Les Lucioles… Een gezellige bedoening

Als eerste wedstrijd van het jaar liep ik de 22km avondtrail Les Lucioles. Kwestie van eens iets nieuws te proberen…

Na L’Origole had ik 4 relatieve rustweken ingebouwd, waardoor ik slechts 2 weken had om me enigszins voor te bereiden. Helaas ging het vrijdag van de 1e week al mis en werd ik overvallen door de griep, waardoor ik 4 dagen buiten strijd was, en 4 dagen later stond ik aan de start… Niet echt ideale omstandigheden, dus dat zou afwachtten worden hoe het liep…

Voor het eerst in mijn loopcarrière geraakte ik niet op tijd uit het sanitair. Onder andere omstandigheden zou ik dit al een half drama gevonden hebben, maar nu kon ik me er gerust bij neerleggen om volledig achteraan te startten. Alhoewel, na 100m viel het tempo voor het eerst stil en bij het eerste smalle modderpaadje was het stapvoets rijtjeschuiven. Ik probeerde naar voren op te schuiven, wat in de massa (een goeie 500 lopers) niet zo evident bleek. Pas na 5 km, in de buurt van een kasteel bij Pepinster, kon ik een beetje doorlopen.

Van dan af liep ik constant in te halen, zonder al te opdringerig te zijn als ik even moest wachten bij het naar boven stappen. Het parcours was werkelijk subliem, met stijle beklimmingen en dito technische afdalingen. Helaas bleek zich onder mijn Salomon Lab Sense SG schoenen al snel een modderkoek te vormen waardoor ik nauwelijks nog grip had en toch wat minder durfde in de afdalingen. Ook het gebruik van een handlamp leek niet ideaal als je molenwiekend naar beneden wil denderen, al maakt die het je wel makkelijker om af en toe rond te kijken en de omgeving op te nemen.

Naarmate ik opschoof waren de lopers een stuk dunner bezaaid, maar ik kreeg geen idee van hoever ik vooraan liep. Het feit dat ik zeer vlot bleef inhalen had een belletje moeten doen rinkelen dat ik qua tijd ver onder mijn niveau liep… In elk geval mocht de wedstrijd voor mij nog een stuk langer duren, maar een perfecte training was het in elk geval, met als kers op de taart nog een mooie eindsprint.

Ondanks het feit dat deze wedstrijd voor mij verre van ideaal verliep, heb ik mij zelden zo goed geamuseerd. Nagenietend en keuvelend bij een spaghetti en een lekker biertje in een verwarmde tent en een halve discobar aan de finishlijn durf ik te zeggen dat dit met grote voorsprong de gezelligste wedstrijd is die ik ooit liep.

L’Origole: stevig doorbijten

Zoals ik in mijn vorige blogpost aankondigde, liep ik op 6 december de nachtelijke L’Origole. Een wedstrijd van 82km, verdeeld over 3 verschillende lussen, met start om 22u.

Twee weken ervoor nam ik ook deel aan de Velpe-Mene trail om een wedstrijdtraining in te lassen. Hoogtemeters zou ik er niet echt trainen, maar wel ideaal om modder-ervaring op te doen. De eerste 10 km van de wedstrijd waren vrij snel en ik liep al vanaf de eerste 100m alleen op kop. Een ronde in het bos met glibberige knuppelpaden maakte het al wat interessanter, en daarna volgden toch menige stroken zuigende modder. Een paar keer maakten de uiteindelijke nr. 2 en 3 aansluiting, maar ik had duidelijk meer reserve om in de slotstroken het tempo hoog te houden en als eerste over de meet te komen van de 27km. Zeker een aanrader om eens goed door te (leren) trekken in de modder, en met de zwaarste stukken naar het einde, ook een goede uithoudings- en doseringstraining!

Maar nu naar zaterdag 6 december. In de namiddag trok ik in gezelschap van Wouter Hamelinck aka P’tit Yeti, Sévérin en Droopy met de Thalys richting Parijs. Aangekomen in Le-Perray-en-Yvelines proberen we, met nog 2u te gaan voor de start, nog even te rusten in de sporthal. Met toenemend rumoer van zowel de speaker als de toestromende deelnemers met vrij beperkt succes. Dan maar stilaan aankleden.

Ik had nog nooit een dergelijke afstand in het donker en onder winterse omstandigheden gelopen, en was onzeker hoe slaperigheid en kou zich zouden laten voelen. Ondanks mijn schrik om door de kou overvallen te worden, gokte ik erop dat een T-shirt met lange mouwen en dunne handschoenen wel zouden volstaan. In het ergste geval had ik dikkere handschoenen, een jasje (en het verplichte veiligheidsdeken) in mijn looprugzak en na elke lus kan je desnoods kleding wisselen in de sportzaal.

Door de gezamenlijke start met de deelnemers van de andere afstanden (32 en 52 km) werd er stevig doorgelopen. In tegenstelling tot het gros van de wedstrijden dit jaar nestelde ik me niet in de kopgroep, maar toch leek mijn starttempo me hoger te liggen dan enige andere wedstrijd van dergelijke afstand waaraan ik eerder deelnam. Vrij snel werden we over licht modderige bospaden gestuurd. Met de volle maan die het landschap bijlichtte kreeg ik er zin in en dacht ik ondanks de duisternis tijdens deze race toch wat van de natuur te kunnen genieten.

Lus 1

Lus 1

Helaas had ik het na 15km wel gehad wat ‘genieten’ betreft en had ik andere zaken aan mijn hoofd… En het feit dat mijn achillespezen een pak meer protesteerden dan ik gedacht had, hielp ook niet bepaald. Door de snelle start hadden mijn handen nog geen seconde kou gehad, maar mijn handschoenen werden wel vochtig van zweet en mist. Geleidelijk aan verstijfden mijn handen van de kou, en besloot ik te stoppen om dikkere handschoenen aan te trekken. Met mijn klamme handen duurde het verscheidene minuten voor ik dat voor mekaar kreeg en aanvankelijk leken mijn handen niet echt op te warmen. Vergeefs probeerde ik de verpakking van een Journeybar -die anders super-eenvoudig te openen valt- te openen; gehandschoend, met blote handen, met tanden,… Toen ik doorhad dat ik aan de andere kant moest proberen ging het iets vlotter, maar dat mocht wel stilaan, ik was echt al aan het verlangen naar de bevoorrading in de warme sporthal. Na al die rompslomp kreeg ik op het einde van de ronde gelukkig weer het gevoel dat ik aan lopen toekwam, waardoor ik mijn eerste passage in de sporthal bewust kort hield.

Wouter startte iets vlotter dan ik, maar ik kruiste hem een paar keer in de eerste 10-15km, maar na het geklooi met mijn handschoenen zag ik hem niet meer terug. Droopy en ikzelf liepen wel het grootste deel van de tijd in elkaars buurt, maar hij zou na de 1e ronde opgeven met buikklachten.

De 2e ronde vatte ik aan samen met een loper die als 6e van de 82km was binnengekomen, maar die ruim de tijd had genomen om droge sokken aan te trekken. Op de eerste 2 geasfalteerde kilometers van de lus maakten we goed tempo. Als ik me even aan de kant zet voor een pitstop loopt een loper me voorbij. Hem haal ik later weer bij, maar de persoon waarmee ik de ronde aanvatte dook ergens mysterieus het bos in en zou ik niet meer terugzien.
Ondanks het feit dat deze lus vrij vlak is loop ik hier zeer traag, achteraf gezien te traag. Mijn brein werkt niet echt mee, mijn benen voelen nu al zwaar en mijn handen ervaren alle mogelijke temperaturen. Vooral bij passage door open mistige stukken laat de koude (met temperaturen die inmiddels onder het vriespunt liggen) zich goed voelen. Ik loop echt kilometers af te tellen en voel me gedesoriënteerd. Onder anderen door passage in tegenovergestelde richting over 2 identiek uitziende bruggen langs het water en een ontmoeting met een loper die ervan overtuigd is dat ik mis loop (maar die in tegenovergestelde richting blijkt te lopen).

Lus 2: no comments

Lus 2: no comments

Na lus 2 neem ik ruim mijn tijd bij de bevoorrading. Onderweg had ik mijn zinnen gezet op een warme thee, maar die blijken ze niet te hebben. Kwestie van iets warm binnen te hebben laat ik me koffie inschenken, maar na een kleine slok giet ik de rest weer weg. Droopy is er komen bijstaan en geeft terwijl hij een zak gelletjes uit mijn rugzak vist nog eens de reden voor zijn opgave; behalve buikproblemen kon hij ook niet echt genieten van de race door de eentonigheid van het parcours.

Die gedachte nestelt zich in mijn hoofd bij het begin van de 3e lus. Na een paar eentonige vlakke kilometers ben ik eindelijk aan de eerste hellingen toe. Korte stijle beklimmingen en afdalingen (waarop het me niet lukt om vlot naar beneden te lopen) die elkaar snel opvolgen… uiteindelijk ook vrij eentonig. Naarmate ik meer afdalingen in de benen krijg lijkt mijn techniek te verbeteren en slaag ik erin toch enige vaart te maken. Intussen is de bosgrond helemaal berijmd en kan ik de omgeving bij momenten weer apprecieëren in het schijnsel van de maan.

Door de reflecterende markering is het pad goed te volgen, maar tijdens deze lus moet ik toch een tiental keer halt houden om met mijn lamp naar de volgende markering te speuren. Groot is mijn verbazing als ik na een kleine 15km een loper kruis die uit de andere richting kwam. Deze keer kreeg ik duidelijk de boodschap “continuez” mee. De komende 5km kwam ik nog een loper of 5 tegen, waaronder Wouter. Hij weet me te vertellen dat zij in de verkeerde richting lopen, maar al te ver waren doorgelopen om nog om te keren. Als ik na een goeie 70km hoor dat ik nog 12km te gaan heb en iets leter verneem dat ik als eerste in de “goede richting” loop, denk ik dat ik “virtueel” in de kop van de wedstrijd loop. Maar als ik een dikke 6 kilometer later hoor dat ik nog een “dizaine” km te gaan heb, is dat even slikken. Ik probeer het niet te veel aan mijn hart te laten komen en verder door te zetten, maar stilaan wordt het toch harken… Na 9:19 en met 88km op de teller kom ik terug in de sporthal aan, blijkbaar als 3e finisher (een stuk achter de nummers 1 en 2).
Het volgende half uur ben ik niet meer weg te slaan uit de bevoorrading… En zeggen dat een gedroogde pruim met een stuk kaas nog eens goed kan smaken.

Ik ben blij dat ik deze race heb meegedaan, en nu volmondig kan zeggen dat lopen in het donker ook wel lukt, maar ik sta niet direct te springen om binnenkort nog iets dergelijks te lopen. Dit is dan allicht ook de eerste wedstrijd die ik niemand zou aanraden, tenzij je aan een dergelijke uitdaging toe bent.