Grand Trail de Bouillon – La Bouillonannte: leren (niet) te stoppen

Op vrijdag 24 april stond ik iets voor middernacht te popelen op het binnenplein van het kasteel van Bouillon. Hoewel 104km een afstand is waar je alleen maar ontzag voor kan hebben, had ik er echt zin in en wou wel eens weten wat ik hier kon doen. Na wat tromgeroffel werd de start gegeven en konden we het kasteel uit donderen.

kasteel Bouillon

Voorlopig nog geen foto’s van mezelf op de Bouillonnante gevonden. Daarom een beeld van de setting, het kasteel van Bouillon (bron http://2hc.be/old2hc/damas/damas.htm)

Bij het naar beneden lopen merkte ik meteen dat er iets niet in orde was. Om één of andere reden voelden mijn voeten verkrampt aan en leek ik niet goed rond te draaien. Ik ging er van uit dat dit na een paar km wel zou verdwijnen, en op het vlakke stuk naast de Semois liet zich dit minder voelen. Omdat ik me overigens in topvorm voelde draaide ik vlot mee vooraan en waren de eerste km gezellig lopen met o.a. Wouter Hamelinck en Thomas Beirnaert. Het gezelligheidsgehalte bleef vrij hoog tot we na een uur of 3 lopen een mooie bui over ons kregen. Met een degelijk regenjasje aan kon dit de pret niet echt drukken, maar inmiddels merkte ik dat zelfs simpele afdalingen -wat toch een van mijn betere kanten is – echt niet vlot meer liepen en mijn rechtervoet steeds meer pijn ging doen. Dit kon niet verder blijven duren, en ik liet me bewust wegzakken uit de kop om aan een trager tempo de schade beter te kunnen opmeten.

Ik leek me echt te moeten voortslepen, en werd op korte tijd ingehaald door een stuk of 4 lopers waaronder Wim Bastiaens en Droopy. Stuk voor stuk vroegen ze wat er aan de hand was -waarvoor dank (!)- dus ik vermoed dat het maar al te duidelijk was dat ik niet soepel liep. Maar ik was vastberaden om zonder al te veel geforceer naar de post op 52km te lopen en daar te evalueren of ik uitstap of toch riskeer om verder te lopen.

Ik had de Bouillonnante ingepland als “shock week-end” als voorbereiding op de XReid Hardangervidda. Maar omdat de conditie goed zat, en ik deze blessure echt niet had voelen aankomen, viel het toch zwaar dat ik hier niet beter zou kunnen presteren. Een andere moeilijkheid was het afwegen of ik mijn blessure niet te veel zou verergeren door verder te lopen.
Het werd -met een paar uitschuivers- vooral pijnlijk duidelijk dat de afdalingen verdere problemen zouden opleveren.
Maar goed, bij de bevoorrading op 52 km laat ik meteen ijs aanrukken en wrijf ik de pees aan de voorkant van mijn voet goed warm. Dit lijkt vaag te helpen, maar het blijft afwachten wat dit geeft tijdens het lopen. Ik waag het erop, en op de vlakke kilometers die volgen lijkt het zelfs geleidelijk aan beter te gaan… Het feit dat het stilaan licht wordt, ik wordt getrakteerd op een mooi vogelconcert en stilaan ook wat van het uitzicht kan genieten maakt het allemaal wat draaglijker. Ik loop dit stuk volledig alleen en werd tot mijn verbazing niet ingehaald door achterliggers.

Op de bevoorrading na 75 km hoor ik dat ik op dat moment kort achter nummer 7 zit. Eigenlijk had ik hier moeten evalueren of het wel zinvol was om verder te gaan (en was ik achteraf gezien beter uitgestapt), maar het feit dat het weer wat beter leek te gaan en ik geen flauw benul had van wat er zou komen, deed mij na korte massage van mijn voet snel weer vertrekken.
Ik kreeg meteen een behoorlijke helling voorgeschoteld, en gezien ik me ervan bewust was dat ik in de afdalingen veel zou verliezen, probeerde ik dit te compenseren door bergop zo lang mogelijk te blijven lopen (wat achteraf ook al geen goed idee bleek). Op korte termijn leek dit zinvol, want in no-time liep ik weer als 7e. Helaas zou dat niet bijzonder lang duren en werd het me (letterlijk) pijnlijk duidelijk dat de winst die te halen was door bergop door te trekken, veel beperkter was dan mijn verlies bergaf. Bovendien was ik nu mijn bovenbenen nog extra aan het vermoeien, en mijn snelheid kelderde opnieuw zienderogend.

Op de post na 92km was ik nauwelijks nog iets waard, maar opgeven met “slechts” 12km voor de boeg kwam hier niet (meer) in me op. Hier kwam het parcours samen met tal van kortere afstanden, en aanvankelijk vond ik het wel aangenaam om tussen het volk te lopen/stappen. Bergop over de “wall” en op vlakke stukken kon ik nog goed mee met deze lopers, maar bergaf bakte ik er echt niets van, en vond ik het irritant/gênant om zo te zitten sukkelen tussen lopers die slechts een fractie van het aantal kilometers die ik erop zitten had aflegden. Uit miserie besloot ik het lopen te laten voor wat het was en mij te beperken tot stappen. Maar ook dat bleek een ware beproeving. Op afdalingen waar ik anders met plezier naar beneden zou zijn gedonderd moest ik naar beneden schuifelen met de handen op de bovenbenen om de gierende pijn ervan enigszins te kunnen verdragen. Tot overmaat van ramp gaf mijn GPS horloge niet de correcte afstand aan, waardoor het slot nog veel langer bleek dan ik aanvankelijk verwachtte.

Hoewel de regen al uren eerder gestopt was, koelde ik door het stappen af en was ik aangewezen op mijn regenjasje om me enigszins warm te houden. Met regenkap over het hoofd en pijnlijke grimas op het gezicht overschreed ik een paar uur later zo goed als emotieloos de meet, om onmiddellijk door te zetten naar de EHBO tent waar mijn echte finish lag.

Ik had me deze wedstrijd uiteraard anders voorgesteld, en hoewel ik het achteraf misschien anders had moeten aanpakken (opgeven), heb ik er in elk geval veel uit geleerd. De herinneringen aan de prachtige uitzichten blijven ondanks deze zware beproeving sterker dan die aan de doorstane pijn. Met nog een paar mooie wedstrijden in het verschiet zal het er nu vooral op aankomen goed te recupereren en kracht te putten uit deze ervaring.