Lopen doe je ook met je hoofd

Om 2018 wedstrijdgewijs in te zetten trok ik in januari naar de Trèfle à 4-feuilles, in februari naar de Trail des 3-vallées en in maart naar de Trail au Fil du Bocq. Op allerlei vlakken waren dit zeer uiteenlopende wedstrijdervaringen en speelde het mentale aspect een niet te onderschatten rol. In plaats van een klassiek wedstrijdverslag ga ik hier in op dit contrast.

Trèfle à 4-feuilles

Mentaal klaar om te presteren? Het was even geleden, maar voor de Trèfle (42 km) was ik toch enigszins nerveus en stond bij de start dan ook behoorlijk te popelen. Nadeel was dan wel dat er van de voorgenomen behouden start niet veel in huis kwam en ik al tijdens de eerste kilometers in de top-5 liep. Gaandeweg polsend naar welke afstand mijn medelopers liepen, bleek al snel dat zij voor kortere afstanden gingen en ik dus voor de langste afstand op kop liep. Gezien ik nog behoorlijke twijfels had hoe ik de kilometers boven de 30 zou verteren (in training was ik amper in de buurt van 25 km geraakt) werd het kwestie de rest van de wedstrijd gecontroleerd te lopen.

IMG_2813

Zie de goesting!

We lopen door. Eén van de lopers waar ik de eerste lus (van 4) mee samen liep was Jonathan Van Londersele, hij liep 3 lussen en gaf een zeer sterke indruk. Tijdens de 2e lus liet ik me wat uitzakken en kreeg ik gezelschap van Koen Van Roey. Na wat gekeuvel over komende loopplannen werd het stilaan menens en was het kwestie van mijn krachten goed te spreiden. Tijdens de 3e lus liep Koen regelmatig op me uit tijdens de afdalingen, maar in de beklimmingen haalde ik hem -weliswaar naar het einde ervan- terug bij. Dit scenario herhaalde zich een paar keer en ik kreeg er vertrouwen in dat we lus 3 samen zouden uitlopen en maakte me mentaal sterk dat de winst binnen zou zijn als we samen lus 4 aanvatten. Het beste was er echter duidelijk af, maar dat bleek ook bij Koen het geval. Luttele seconden nadat we dat ook met zoveel woorden tegen elkaar zeiden bleek ik stilletjesaan van hem weg te lopen. De passage over een geploegde akker met klevende modder voelde een pak zwaarder aan dan 4 jaar geleden en ook het wedstrijdslot leek langer (was dat echt zo -volgens mijn gps-horloge alvast wel- of liet mijn geheugen me in de steek?). Met deze winst was het jaar alvast goed ingezet.

De evaluatie. Ondanks winst had ik het gevoel dat er toch nog heel veel werk aan de winkel was. Echt vlot liep het allemaal niet, en mijn tijd van 3:17 was nu niet bepaald bijzonder, zeker als je weet dat ik in 2014 3:10 (toen het parcours mogelijks wel een km ofzo korter was) liep en ik erna nog veel verbetering in mijn looptijden realiseerde. Wat er ook van zij, ik had zoiets van “wat koop ik ermee”…

Trail des 3-vallées

Mentaal klaar om te presteren? Van nerveusheid was er voor de 3-vallées veel minder sprake, al was de goesting om er in de sneeuw te lopen wel zeer groot. Metaal fris was ik evenmin, het leek alsof ik de werkstress op die vroege zaterdagochtend nog niet van me af had kunnen schudden… Ik startte relatief rustig en kon tijdens de eerste beklimming ergens rond de 5e positie meedraaien. In de eerste afdaling raakte ik in de sneeuw en modder echter helemaal niet uit de voeten, had ik het gevoel dat ik ongelooflijk aan het knoeien was en werd ik ingehaald door een man of vier. Objectief gezien nog niets aan de hand, maar in het kopke was het toch al snel van “’t is mijn dag niet”,”de conditie is een stuk minder dan ingeschat”,… En misschien nog het strafste was dat ik op dat moment uit het oog verloor dat -gezien er nog lopers van 2 kortere afstanden meewaren- ik bijna zeker nog in de top-5 liep, en mijn frank pas viel toen ik de uitslagen zag. Op ultra-afstanden kan je je dan nog eens herpakken, maar als je op kortere afstanden zo vroeg het kopke laat hangen staat het in de sterren geschreven dat het gene vetten wordt…

27912721_182652955840703_7911547759088564490_o

Foto: Rudy Bertrand – Op de sukkel

We lopen door. Hoewel de full-on race modus overduidelijk af stond, bleef ik toch comfortabel meedraaien en kon ik aansluiting vinden bij 2 andere lopers. Zij bleken de 21km te doen, maar gezien we nog geen splitsing gepasseerd waren, was dat geen probleem. Met uitzondering van de eerste kilometers liep het parcours grotendeels over onverharde paden, was het verassend gevarieerd en bedekt door een prachtig sneeuwtapijt. Ik heb geen idee of de sneeuw er voor wat tussen zit, maar onbewust moeten we ergens een afslag gemist hebben. We bleven weliswaar markeringslinten zien, maar terwijl we over de weg naar beneden denderden maakte een automobilist ons duidelijk dat we helemaal verkeerd zaten, maar dat er niets anders op zat dan binnen te lopen. Hierdoor kwamen we al na 21 km langs de verkeerde kant over de finish. Maar omdat ik hiervoor niet naar Couvin gekomen was, zette ik snel weer aan om in tegenrichting nog een paar kilometers als training mee te pikken. Aanvankelijk was ik wat uit mijn ritme, maar als ik op de finale lus van de 31 km uitkwam was ik weer aangenaam aan het cruisen. Wanneer ik voor de 2e keer over de finish kwam, had ik 38 km op de teller, wat toch kan tellen als training.

De evaluatie. Het mislopen was natuurlijk balen, maar ik kon er snel vrede mee nemen. Ik had me goed geamuseerd en had er, door het lopen van een extra lus een zeer mooie training van gemaakt waarop ik gaandeweg toch weer mooi snelheid aan het maken was. Dat vlot naar beneden lopen op de langere en steilere stukken een fameus werkpunt is, was nu wel overduidelijk geworden. Een tikkeltje frisser, minder last van blessure en wat meer durf zou wonderen doen!

Trail au Fil du Bocq

Mentaal klaar om te presteren? De 51km van de Trail au Fil du Bocq bleek ook een wedstrijd in lussen te zijn. Door wat tegenslagen tijdens de trainingsopbouw – stevige griep in combinatie met reductie in training na shockwave behandeling – stond ik hier zo mogelijk nog afwachtender aan de start. Doordat er vrij rustig werd gestart zat ik hier toch in de kopgroep die na een paar kilometer al op handen en voeten aan het klimmen was. Niet veel later kwam de eerste verassing toen we lopers die deze beklimming onbewust afgesneden hadden weer aan het bijhalen waren, maar naar het einde van lus 1 waren deze lopers allemaal terug opgeraapt en liep ik weer mee op kop.

29665587_10215490162066870_2545539959305124391_o

Foto: Laurent Germain

We lopen door. In de 2e lus zat een verassende passage door een actieve steengroeve waar ik samen met  Guillaume Deneffe door de modder ploeterde. Ik draaide nog vrij goed mee rond, maar Guillaume was overduidelijk de betere loper en tegen halverwege de 2e lus had hij al enige voorsprong gepakt en liep ik er in 2e positie achter. Bij de drankpost voor de laatste lus, en supporters langs de weg hoorde ik echter dat de voorsprong nog beperkt was, waardoor ik toch stevig door bleef lopen. Rond 40 km maakte ik een eerste foutje door op een recht stuk zonder markering even om te keren om dan te besluiten dat ik toch juist zat. Het noodlot sloeg echter toe rond km 47-48. Ik was op dat moment juist zeer goed op dreef en als ik bij een splitsing kom waarvan de ene afgezet is met een lint ga ik als vanzelf de andere richting uit. Op dit stuk loop ik samen met lopers van een andere afstand en ben constant aan het laveren om ze voorbij te steken. Na een paar kilometer begint het me te dagen dat er iets niet helemaal klopt en vraag ik uiteindelijk aan één van de lopers welke afstand hij loopt en aan hoeveel kilometer hij zit; op 6 van de 16 km zo blijkt (ik ging er van uit dat deze lopers in hun slotkilometers zaten en het parcours daarom even samenkwam). Ik keer maar om en raap al snel andere lopers van de 51 km op die dezelfde fout maakten. Bij de meesten is de goesting om stevig door te lopen hierdoor even weg. Aan de splitsing gekomen maak ik het afsluitlint los in de hoop dat wij hier de laatsten zouden zijn die misliepen en zet de (extra) slotkilometers in. De laatste afdaling die over een veld vol putten loopt kraakt me helemaal, en met 58 kilometer op de teller ben ik hier helemaal klaar met de race.

29694541_1488312404613499_4301228299602421981_n

Foto: CM photographies

De evaluatie. De 2e plaats die ik hier verspeelde was weliswaar bitter, maar het vertrouwen dat ik eind april het Alpine Trailrunning Festival wel zou overleven werd door de extra kilometers groter en dat was op dit moment in mijn training ook van niet te onderschatten waarde. Bovendien was het parcours er hier ook eentje om de vingers van af te likken, zeker een aanrader!

Advertenties

2017: Race management 101

Wie me een beetje volgt heeft allicht al door dat 2017 een stuk anders verliep dan gepland/gehoopt. Ondanks de teleurstelling dit najaar niet meer aan de bak te (kunnen) komen en het eindeloos durende gevecht om er weer te staan, kijk ik hier toch met plezier terug op de mooie loopervaringen in 2017.

Mijn eerste flashback: de Lakeland100. Wat een belevenis! Deze wedstrijd(ervaring) vertegenwoordigt alles wat me aantrekt in het ultralopen: de onzekerheid over wat er op je afkomt, de wijdse landschappen, de mix tussen technische passages en beloopbaar terrein, de confrontatie met de elementen, de camaraderie, plezier, emoties, mentale strijd en (tot op zekere hoogte) de pijn.

Het jaar begon redelijk goed met een 2e plaats op de Trail du Mont, een stevige Trail by the Sea, winst in de North-C-trail en een behoorlijke Crêtes de Spa (na een weekje ziek). In april kregen mijn pezen het, ondanks een korte rustigere periode, al lastig, maar de solo tijdens de Trail des Idyles schepte weer wat vertrouwen.

Race management

Tijdens daaropvolgende wedstrijden was ik naast de “gewone ongemakken” nog eens extra aangewezen op een goed “race management”. Verwachtingen bijstellen en de opties voor het verder aanpakken van de wedstrijd afstemmen op de steeds veranderende omstandigheden… Ik heb er mijn deel wel van gehad in 2017. Het vierkant ronddraaien tijdens de Grand Trail et Lac et Chateaux, waar ik mijn snelheid moest bijstellen om te overleven, maar uiteindelijk nog als 2e kon finishen. Het wegzakken tijdens Lavaredo, waar ik mezelf tevergeefs wat tijd gaf om na behoorlijk wat gezwalp te herpakken, en vervolgens moest besluiten dat er niets meer uit te halen viel. Om tot slot tijdens de Lakeland100 vast te stellen dat het ondanks de misgelopen training bijzonder goed gaat, maar dan geconfronteerd te worden met het opkomen van een nieuwe blessure.

sportograf-111822673

Trail de Bruxelles – blij dat ik nog eens goed kon doorlopen. Foto: Sportograph

Blessure management

De rest van het jaar was ik echter aangewezen op blessure management (zie hieronder voor een aantal “hulpmiddelen” die me uiteindelijk hielpen om erbovenop te raken). De Trail de Bruxelles verliep nog behoorlijk, maar deed me ook beseffen dat er nog een lange weg af te leggen was om terug op langere afstanden aan de bak te komen. Daarnaast strooide de regelmatige terugval tijdens langere trainingen roet in het eten, zodat ook de Trail des Gueules Noires van mijn programma geschrapt werd en ik me met een verticale kilometer op de Gentse skihelling tevreden moest stellen om het jaar af te sluiten. Deze laatste vormde echter een leuke uitdaging en gaf een indicatie dat het stilaan de goede richting uitgaat. De eerste test komt er op 14 januari al aan met de Trèfle à quatre feuilles, dat zal met een klein hartje zijn…

IMG_2567

Licht aan het einde van de tunnel in Sarajevo

Ik kom van ver

Ten opzichte van vorig jaar (ca. 4700 km) kende ik logischerwijs een redelijke terugval in aantal kilometers (3944 km), maar dit blijft voor velen een onvoorstelbare afstand. De trainingen brachten me bovendien ook op unieke plekken zoals de Ambassador trail in Sarajevo en langs de Stille Oceaan in Lima, Peru en doen me beseffen hoe belangrijk het is om van het lopen te genieten.

Ik wil dan ook iedereen bedanken die me gesteund heeft. In de eerste plaats denk ik aan mijn vrouw en kinderen, die ik naast de vele uren van huis ook nog eens meesleurde naar het regenachtige Engelse Merendistrict. De vele trainingen zijn één ding, maar een geblesseerde loper waar je het huis mee moet delen is allicht ook niet alles… Ik prijs me dan ook bijzonder gelukkig dat ze me de ruimte geven om dit te doen, me erin steunen en we de laatste meters van de Lakeland100 samen konden afleggen. Ook dank aan de trainingspartners Wouter, Tom, Jelle, RC Gent waarmee de kilometers een stuk lichter gaan wegen. Christophe Thomas van TraKKs die een laatste poging deed om me in Lavaredo weer op gang te krijgen en begrip toonde voor het blessureleed waar ik een groot deel van het jaar mee kampte en mijn sponsors TraKKs inov-8 Benelux die me toegang gaven tot excellent materiaal (zie ook hieronder).

 

Naschrift voor de liefhebbers

een korte opsomming van de nieuwe hulpmiddelen en het materiaal waar ik in 2017 mee kennismaakte

Om blessures onder controle te krijgen is het vaak noodzakelijk om oefeningen op regelmatige basis uit te voeren. Als dat een paar weken duurt lukt het mij nog om die discipline op te brengen, maar als een paar weken maanden worden is het al weer een ander verhaal, zeker als het dan nog eens de bedoeling is om dit ’s ochtends en ’s avonds te doen. Aanvankelijk probeerde ik me te motiveren door dit op papier bij te houden, maar dat verwaterde ook behoorlijk snel. Dit najaar vond ik echter de volgende 2 apps waarmee ik erin geslaagd ben om de routine makkelijker te onderhouden en ook terug op te pikken als ik al eens een steek liet vallen.

Coaching – PeakLevel: 

Maar zelfs met deze routine en opvolging van kinesist kwam ik er niet uit. Ik was al even aan het overwegen om met een coach te werken om naar grotere doelen toe te werken, maar uiteindelijk was het slabakken de laatste maanden de druppel om dit ook effectief te doen. Sinds december werk ik met Tim De Vilder van PeakLevel.

Materiaal:

  • Merino T-shirt: Ok, deze dateert al van 2016 maar heeft zijn nut ook in 2017 meermaals bewezen.
  • Noodregenjasje – Inov-8 AT/C Ultrashell: Zeer goed ultralicht jasje dat niet tegen je vel gaat kleven als je onderkledij met korte mouwen draagt, een echte aanrader. In combinatie met het Thermoshel jasje ook perfect in koudere omstandigheden.
  • Rugzak – Race Ultra BOA: Zit zeer goed, wat mij betreft het beste systeem om met een waterzak te lopen omdat de zak perfect op zijn plaats gehouden wordt door een systeem dat je kan aanspannen naarmate de zak leger raakt. Ik ben fan, maar anderzijds moet ik vaststellen dat ik te weinig drink om er echt voordeel uit te halen tijdens de gemiddelde ultra.

Schoenen (inov-8):

  • X-Talon 225 – De Trail du Mont was me aangekondigd als modderfestijn, dé ideale gelegenheid om dit zwaar geschut uit de kast te halen. Ik was zowaar teleurgesteld dat het niet zompiger lag…
  • Trailtalon (250) – Ideale schoen voor “roulante” trails en droge omstandigheden. Deze is me vooral goed bevallen in het zand.
  • Roadtalon 240 – Deze schoen zet je zowaar aan om meer op de voorvoet te gaan lopen en reserveer ik intussen voor snelle trainingen op de weg of op piste.
  • Terraclaw 250 – Mijn trailschoen met de meeste wedstrijdkilometers is de Terraclaw 220. Het “250 model” heeft 8 mm drop i.p.v. de 4 mm op de Terraclaw 220, is een stuk stugger en voelt echt aan als een andere schoen aan, maar biedt wel de vertrouwde grip. Ik koos voor deze schoen met hogere drop op de Lakeland100 in de hoop mijn Achillespezen wat te sparen.
  • Parkclaw – Dit lijkt een perfecte trainingsschoen te gaan worden om de Brusselse parken en het Zoniënwoud onveilig te maken. Ik ben alvast fan!

Een gigantische leerschool dus…

Wat een nasleep

Na de Lakeland100 waren mijn beenspieren een paar dagen volledig “leeg”. In verhouding tot de geleverde inspanning had ik echter geen noemenswaardige spierpijn en mijn Achillespezen bleken zelfs minder gehavend dan na andere wedstrijden eerder op het jaar. Zondag, de dag na de wedstrijd, raakte ik met de beste wil van de wereld niet verder dan wat schuifelen. De familiewandeling in Grizedale op maandag voelde dan ook als een hele opgave, maar gaandeweg voelde ik doorheen de week mijn spieren herstellen. Woensdagavond had ik nog wat energie over om een klein verkenningstochtje te maken op het pad achter ons vakantiehuisje. Daarop vertrokken we de dag erna om The Old Man of Coniston te beklimmen, maar tijdens een serieuze plensbui maakten we toch vroegtijdig rechtsomkeer. Met het einde van ons verblijf in het Merendistrict in zicht nam de goesting om zelf wat pieken te verkennen toe, maar het ontbrak me aan energie om dit effectief te doen. Meteen een goeie reden om nog eens terug te keren naar dit fascinerende gebied en me te gaan verdiepen in de Bob Graham Round…

DSC_5611

The day after

Mijn eerste looppassen na de Lakeland100 voelden zeer houterig aan. Na een paar trainingen begon het weer te vlotten, maar als ik langer dan 45 minuten liep, begonnen de bilspieren en heupbuigers fameus te protesteren. Niettemin begon ik plannen te maken voor het najaar en bleef ik proberen om wat langere en snellere trainingen in te lassen. Ondertussen zijn we twee maand verder en zijn de plannen weer opgeborgen. Het opbouwen naar langere trainingen verliep als de processie van Echternach en ook de Achillespezen begonnen weer fameus op te spelen waardoor ik opnieuw een verplichte rustperiode moet inlassen. Stiekem hoop ik op het einde van dit jaar nog eens te kunnen pieken, maar voorlopig is het niet het moment om iets te forceren. Dat geeft me echter wel wat tijd om de opgedane ervaring tijdens de Lakeland100 te overdenken en uit te schrijven.

IMG_2429

Beter wordt het niet.

Mentaal trukenwerk

De belangrijkste factor om een ultratrail tot een goed einde te brengen is zonder discussie een goeie voorbereiding. De realiteit is dat dit qua training (bij mij althans) zelden optimaal verloopt, en voor de voorbereiding op Lakeland100 is dat nog een serieus understatement. Hoewel ik, zeker gezien het herstel achteraf, niemand zou aanraden om met onvoldoende voorbereiding een dergelijke tocht aan te vatten, ben ik nog meer overtuigd geraakt van het belang van een goeie mentale voorbereiding. Nadat ik de klik gemaakt had toch te willen starten, maar zonder competitieve doelen, was ik er (grotendeels onbewust) dagelijks mentaal mee bezig dat het een hele opgave zou worden om te finishen en dat ik voor het eerst eens écht traag moest starten.

Ik slaagde daar effectief in tijdens de wedstrijd, maar heb er meteen ook uit geleerd dat ik voor een dergelijke wedstrijd sowieso niet of nauwelijks sneller zou mogen starten. Al was het maar omdat ik in de buurt van een aantal (eerdere) sub-24u finishers zat, en ik me kan voorstellen dat het sneller afleggen van de 2e wedstrijdhelft een ongelofelijke mentale boost moet geven. Hopelijk lukt het me ooit om dit in de praktijk te brengen als ik beter getraind ben…

Ook de mentale truuk om de hulpposten te vieren en aan run-walking te doen hielp enorm, deze laatste had ik gehoord in deze podcast met Jef Galloway (https://runnersconnect.net/running-interviews/jeff-galloway/). Over podcasts gesproken, het Talk Ultra interview met Tom Withers, de laatste finisher van de Dragons Back race van 2017 (https://iancorless.org/2017/06/15/episode-137-camille-herron-tom-withers-and-tania-hodgkinson/) vormde eveneens een enorme motivatie tijdens deze moeilijke voorbereiding.

Ultraveel eten en drinken?

Ik heb niet exact bijgehouden wat ik precies at en dronk tijdens deze 28,5u, maar kan dit voldoende gedetailleerd reconstrueren om er wat uit te leren en te concluderen waar er nog aan gewerkt moet worden.

Wat drinken betreft liep ik met de Inov-8 Race Ultra Boa. Deze rugzak heeft een (overigens zeer goed zittend, aanpasbaar) reservoir van 2 liter, dat ik tot 1,5 liter vulde. In totaal heb ik de zak 3 keer laten bijvullen, maar telkens was er maar ongeveer de helft uit. Ik dronk m.a.w. om en bij de 3 liter water. Daarnaast dronk ik vanaf de 2e controlepost telkens een beker thee wat (met <0,2l x 15) ook een kleine 3 liter in totaal vormde. Op zich is dit niet overdreven veel, maar ik volgde gewoon mijn dorstgevoel en had ook op geen enkel moment het gevoel dat dit te weinig zou zijn en moest zelfs frequenter plassen dan tijdens eerdere lange ultras. Achteraf gezien was lopen met soft flasks handiger geweest omdat ze sneller bij te vullen zijn, je minder meesleurt en ook goed in de gaten kan houden hoeveel water je nog bijhebt.

Wat eten betreft was de eerste wedstrijdhelft merkelijk anders dan de 2e: de eerste helft at ik op regelmatige tijdstippen een bar of vaste fruitgel, de 2e (weliswaar iets minder intensieve) helft at ik bijna uitsluitend “echt eten” (pasta, stoofpotje) op de hulpposten, terwijl ik tussendoor verschillende uren enkel water dronk. Op een kleine opstoot van hypoglycemie door het eten van een handvol druiven na, ondervond ik geen problemen met beide strategieën en durf ik te stellen dat mijn lichaam bijzonder efficient moet zijn om vetten te verbranden. Om echt op het scherp van de snee te lopen is er allicht nog werk aan de winkel, maar ik vermoed dat het opsporen van voedingsmiddelen die me (onder wedstrijdomstandigheden) een suikercrash kunnen bezorgen belangrijker is dan de hoeveelheid koolhydraten die ik probeer binnen te spelen…

Dit zijn uitsluitend eigen observaties, en ik vrees dat iedere loper op het vlak van eten en drinken zelf moet uitzoeken wat werkt. Maar op één of andere manier komt het er toch op neer om de vetverbranding te maximaliseren en niet met een klotsende maag rond te lopen. Over hoe je dat precies traint durf ik me niet uit te spreken, maar ik durf wel te zeggen dat het consumeren van sportdrank tijdens lange duurlopen niet helpt om je lichaam hierop te trainen en confrontaties met de man met de hamer te vermijden tijdens afstanden boven de 35 km.

En nu…?

Ik begon deze blogpost met het verhaal van mijn moeizame herstel, maar wil toch afsluiten met een korte vooruitblik. De eerste prioriteit is momenteel om naar mijn lichaam te luisteren en niets te forceren. Ik snap er zelf nauwelijks iets van waarom het nu zó moeilijk moet zijn om weer soepel meer dan 12 kilometer te lopen, maar heb er vertrouwen in dat mijn geduld beloond zal worden. Dat blijft een moeilijke evenwichtsoefening, want als het even kan wil ik voor het eind van het jaar nog eens goed vlammen. De Trail de Bruxelles eind deze maand wordt allicht een eerste lange training, en ook de Marathon van Kasterlee zal te vroeg komen om potten te breken, maar wie weet wordt de Trail de Gueules Noires wat? Aan de goesting en plannen zal het in elk geval niet liggen! En naar volgend jaar toe hangt veel ervan af wat de Western States loterij brengt.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit tijdens Lakeland100

[Find the English version of this story here]

In aanloop naar de wedstrijd

Ik deed midden maart een dansje toen ik hoorde dat ik eind juli de Lakeland100 mocht lopen. Ik had mijn zinnen op dit soort lange en ruige wedstrijden gezet. De Lakeland100 is een iconische wedstrijd van 105 mijl (169 km) in het Engelse Merendistrict.

Wist ik toen veel dat mijn voorbereiding volledig in de soep zou lopen. Ik had mijn Achillespezen een jaar min of meer in toom kunnen houden, maar in aanloop van de GTLC op het einde van mei werd het ineens teveel en kwam ook mijn deelname aan de Lavaredo Ultra Trail eind juni in gedrang. In mijn naïviteit dacht ik dat ik het in deze laatste wel zou redden en schoot na het startschot als een pijl weg, om vervolgens compleet in te storten en na een goeie 30 km te stranden. Gelukkig leek ik hiervan wel goed te herstellen, maar een echo leerde me dat mijn pezen er toch erger aan toe waren dan gedacht en ik kreeg een loop-stop voorgeschreven met slechts 3 weken te gaan. Mijn eerste reactie was dat ik de Lakeland100 nu wel op mijn buik kon schrijven en het helemaal geen zin had om hieraan te beginnen, maar het idee om toch te starten bleef me bezighouden. In plaats van het los te laten bereidde ik me mentaal voor om een stuk trager dan gewoonlijk te lopen in de hoop dat dit me verder langs het parcours zou voeren, en wetende dat uitstappen de meest waarschijnlijke uitkomst zou zijn.

Na 12 dagen niet gelopen te hebben deed ik een poging om de benen weer te laten rollen. Het voelde moeizamer dan ervoor, maar verbeterde tijdens daaropvolgende trainingen. Mijn kinesist raadde me echter aan om slechts om de dag te lopen. Met minder dan een week te gaan deed ik een poging om toch eens 10-12 mijl op de weg te lopen. Dit ging redelijk. Gelukkig maar, anders leek het me al zeker een slecht idee om te starten.

De dinsdagavond, 3 dagen voor de wedstrijd, namen we de ferry Zeebrugge-Hull om onze familievakantie in het Merendistrict door te brengen. Onderweg verbleven we eerst 2 dagen in de North Pennines, waar ik al eens op vergelijkbaar terrein kon lopen en er aan kon wennen om een hele dag met doorweekte voeten rond te stappen. Op vrijdag arriveren we ongeveer 2,5u voor de start van de wedstrijd in Coniston. Dat blijkt net voldoende tijd om mijn startnummer op te halen, in te checken in ons vakantiehuisje en terug te keren voor de briefing, die me –doorspekt met anekdotes en Britse humor– meteen in een goeie “lakelandfamily” stemming brengt.

*opgenomen in het boek van Ian Corless: “Running Beyond: Epic Ultra, Trail and Skyrunning Races”

IMG_2347


DE Wedstrijd

Coniston naar Seathwaite: Blij om in beweging te zijn

Ondanks de laatste-uren-stress om in Coniston te geraken, voel ik me behoorlijk op mijn gemak in het startvak en ben ik er ten volle van bewust dat ik hier dadelijk zeer rustig moet starten (in mijn hoofd stelde ik me dit voor als het lopen van een +4h marathon in 2:40 conditie). Toen ik langs mijn vrouw en kinderen liep zat ik nogal verscholen in het peloton en hoorde ik enkel een vage “papa”. Op de eerste geleidelijke klim over de weg schakel ik al snel over naar loop-wandelen, als strategie om zowel energie te sparen als het traag te houden. Na “miners bridge” belanden we al meteen op een heel mooi pad. Ik genoot er met volle teugen van en de miezerregen kon de pret niet bederven. Wanneer het pad overgaat in de bredere Walna Scar Road gaan de hemelsluizen helemaal open en ben ik doorweekt nog voor ik bedacht heb om toch maar mijn regenjasje uit te halen. Gelukkig blijft mijn merino T-shirt de hele tijd comfortabel. De afdaling naar Seathwaite was meteen een volgende loop-test. Het voelde allemaal wat moeizaam aan en ook hier schakel ik over op loop-wandelen om zo mijn benen te sparen op de moeilijkere stukken. Over het algemeen leken mijn pezen dit wel aan te kunnen en voelde ik slechts hier en daar een klein pijntje (o.a aan mijn linker scheenbeenvlies).

IMG_2418

 Seathwaite naar Wasdale Head: Checkpoint fun

Ik had een lijstje gemaakt van (potentiële) zaken om op de verzorgingsposten af te vinken, maar voelde me zo goed dat ik me beperkte tot het weggrissen van een kleinigheid om te eten en het maken van een  “celebration selfie”. Het terrein naar het volgende checkpoint was behoorlijk drassig, en zorgde al snel voor doorweekte voeten, maar opnieuw leek alles nog te houden en genoot ik van het spectaculaire uitzicht. Terwijl ik stilaan mijn plaats in de wedstrijd vind en het veld al behoorlijk is uitgespreid krijg ik de gelegenheid om af en toe een gezellig babbeltje te slaan. De meerderheid van de deelnemers rondom mij lijken Lakeland veteranen te zijn, waardoor ik hen kan uithoren over wat volgt en hun ervaring met fell running**.

Als ik in Boot al bij de 2e post kom ben ik bijzonder blij dat alles nog vlot loopt, maar ik ben me ervan bewust dat ik het rustigaan moet blijven doen en elke post als overwinning moet beschouwen. Stilaan valt de duisternis, maar dit maakt het landschap mogelijks nog dramatischer terwijl we over het onduidelijke pad langs Burnmoor Tarn passeren. In Wasdale Head komt de beachparty stilaan op gang. Zeer leuk, maar ik blijf er niet al te lang hangen en verdwijn terug in het duister richting Buttermere. Als ik rondom kijk zie ik een hele sliert hoofdlampen over de fells. Hoewel het donker en bewolkt is, hangt er toch een lichte “gloed” over dit open landschap, en blijf ik van deze omgeving genieten.

** fell running: https://en.wikipedia.org/wiki/Fell_running – fell: https://en.wikipedia.org/wiki/Fell

IMG_2353

De nacht vordert snel

Als ik in Buttermere vertrek loop ik alleen en moet ik voor het eerst heel goed opletten bij het navigeren. Maar op een korte misstap in het bos na lijkt dit aardig te lukken door GPS en kaart (om een zicht te hebben op het grotere geheel) te combineren. Tijdens de klim over  Sail Pass loop ik in op een van de eerste vrouwen in de wedstrijd, Charlie Ramsdale, maar loop weer alleen in de afdaling naar  Braithwaite. Hier houd ik nauwlettend in het oog welke lijn ik moet nemen tussen de varens. De controlepost is een stuk serener wat “party atmosfeer” betreft, maar heeft een fantastisch aanbod aan eten. Ik laat me verleiden door een schaal druiven (zowaar in twee gesneden om de zaadjes eruit te halen!), wat smaken die op zo’n moment geweldig.

Op de ietwat saaie weg richting Keswick sluit ik aan bij Dean en Pete die als team lopen en ben blij dat we makkelijk het onbemande checkpoint vinden. Ik blijf nog een tijdje aan de staart hangen bij deze teamlopers, maar niet veel later heb ik mijn eerste suikercrash (rebound hypoglycemia) te pakken. Gelukkig wordt het niet al te erg en ben ik al aan de beterhand als ik bij Blencathra Centre aankom.

De nacht zit er bijna op en ik stop met plezier mijn hoofdlamp terug in mijn rugzak. Het is fantastisch dat ik het al zo ver schopte zonder noemenswaardige problemen, en ik begin erin te geloven dat ik geen 2e nacht zal nodig hebben om rond te raken. Ik ben me ervan bewust dat ik nog een lange weg te gaan heb en het gebrek aan training zich op gegeven moment wel zal laten voelen. Ik loop in gezelschap tijdens het eerste derde van dit segment, en met zijn allen lijken we goedgehumeurd omdat we terug wat zonlicht krijgen. Na een vlak stuk venig terrein zijn we weer aan klimmen toe. Hierbij blijk ik nog relatief vlot vooruit te komen, waardoor ik mijn compagnons achterlaat. Het is weer tijd om de regenjas uit te halen, maar ik heb geen enkel probleem om me warm te houden en de wolken zitten nog hoog genoeg om te kunnen genieten van het uitzicht over de fells. Voor ik er erg in heb ben ik bij de post in Dockray, bijna halverwege de wedstrijd.

Dockray naar Dalemain: Nog niets om me tegen te houden…

In Dalemain heb ik een zak met nieuw materiaal staan, maar eerst moet ik nog 10 mijl overbruggen, de langste afstand tussen twee checkpoints. Ik ben verheugd een pijl richting Aira Force te zien – deze waterval is een van de grote toeristische attracties in het merendistrict – maar de route loopt omhoog voor de waterval, en ik zal dus nog eens terug moeten komen om ze te zien… Tijdens een volgende beklimming haal ik een loper bij die gespecialiseerd is in 24u-lopen. We blijven een aantal kilometer kletsend samen lopen (daarbij kort een afslag missend). Terwijl we de laatste kilometers over de weg afleggen (naar het landgoed waar de controlepost zich bevind), ondervind ik serieuze ‘top-of-foot’ pijn, maar voorlopig weerhoudt het me niet om aan een behoorlijk tempo te lopen. Tot mijn grote tevredenheid merk ik op dat ik hier (voor één van de eerste keren tijdens de wedstrijd) ontvangst heb op mijn telefoon. Ik slaag erin mijn vrouw en kinderen te bellen, blij om hun te kunnen vertellen dat ik een stuk eerder dan voorzien in Dalemain zal aankomen (zelfs sneller dan in mijn meest optimistische scenario) en hoop snel genoeg rond te zijn om hen nog aan de finish te zien.

IMG_2378

Dalemain naar Mardale Head: Het begint moeizaam vooruit te gaan

Ik neem handenvol tijd (misschien iets te veel) in Dalemain, installeer me in een campingstoel om er te genieten van de excellente bediening, eet wat warme pudding, laat mijn voeten drogen, her-tape mijn Achillespezen, trek een verse T-shirt aan en stop nieuwe energiebars en gels (deze laatste zouden onaangeroerd blijven) in mijn rugzak. Als ik terug rechtsta duurt het een hele tijd eer het lopen weer wat vlot loopt. Het stilzitten leek niet te helpen, maar ik prijs me ook gelukkig dat het algemene stijfheid is in plaats van geblokkeerde Achillespezen. Charlie en twee mannen die haar vergezellen halen me vlot in, maar op één of andere manier blijf ik ze wel in het vizier houden tot de post in Howtown. Die verlaten we samen om de klim over Wether Hill aan te vatten. Echt steil is die niet, maar we raken maar traag vooruit terwijl de zachte ondergrond alle energie uit onze benen zuigt. Terwijl we het hoogste punt High Kop naderen, beginnen mijn benen terug wat mee te werken en slaag ik erin om te versnellen in de grassige afdaling richting Low Kop. Dit voelt zeer vreemd aan omdat het visueel lijkt alsof ik op een lichte helling zit, terwijl het in realiteit zonder twijfel bergaf gaat. De zachte ondergrond laat me op een of andere manier toe om met niet al te veel ongemak aan mijn voeten te lopen. Wat verder buigt het pad af richting Haweswater en lukt het afdalen tussen de varens nog vrij vlot, maar eens ik op het pad parallel met het meer zit, daalt mijn snelheid zienderogen. Ik heb geen idee wat er nu juist zo moeilijk aan is, maar op dit stuk lukt het me absoluut niet om deftig te lopen. Ik herknoop een losse veter en realiseer me dat een deel van de pijn te wijten kan zijn aan zwellende voeten en te hard geknoopte veters en herknoop mijn andere schoen ook maar meteen. De pijn lijkt rond te dansen, en verdwijnt soms in de ene voet terwijl hij opnieuw verschijnt in de andere voet… Tegen de tijd dat ik Maredale Head bereikt voel ik me behoorlijk geradbraakt, maar vastbesloten om door te zetten.

fullsizeoutput_813

Maredale Head: Erger vermijden

Tot mijn verbazing kom ik Dean en Pete hier opnieuw tegen. Ik loop een paar kilometer in hun buurt tot ik in de problemen geraak bij het naar beneden laveren over het steengruis. De pijn aan de bovenkant van mijn voeten heeft zich hogerop verplaatst en het begint me te dagen dat de pees van de Tibialis anterior spier aan het opgeven is. Ik heb eerder een dergelijke blessure gehad en weet min of meer wat te verwachten. Ik geef mezelf nog een redelijke kans om de wedstrijd uit te lopen, maar weet nu zeker dat finishen binnen de 28u of zelfs 29u onmogelijk wordt. Desondanks probeer ik de voeten te laten draaien in de afdaling, maar het wordt geleidelijk aan moeilijker en moeilijker om mijn voet naar boven te kantelen, en ik ben blij als ik weer aan klimmen toekom…

Als ik in Kentmere toekom vraag ik onmiddellijk ijs om mijn pezen mee te masseren, maar blijkbaar moet ik het stellen met een instant coldpack dat toch een stuk minder koud is. Ik wordt ondervraagd door een assistent van het medische team die navraagt of ik nog andere problemen heb (gehad); blaren, hoofdpijn, maagproblemen, vermoeidheid maar telkens kan ik gelukkig met een duidelijke neen antwoorden. Ik heb er geen zin in om mijn schoenen uit te trekken uit vrees dat die verder zouden opzwellen en breng kinesiotape aan terwijl ik mijn sokken wat probeer open te houden. Iets later vraagt de assistent me echter om alsnog mijn schoenen uit te trekken. Dit hele process lijkt een eeuwigheid te duren en ik zie menig ander loper gewoon snel door deze checkpoint passeren, als ik eindelijk kan vertrekken ben ik helemaal klaar om eens te testen hoe mijn mijn pezen zich gaan gedragen. Na een stuk klimmen vormt de afdaling richting Troutbeck de eerste echte test voor mijn pezen. De tape lijkt mogelijks een echte “race-saver” te zijn, maar niettemin blijft het afdalen zeer moeizaam. Ik ben echter zeer opgewekt als ik Ambleside nader. De stop op deze post is zeer kort, denkende dat 28u misschien toch nog haalbaar is, maar tijdens de volgende klim realiseer ik me dat ik een fout gemaakt heb bij het omrekenen van mijlen naar kilometers. De route door de Langdale vallei richting Chapel Stile is behoorlijk vlak, maar mijn looptempo is amper sneller dan stappen. Vreemd genoeg is de pijn minder vervelend als ik aan dit pseudo-lopen doe dan tijdens het stappen. Af en toe las ik als kleine pauze wel 30 seconden stappen in. Op dit moment hang ik in de buurt van een andere loper die last heeft van pijnlijke voeten met bleinen, hij doet ongeveer het omgekeerde (ttz. meer stappen dan lopen), maar beweegt zich toch net iets sneller voort dan ik.

IMG_2393

Chapel Stile naar Coniston: Een pijnlijke affaire

Gezien ik tussen de posten niets meer gegeten had tijdens de laatste 4u ofzo (ik had er gewoon geen zin meer in), werk ik met plezier een stoofpotje naar binnen. Ik neem nog een tas tee, wat ik zowat op elke post deed, en start met stappen tot ik mijn tas in mijn rugzak kan stoppen en zet me vervolgens weer in gang. Het pad langs Blea Tarn is behoorlijk de moeite, maar niet voldoende om de pijn te doen vergeten. Hoewel de weg naar de laatste post -vanwaar het nog slechts 6km te gaan is- vrij eenvoudig is, ervaar ik mijn voortgang als pijnlijk traag, maar ik probeer zo goed en zo kwaad ik kan vooruit te geraken omdat ik verwacht dat mijn gezin bij de finish op me wacht en ik hen niet kan laten weten dat ik later zal zijn…

Bij Tilberthwaite passeer ik snel aan het checkpoint, ik wil zo snel mogelijk binnen zijn, maar eerst volgt er nog een fameuze klim. In de gegeven omstandigheden gaat het klimmen nog relatief goed, maar de afdaling wordt een martelgang van één uur. Tegelijkertijd begin ik voor het eerst last te krijgen van algemene vermoeidheid. Ik ben niet zeker of dit voor hallucineren kan doorgaan, maar een grote steen een centimeter of 10 in de grond zien zakken komt allicht in de buurt. Bij momenten roep ik het uit van de pijn, maar ik slaag erin me eraan te herinneren dat ik echt wil doorzetten en deze overigens fantastische wedstrijd wil uitlopen. Hoewel elke stap pijn doet, probeer ik absoluut te vermijden om te stoppen en ik moet zelf hard mijn best doen om dat wel te doen om een stuk kledij uit te halen om niet te onderkoelen of om mijn hoofdlamp weer boven te halen (waarvan ik gehoopt had deze niet meer nodig te hebben). Op dit rotsige onregelmatige terrein is het onmogelijk om een vlakke stap te zetten, en gezien de stabiliteit uit mijn voeten helemaal weg is plooien deze telkens bijzonder pijnlijk. Ik weet niet hoe ik dit zou overleefd hebben zonder een stuk van het gewicht en de schokken op te vangen met mijn wandelstokken. Ik probeer een tijdje achteruit te stappen, overweeg of ik me misschien naar beneden zou kunnen laten rollen of glijden, maar dat zijn uiteraard geen opties op deze stenen. Ik heb het gevoel dat verschillende 100-mijl lopers me hier inhalen, alsook een groot aantal deelnemers aan de 50 mijl, maar op dit moment kan het me gestolen worden. Toeschouwers bij de Black Bull in motiveren me om nog even het tempo een klein beetje op te pikken. En dan ben ik blij (maar allicht te uitgeput om het te laten merken) om mijn familie langs de Lake Road te zien en neem hen bij de hand om de laatste meters naar de finish af te leggen.

Gefinished tegen wil en dank

Na de finish werd ik naar de tent geëscorteerd, waar ik kon zitten, 2 coldpacks, een warme maaltijd en goede zorgen van mijn gezin kreeg, alvorens ik weer de helling naar ons vakantiehuisje op schuifelde. Het feit dat ik hier finishte is al een mirakel op zich, maar makkelijk is het niet geweest. Ik was mentaal voorbereid op een zware wedstrijd, maar uiteindelijk moet je je aanpassen aan het verloop van de wedstrijd. Ik ben zeer dankbaar voor deze ongelofelijke ervaring, maar tegelijkertijd onzeker of ik nog eens een wedstrijd van dit caliber zou starten als mijn voorbereiding zo erg in de soep draait…

fullsizeoutput_815

P.S.: Ik was zeer tevreden met mijn materiaalkeuze met o.a. inov-8 Terraclaw 250, merino t-shirt, ultrashell en race ultra boa.

P.P.S: Deze race was voor mij ook een gigantische leerschool op allerlei vlakken, ik hoop om ook nog een overzicht te maken van deze wat meer praktische zaken.

Miracles do exist, but come at a price at Lakeland100

[See here for a Dutch version of this story – Kijk hier voor een Nederlandse versie van dit verhaal]

Leading up to the race

Mid-March I did a little dance when I learned I could run the Lakeland100 at the end of July. This was the kind of long and rough challenge I was looking for. The Lakeland 100 is an iconic* 105 mile (169 km) race in the U.K. Lake District.

Little did I know that my preparation would go horribly wrong. After a year of keeping my Achilles’ tendon issues more-or-less in check, things started to deteriorate leading up to GTLC end of May and jeopardized my participation in the Lavaredo Ultra Trail end of June. In the latter race I went off from the gun naively thinking I would be alright, only to experience a complete break down a good 30k into the race. I seemed to recover well, but after an inspection of my tendons I was put on rest on doctors order, and this with only 3 weeks to go until the Lakeland100 race. My first reaction was that there was no way I could (or in any case it would make any sense I would) start, but the idea of starting the race wouldn’t leave my mind… and I mentally prepared for running at a much slower pace than usual, hoping this strategy would carry me further along the course.

After 12 days without running, I made an attempt to get the legs moving again. I felt worse than before stopping, but things gradually improved over subsequent runs. My physio warned me not to run on consecutive days though… With less than one week to go I tried to run 10-12 miles on very easy, paved road, which went more or less OK. If I’d failed at this, I wouldn’t even have started.

As we would spend our family holidays in the Lake District, we already took the ferry Zeebrugge-Hull on Tuesday night. During our 2-days stay in the North Pennines, I got the chance to have a last training run on somewhat similar terrain and getting used to walking with soaked feet all day. On Friday, we arrived in Coniston around 2.5 hours before the race start. Just in time to collect the race pack, check-in at our holiday cottage and return for the briefing, which already gave me a good “family” feel about the race.

IMG_2347


THE Race

Coniston to Seathwaite: Happy to be moving

Despite the last hours stress to get to Coniston, I felt relatively at ease in the starting zone and very mindful that I should start extremely easy (in my head I imagined this as being equivalent to running a +4h marathon on 2:40 fitness). I passed my wife and kids hidden in the pack and could only make up a faint “papa”-shout. During the gentle climb on the road I already switch to run-walking as a strategy to both conserve energy and forcing myself to keep it slow. After miners bridge, we get onto a very nice single track. I was really enjoying it and couldn’t be bothered by the light drizzle. While continuing on the wider Walna Scar Road, the rain started pouring down and I got soaked before I even made up my mind about getting my waterproof out. Luckily my merino wool T-shirt stayed comfortable all along. Descending into Seathwaite was another test for my running. It all felt a bit tedious, and I also applied the run-walk strategy here to save my legs on the somewhat more demanding sections. Overall my tendons were holding surprisingly well and I only experienced some minor aches, esp. left shin splint.

IMG_2413

Seathwaite to Wasdale Head: Checkpoint fun

I had prepared a whole checklist of (potential) checkpoint tasks, but was feeling so great that I restricted my stay to grabbing a small bite and taking a “celebration selfie”. During the next leg I covered more soft-ground terrain, seriously soaking my feet, but again everything seemed to hold reasonably well and I really enjoyed the dramatic views. As the field spreads out, I am starting to find a comfortable position and am chatting to a few runners about the course (the majority of people I speak to seem Lakeland veterans) and (fell) running.

Passing through the aid station in Boot I am glad I am still out of trouble, but am very conscious I should keep it easy and consider each aid station a victory. Over the next leg darkness starts to set in, I enjoy the course, esp. on the rather indistinct paths along Burnmoor Tarn. Arriving at Wasdale Head, the checkpoint beach party is kicking off. It’s big fun, but I don’t stay too long and disappear in the darkness towards Buttermere. Looking around, it’s amazing to see the trail of headlamps over the fells. Although it is dark and cloudy, there is still a kind of “glow” over this open landscape, and I can still quite appreciate the “surroundings”.

The night passes quickly

Leaving Buttermere, I am on my own and need to closely watch the navigation for the first (longer) time in the race, but except for a small glitch in the forrest I manage pretty well combining GPS and map (for the bigger picture). During the climb over Sail Pass I am closing in on one of the top ladies Charlie Ramsdale, but am on my own again during the descent into Braithwaite, closely watching the line I am taking through the bracken. This checkpoint is a bit more serene in terms of “party atmosphere”, but has excellent offerings in terms of food. I am tempted by a bowl of grapes (cut in half with seeds removed!), man these taste so good!

I join Dean and Pete who run as a team on the somewhat boring road towards Keswick and am happy we can easily locate the unmanned checkpoint. I still hang on to the team runners for a bit, but not much later I experience my first sugar crash (rebound hypoglycemia). Luckily it doesn’t get too bad, and things are improving by the time I reach Blencathra Centre.

The night is almost over and I am happy to put my headlamp in my pack. It is fantastic I got this far without any significant trouble and I am starting to believe I might make it without having to go through another night. I am conscious that it is still a long way to go and that the lack of training will probably kick in at some point. I am around other runners for the first 3rd of this leg, all in good spirit now that we can enjoy some sunlight again. The course runs through a boggy area and turns uphill. I am still moving quite well in the climbs. It is time to get my raincoat out, but I have no trouble staying warm and the clouds are high enough to enjoy the magnificent view on the fells. Before I know I get to the aid station in Dockray, almost halfway through the course.

Dockray to Dalemain: Nothing to stop me yet…

At Dalemain I have a drop bag waiting for me, but first I have to cover 10 miles, the longest between checkpoint distance. I am delighted to see a sign for Aira Force – this waterfall is one of the major attractions in the Lake District – but the course runs uphill passing it, so I’ll have to come back another time… During the uphill I catch up with a runner who’s specialised in 24h-racing. We stay together for several miles chatting along (and briefly missing a turn). While we cover the last miles on the road (up to the estate where the checkpoint is located), I am experiencing some serious top-of-foot pain, but so far it doesn’t stop me from running at a reasonable pace. I am glad to notice that (for one of the first times along the course) I have reception on my phone. I manage to call my wife and kids, happy to report that I’ll reach Dalemain much earlier than anticipated (even in my most optimistic scenario) and I hope I can make it around in time for them to see me at the finish.

IMG_2378

Dalemain to Mardale Head: The going gets tough

I take plenty of time (maybe a little too much) at Dalemain, settling down in a camping chair and enjoying the excellent service, eating some warm custard, drying my feet, re-taping my Achilles-tendon, changing T-shirt and filling my pack with bars and gels (the latter will stay untouched). Getting up from the chair it takes quite a while to get rolling again. It seems the rest did not really help, but luckily it is general stiffness rather than my Achilles tendons which are blocked. Charlie, and two male runners who seem to pace her, quickly pass me, but somehow I keep seeing them up to Howtown where we leave the aid station together for quite a serious climb over Wether Hill. The climb doesn’t feel very steep, but we are moving very slowly as if the soft ground is draining our energy (and in my case the top-of-foot pain doesn’t help). As we approach the highest point High Kop my legs start moving again and I manage to pick up the pace descending over the grassy ridge towards Low Kop. This feels really strange, visually it looks like I am on a very easy uphill, while in reality it is definitely downhill. The soft underground somehow allows me to run without too much discomfort in my feet. Turning towards Haweswater I am still moving reasonably well through the bracken, but once I arrive on the track along the lake my pace drops spectacularly. I don’t know what’s so particularly demanding about this path, but I don’t manage to run well on this stretch. As the shoelaces of one of my shoes gets loose, I stop to re-tie them and realise that my feet may be swelling and that this didn’t help with top-of-foot pain, so I also tie my other shoe again. The pain seems to be dancing around from time to time, disappearing in one foot and re-appearing in the other… By the time I reach Mardale Head I feel pretty battered, but determined to push on.

Maredale Head: Avoiding disaster

To my surprise I am meeting Dean and Pete here again. I keep seeing them for a few kilometers until I am getting in trouble negotiating the gravel during the descent. The pain on the top of my feet has moved higher up and now I am really starting to understand that the tendon of the Tibialis anterior muscle is starting to give up. I’ve had this injury before and know more or less what to expect. I still give myself a fair chance of finishing the race, but realise that finishing under 28 hours or even 29 is now out of question. I try to keep rolling while lifting my feet gets progressively more difficult and am glad once I get to climb again…

IMG_2394

Arriving at Kentmere I immediately ask for ice to massage my tendons, but it seems I’ll have to do with an instant cold pack. An assistant medic comes up to me and asks me about my injury and any other issues I have experienced so far (blisters, headaches, stomach issues, fatigue, which all get answered with a resounding no). I don’t want to take my shoes off fearing that my feet would swell, so I try to apply kinesiotape under my dirty socks. A while later the assistant medic wants to see my feet and I need to take my shoes off after all. This all seems to take up a serious amount of time, and as I leave I am ready to see how my tendons would behave. After some climbing, the descent into Troutbeck is a first real test for my tendons. At this point it seems that the tape might be a “race-saver”, but obviously the descent is still quite tedious. Nevertheless I am in good spirits as I am approaching Ambleside. I only briefly stop at the aid station thinking that 28h may be feasible after all, only to realise during the next climb that I made a miscalculation from miles to kilometers. Moving through the Langdale valley up to Chapel Stile, the course is quite flat, but my pace is barely faster than walking. Strange enough, I seem to cope better with the pain while doing some pseudo-running rather than walking, which I keep for a 30 seconds rest to break now and then. At this stage I am hanging on to a guy who is suffering from sore feet and who is basically doing the reverse (i.e. more walking than running), but still moving slightly faster than me.

IMG_2393

Chapel Stile to Coniston: A painful affair

As I have not been eating in between aid stations for the last 4 hours or so (just didn’t feel like it), I enjoy the veg stew here. I take a cup of tea, as I have been doing throughout the race and start walking until I can put my cup back in my pack. The trail along Blea Tarn is quite nice, but it’s not sufficient to get my mind of the suffering. Although the course up to the very last aid station -from where it’s less than 6 km to go- is quite easygoing, I experience my progress as painfully slow now, but try to keep moving to the best of my ability as I expect that my family is waiting for me at the finish and there is no way to alert them I will probably run late…

At Tilberthwaite I quickly move through the aid station, I really want this to be over as soon as possible, but first there’s some serious climbing to do. Given the circumstances, the climb still goes reasonably well, but the descent ends up being an hour long torture. At the same time overall fatigue is starting to take its toll for the first time in the race. I am not sure whether this classifies as hallucinating, but seeing a big stone sinking 10 cm in the earth probably comes close. At times I am shouting in pain, but I manage to remind myself I really want to keep moving and finish this otherwise incredible race. While the moving is painful, I try to avoid actually stopping and have a hard time convincing myself that I really need to get a piece of clothing out of my backpack to avoid hypothermia or even to get my headlamp (which I hoped not to need anymore). Every step hurts as it is impossible to keep my feet straight on this irregular terrain, and I am not sure whether I would have survived this without poles. I try walking backwards for a bit, contemplate rolling or sliding down, but this is obviously not a feasible option either. Once I am on the wider track passing miners bridge, I realise I am almost there. I have the feeling several other 100-mile runners (along with hordes of 50-mile runners) still pass me on this stretch, but I can’t be bothered with it anymore. Spectators shouting at Black Bull Inn motivate me to pick up running again. I am happy (but probably too exhausted to express it) to see my family on Lake Road and take their hands to cover the last meters to the finish.

Finished against all odds

After the finish I was escorted to the tent where I could sit down, received 2 cold packs, a hot meal and care from my family before walking up to our holiday cottage. The fact that I made it around the coursenis a miracle in itself, but things didn’t come easy either. I was mentally prepared to dig deep, but in the end you need to manage the race as it comes. I am grateful for this incredible experience, but at the same time unsure whether I would want to start a similar race in case my race preparation would go as bad…

fullsizeoutput_815

*featured in Ian Corless’ book Running Beyond: Epic Ultra, Trail and Skyrunning Races

P.S.: I was quite happy with my kit choice running with inov-8 Terraclaw 250, merino t-shirt, ultrashell and race ultra boa.

Room for failure: DNS or DNF

You’re free to call me crazy… I’ve not been running for a week on doctors order, but I am still considering toeing the line of my biggest challenge ever, the Lakeland100, starting in 2 weeks time. Unless my Achilles’ tendons are getting worse, I really want to start. Meanwhile, my brain is continuously running reality checks: I won’t be racing, will need to run really slow and do a lot of walking, it will be rough and painful, and a DNF (Did Not Finish) is the most likely outcome.

Still I hope to enjoy running in this inspiring setting during the early stages of the race, take it easy during the night, which I may or may not survive (running wise). After that, every next aid station I reach-no matter how slow- will be a victory.

Obviously I’d loved to make this the race of my life, but things turned out otherwise and I still want to move on… forgetting about any competitiveness. But still aiming to go the extra mile, potentially allowing my self to dig deeper than ever, having to account for cut-off times or a second night (if it comes to that), because this is also what ultrarunning is about.

P.S.: Below a video of the race. I expect to be stumbling as bad as some of those guys at some point…

Lavaredo Ultra Trail: Tre Cime zien en stoppen

Donderdag 22 juni zak ik af richting Cortina d’Ampezo om het TraKKs team te vervoegen en de Lavaredo Ultra Trail te lopen, 120 km door de Dolomieten. De wedstrijd vertrekt vrijdag om 11u ’s avonds, waardoor ik ruim de tijd heb om uit te slapen, startnummer op te halen, nog een middagdutje te doen en te wachten… Dat laatste zorgt er toch voor dat de spanning gestaag stijgt.

IMG_2305

Foto Bérengère Malevé

Ruim voor tienen ben ik klaar om naar de start te stappen. De benen voelen verbazend goed en ik krijg het gevoel dat het wel eens zou kunnen lukken om hier zeer goed te lopen. Een streepje Ennio Morricone maakt het helemaal af, en ik ben er snel vandoor bij de start om vervolgens in de eerste beklimming een comfortabel ritme te zoeken. Dat brengt me in de buurt van de eerste 2 dames: Ruth Croft en Caroline Chaverot. Deze eerste is iets boven mijn niveau, maar Caroline is ‘way out of my league’. Omdat ik opgevangen had dat ze met wat gezondheidsproblemen kampte, helemaal niet soepel leek te lopen en zeer zwaar ademde maakte ik me echter geen zorgen dat ik te ver vooraan zou lopen. Bovendien stond ik versteld van haar stokkentechniek die een beetje ‘n’importe quoi’ leek.

north-face-lavaredo-ultra-trail-2017-3677855-47563-35-low

Foto canofotosports.com

In elk geval ging de eerste klim zeer vlot en leken mijn Achillespezen, waar ik zwaar voor vreesde, het goed te houden. Terwijl de klim grotendeels over de weg en brede paden liep, is de afdaling er meteen één om u tegen te zeggen. Ik ben blij dat ik vlot kan meeschuiven met een groepje lopers, maar krijg plots de hete adem van Caroline in mijn nek. Zij loopt te foeteren dat ze voorbij wil en doet dat ook als een gekkin als ik een centimeter of 10 opzij ga. Voor de kenners: ze doet me op dat moment denken aan ‘La Brujita’ uit Born to Run van Chris McDougall.

Ik daal nog een hele poos vlot met Ruth achter me, maar op een gegeven moment schuif ik toch even aan de kant om ze door te laten. Het laatste 3e van de afdaling voelt stuntelig aan, maar dergelijke afdalingen zijn al even geleden, en zeker al in het donker. Er gaan nog een paar lopers voorbij, maar op de eerste hulppost rond 18 km denk ik toch stilaan mijn positie in de race gevonden te hebben.

Tijdens de 2e beklimming van de nacht gaan de stokken van de rug. Het is even zoeken naar een goed ritme, maar uiteindelijk kom ik ook hier vlot boven. In de afdaling draait het minder vlot dan ik zou willen, de pezen merk ik wel, maar niets verontrustend.

Door mijn snelle start had ik de reflex om wat meer te eten dan gewoonlijk, en dat begon wel wat op de maag te liggen, maar op zich ook niet verontrustend. Wat dat wel was, was dat ik gaandeweg trager en trager vooruitkwam en uiteindelijk zo goed als stilviel. De energie was op, ik zwalpte over het pad, mijn stokken gebruikend om nog enigszins recht te blijven. Ik at een energiebar, zette me even aan de kant, probeerde weer op gang te komen. Ik begon weer te stappen en gaf mezelf een half uur de tijd om erdoor te komen, maar nadat ik even stilgezeten had voelden mijn pezen als gebetonneerd aan en was het al snel duidelijk dat het erop zat.

IMG_2284

Op het glooiende stuk dat volgde deed ik nog een paar pogingen om weer op gang te raken, maar het werd niets. In de paar kilometer naar het volgende controlepunt moest ik een kleine 300 lopers voorbij laten gaan, daarbij telkens op mijn stokken steunend naast het pad laverend, wat niet echt hielp om vlot vooruit te raken. Het begon stilaan licht te worden en ik kon wat meer van de omgeving in me opnemen. Omdat het intussen zonneklaar was dat uitstappen de enige realistische optie was, zette ik me nog een 2e maal aan de kant om tot rust te komen. Ik werd regelmatig gevraagd of ik OK was, waarop ik antwoordde dat ik nog kon stappen, zo ook toen Christophe Thomas van TraKKs passeerde. Toen hij mijn stem herkende deed hij nog een poging om mij moed in te praten.

Als ik me iets later weer in beweging zette ging het nog steeds even moeizaam vooruit. Op de controlepost bij Lago di Misurina werd mijn vrees bevestigd dat er pas bovenaan de volgende klim een bus was voor uitstappers. Dat was nog een dikke 6 kilometer te stappen, maar was in die zin iets minder lastig omdat iedereen aan het stappen was, al was zelfs bij stappen mijn tempo verder gezakt dan dat van de gemiddelde “midpacker” waar ik nu tussen zat. Ondanks de pijnlijke martelgang probeerde ik zo goed en zo kwaad als het kon de pracht van het landschap in me op te nemen. Het lijkt een eeuwigheid te duren om de hulppost te bereiken, die al van veraf te zien is. Eens ik boven ben zet ik mijn gps-horloge uit en word overmand door emotie. In de grond van mijn hart wil ik dit niet, maar er zit echt niet anders op dan te stoppen.

IMG_2297

En dan gaat het ineens snel, voor ik het weet zit ik in een busje naar de start, te snikken terwijl ik mijn vrouw aan de lijn krijg, de pijnscheuten te verbijten, mijn materiaal aan het opbergen en mijn wonden aan het likken. Nadat ik naar mijn verblijf getjokt ben leg ik me dadelijk op bed en ben ik er een goed uur tussenuit.

IMG_2300

Als ik terug wakker word, voel ik me verassend fris. Meteen komen de vragen weer boven rijzen: had ik het langer uitgezongen mits een tragere start? Speelde de hoogte een rol? Zijn mijn pezen er echt zo slecht aan toe? Anderzijds groeit het besef dat ik me gezien de twijfels een paar weken eerder nog gelukkig mag prijzen dat ik hier aan de start kon staan, en werd dit een zeer intense ervaring in het schitterende decors van de Dolomieten.