te dik.

 
Intussen heb ik al een dikke 10 (trage) kilometer geen drankpost meer gezien, terwijl ik er wel één verwacht had, en kan me helaas niet meer herinneren wanneer de volgende komt. Ik heb weliswaar nog water bij, maar snak echt naar iets fris. Als ik bij een knik in de weg een mandarijn aangeboden krijg sla ik die niet af, ik heb de laatste paar uur per slot van rekening ook niets meer gegeten. Fris is die wel, maar mijn maag trekt volledig samen van het zuur. Bij de drankpost op 49 km neem ik dan ook ruim de tijd om te drinken; een paar bekers suikerrietsap en water. Ik krijg er ook een “bocadillo” aangeboden, een klein blokje ingedikt guavesap zo blijkt achteraf.

 
Terwijl ik gezapig de tocht hervat maak ik de denkfout dat het maar een km of 5 meer is (ervan uitgaande dat de race korter geworden is door het niet meenemen van de “steel” naar de top). Als ik plots nummer 3 in de wedstrijd achter me zie opduiken, schiet ik als het ware wakker en begin ik naar beneden te denderen. Op een smal pad dat doorheen kleine tuinen naar beneden slingert mis ik duidelijk techniek en souplesse om het tempo hoog te houden en moet ik verschillende keren inhouden om niet onderuit te gaan. Mijn achterligger heeft dit duidelijk beter onder de knie en blijft goed aanklampen. Met deze ‘paniekreactie’ heb ik dus niets bereikt. Integendeel, deze actie zorgt in combinatie met wat ik op vorige post naar binnen speelde voor een “suikershock” en intussen zit ik voor de 3e keer met een losse veter (daar moet ik toch eens iets op vinden). Terwijl ik stop om mijn veter te knopen is John Jairo al weer 100 m verder, en door mijn dipje heb ik niet meer de energie om hem weer bij te halen en ik ben hem al snel uit het zicht verloren. De laatste 5 km zijn een mentale uitputtingsslag waarbij ik mijn brein tot het uiterste moet bewegen om er een behoorlijk tempo in te houden. Na 7:20 kom ik in deze “carrera más exótica del planeta” als 3e aan in Minca.

Voor eigen foto’s uit Colombia kan je hier een blik werpen.