2018: een jaar met gemengde loopgevoelens

Op papier begon het loopjaar 2018 goed met winst in de Trèfle à 4-feuilles. Ik had weliswaar slim gelopen, maar had daar al beter gelopen… Op de Trail des 3-vallées liep ik al vroeg in de wedstrijd verkeerd en werd het een trainingsrondje, en ook op de Trail au Fil du Bocq deed ik een mooie lus extra. Goed qua training, maar tegenvaller qua prestatie. Op het Innsbruck Alpine Trailrun Festival ging het al de goeie richting op en de Grand Trail des Lacs et Chateaux vormde de mooie uitzondering waar ik op alle vlakken een goed gevoel aan overhield, wat me vertrouwen gaf om eind juni naar Noorwegen te trekken.

34047760_1642479362516976_7089385199028404224_n

In good spirits op de GTLC

Na de XReid Jotunheimen bleef ik met een dubbel gevoel achter; enerzijds had ik een fantastisch loopavontuur achter de rug en had dit voldoende schade toegebracht om me even aan de kant te houden, maar anderzijds was mijn competitieve geest compleet ontevreden omdat ik die -met veel balanceren, maar uiteindelijk toch zeer succesvol- opgebouwde vorm op dit terrein bijlange na niet ten volle had kunnen inzetten en ik ook niet direct een wedstrijd, laat staan een plan, klaar had staan om dit binnenkort wel te doen.

img_3642

1800m klimmen in de benen op Skola

In de plaats daarvan had ik me voorgenomen om mijn lichaam, en in de eerste plaats mijn Achillespezen, wat rust te geven en gewoon op gevoel een aantal looptochtjes te ondernemen tijdens de 3 weken vakantie die er nog op volgden. Dit laatste is zeker gelukt en daar wil ik bij gelegenheid wel nog een schrijfsel aan wijden. Maar intussen had ik ook stilaan mijn zinnen gezet op deelname aan het Belgisch Kampioenschap (BK) Trail, de ‘Trail Du Hérou’.

Het liefst had ik ingezet op de ‘Ultra’ afstand van 80 km, maar het oppikken van mijn reguliere training bleek al snel moeizamer te gaan dan ik gehoopt had en er leken allerlei lichamelijke kwaaltjes roet in het eten te gooien. Al snel besliste ik in samenspraak met mijn coach om dan maar op de gewone ‘Trail’ afstand van 39 km te mikken. De opbouw was niet zo problematisch als na de Lakeland100 van het jaar ervoor, maar het gevoel zat helaas niet goed, en de vrees voor eenzelfde scenario als 2017 zat er toch goed in.

Op de Ledebergsefeesten jogging (10 km) bleek de snelheid nog snor te zitten, maar om op de Trail du Hérou een rol van betekenis te spelen miste ik toch de nodige training. Niettemin was het toch wat bitter om daarnaast een potentiële top-10 plaats te verspelen door 10 minuten verkeerd te lopen. Enig lichtpuntje was dat ik de 2e helft van de wedstrijd duidelijk aan het inhalen was.

41729969_2310610415621958_8780227563340431360_o

Ik blijf strijdvaardig in de Hérou

De belastbaarheid op training in het najaar bleef maar slabakken, waardoor ik na een poging tot snelle kilometer op de Pierkesloop, een maand pauze inlaste om in het najaar weer op te pikken en op te bouwen naar mijn grote doel voor 2019, de Dragon’s Back Race. Het opbouwen loopt traag maar voorlopig ben ik wel voorzichtig positief. Eind december had ik het genoegen om het Meerdaalwoud te verkennen en deed ik opnieuw met succes mee aan de Skibergchallenge in Gent die dit jaar herdoopt werd naar de Sabbebergchallenge ter ere van Karel Sabbe (en zijn impressionante record op de Appalacian Trail).

4963_20181223_101024_142803630_socialmedia

Op de Meerdaalwoud trail

Het blijft voorlopig nog balanceren qua training, en ik kijk de Dragon’s Back Race met een klein hartje tegemoet. Deze 5-daagse looptocht over de Welsche bergtoppen die 315 km en 15500 m klimmen overbrugt omschrijft zichzelf dan ook als “the toughest 5-day mountain running race in the world”. Hoewel ik me uiteraard zo goed en zo kwaad als kan wil voorbereiden is dit wat mij betreft een wedstrijd waar ik zeer moeilijk specifiek voor kan trainen en waar finishen op zich een fantastische prestatie zal zijn. Gelukkig heb ik nog enige tijd om me daar ook mentaal op voor te bereiden.

 

Advertenties

Dare to play!

Het is even geleden dat ik er nog toekwam om iets op mijn blog te posten… Aan ideeën geen gebrek, maar verandering van job en vechten tegen blessure zorgden voor andere prioriteiten. Ik hoop het schrijven binnenkort op te pikken, maar hierbij alvast een boodschap van algemeen nut:

dare_to_play2019-web

Dare to play – font Gilbert Color #typewithpride

XReid Jotunheimen: beyond the comfort zone

[Zie hier voor de Nederlandse versie van deze blogpost]

Plans for spending a 2nd holiday in Norway were already made in autumn 2017, but it was only in January -when the location of XReid was announced- that I coupled this to a running race.

Despite the suboptimal timing (end of school year), I really wanted to make an effort to register for this race. I was so impressed by the fairly brief visit to Jotunheimen in 2015, running part of the Bessegen trail, that I was convinced that this would be a unique experience.

My training was quite a balancing act with a difficult start of the year and sustained issues with the Achilles tendon. But eventually I managed to complete one of my best training cycles ever for a 100+ race.

I couldn’t quite gather what to expect in terms of racing and terrain. In the participant’s facebook group, the discussions on finishing times and technicality of the terrain ranged from “not technical at all over “Norway is always technical…” Which resulted in my very rough forecast of between 14 and 24h of running to cover the 105 km.

IMG_3334

On Thursday morning I have the opportunity to explore the finish kilometers in Beitostølen. The navigation on/along the last descent seems less straightforward than I anticipated. Once I have climbed a few 100 m, the landscape is already breathtakingly beautiful and this part of the route seems fairly runnable (averaging 7,5 min/km on an easy training run). The rest of the day is dedicated to resting, getting my start number and handing in my drop bags -which all goes smooth. The race briefing is even replaced by a simple piece of paper with some points of interest.

Next morning I get on the bus at 7:30 along with some 250 participanten to reach the start location at Turtargø. Here we have 1h time for the last pre-race rituals. The sun is out in full force, but when I remove my pullover it feels rather chilly, so I run arround a little and am eager to start by 12h.

IMG_3362

Twenty meters after the start and we already end up on a singletrack, which means it requires a bit of effort to get a place in front. After only a good 100 m, the lead pack already seems to have missed a turn and is crossing low vegetation. The dirt road on which we end up seems some 100 m off in  parallel to the GPS route, this looks promising for the navigation… I start the first climb in good spirits, but try to damp my enthusiasm so I don’t go too fast. I have the feeling I am fairly successful in doing so, but if you settle in a 5th position during the climb, this raises some expectations. The trail zigzags upward on more and more rocky terrain. It’s not too hard to go up, but I am starting to wonder what the descent will bring.

IMG_3363

After taking in the views on top of Fannaraken, I am slightly overwhelmed with what’s ahead. In contrast to the ascent, the trail isn’t zigzagging, but forms a straight line -admittedly not as steep- on fairly irregular rocks. In itself nothing insurmountable, but it seems I have trouble running smoothly on this type of terrain. By the time I have stored my poles and have taken a picture of the view, I am already overtaken by around 10 runners, and some 10 more will follow in the rest of the descent.

This results in quite a psychological punch, but as the terrain is getting more varied again, I am trying to catch up with a group of runners. Unfortunately, this also proves far from easy, and I am confronted with the fact that I am clearly moving less efficient on every stone field or technical section we cross. Putting in some more effort on the sections in between is not sustainable either on this distance.

IMG_3364

After around 25 km I am finally successful in staying around another runner, who is up for his first 100+ km ultra trail. The pace is going slightly up and we are catching up with other runners again, forming a smal train of around 5 runners on the downhill towards Vetti Guard. At this stage I am happy to go a little faster, but it is fairly impossible to pass and I fear I might end up being slower than I’d like to.

At the aid station, it seems my GPS tracker wasn’t funcioning, so I get a new one to attach to my pack. This results in some additional hassle, but I am glad I get help from Tom Andre Henriksen whos’ travel company I joined for the stay in Beitostølen. Besides refilling water, I am questioned by a medical staff. He thinks drinking less than 2L in the last 5,5h is really little, but he doesn’t make an issue out of it when I tell I never drink a lot in ultra’s.

IMG_3375

Once I got the OK to leave, I try to spot the runners with whom I entered the aid station, hoping to leave together, but I can’t find them and leave on my own. After a few steady uphill steps I notice something’s not right. I feel rather weak and it seems I got no power left in my legs. The feeling immediately made me think of what I experienced at Lavaredo the year before, with the big difference that my tendons are keeping up this time. It is a mystery to me what’s the matter really, did I drink too little after all and am I experiencing “heat exhaustion”, is my race pack, which is fairly tight after filling the water bladder, causing me trouble or have I -despite the low perceived effort- already seriously worn out my muscles on the technical bits? In any case, the result is that I am going incredibly slow and the heat -which is at its peak around 18h in these regions, something I didn’t factor in at the start- is seriously weighing on me. Meanwhile it seems that the runners with whom I entered the aid station stayed there a little longer. They easily catch up with me, but I fail to stick with them at this point. As I further drop behind in the race over the next kilometers, it’s clear to me I have to give up on my competitive ambitions and mentally prepare for some very long hours to come. Meanwhile the landscape is indescribably beautiful, but still I have a hard time dealing with the fact I am moving this slowly on this terrain and the disappointment that I can’t race on this kind of terrain despite the countless hours in training keeps haunting me.

IMG_3382

On this part of the route I am all by myself for what navigation is concerned. By combining map and GPS, this seems to go fairly well, but on some sections I don’t have to be too strict on the GPS and just trust I need to keep following the (marked) trail. In that case it is a matter of seeing the trail and the markings. Where these consist of poles or heaps of stones (“cairns”), it is generally possible to spot a marker from 50-100 m away, but even then I sometimes manage to miss them and seeing the trail itself can be equally challenging. While the trail is fairly unclear in a lot of places, it is still quite a bit more efficient to run on it rather than having to balance on stones a few meters away. On one occasion I am screwing up the navigation as I fail to see the next marker and I am putting (too much) trust in my GPS which seems to tell me the trail is 100 m off and down a steep slope. I run in circles for a bit, looking where I might have gone wrong. But as I am fairly mid-pack in the race it doesn’t take long for a few runners -who do manage to find the next marker- to catch up with me. Again I try to stay with them for a bit, but again this only works until we meet the next stone field, which never takes very long.

IMG_3384

After 11h of running, my GPS-watch tells me I have covered 60 kea and I am reaching the 2nd aid station in Tyinholmen. As I manage to get some running in again over the dirt road towards the post (which works fairly well), my spirit is lifting up again, but to my surprise, the medical check brings a cold shower. After indicating again that I (only) drank about 2 liters on this section, the medic is suspecting dehydration as my pulse seems fairly week, but relatively quick (I wonder whether the latter hasn’t more to do with the fact that I am getting cold after sitting for a few minutes). This means I can’t exit the aid station before having a few cups of soup and drinks. I don’t mind the soup, which tastes delicious at this point. Because of the long break I am getting really cold though, even after getting on a long sleeved T-shirt and warm jacket. And as I am starting on the drinks, I am protesting that I really want to leave soon, for which I eventually get the green ligt after another cup of soft drink and having spent some 30 minutes in total at the aid station.

IMG_3385

Preferably I would have liked some company upon leaving the aid station to cover the next section which partly deviates from the marked trail. But to avoid further cooling down, I leave on my own, but intentionally keep the pace fairly low so it doesn’t take too long for someone to catch up with me. Fortunately I manage to keep up, so we chat a bit and enjoy the full moon on top of Utsikten. I am tagging along and not paying close attention to the navigation, trusting we’re on track as we pass the lake as I remember from the route description. Further on we have to descend along a mountain ridge until we reach the marked trail again. Unfortunately it seems we deviated a bit too far east and are faced with a fairly steep rock cliff. Together with another runner who caught up, my running companions decide to descend here “as further on it’s getting even steeper”. I am way out of my comfort zone and the fact I still have my poles in hand makes me feel rather clumsy as I am scrambling down. I am still shuffling halfway down the cliff while the others have already reached the bottom. I am really glad they’re waiting for me at this stage, but shortly after we reach the marked trail again, I am on my own again.

While climbing down I switched on my headlamp. Meanwhile it is after midnight and the sun set roughly an hour ago. It isn’t really dark, so the lamp barely helps, but on this section I prefer to be seen in case I run into trouble. Most of the night I move over almost flat rugged terrain. I haven’t been running for a while now and feel I need to do so to keep sane. The last kilometers took me 15 to 17 min/km walking, I manage to get to 12 min/km putting in some good effort while switching between running, balancing on stones, looking for the next cairn, the trail or looking at the GPS. It seems ridiculous to put in that much effort to barely reach a walking pace, so my enthusiasm to do so is limited.

IMG_3393

Sunrise, casting its glow on the mountains a bit before 4, brings some new courage. By early morning, on the descent towards the Yksnin Lake, I get company from other runners again. Once at the lowest point, I manage to do a bit of running again on the grassy trail. It takes quite some energy but I seem to take some distance again which I keep during the next climb, but get well behind again when we cross the rocky terrain along the lakes. It is only when the eastern part of Lake Bygdin comes into view, and I am closing in on checkpoint 3 that I manage to find a good running rhythm again.

At Bygdinveien I have covered 101 km (officially 89 km) and am feeling great, those last 16 km won’t stop me from finishing this race. Passing through the aid station goes swiftly and before I know I am at the foot of the Bitihorn. With empty (climbing)legs this is bound to be a climb on character, and I apply the target to ascent 100 m within 10 minutes as a mental trick (which is what I also did during my last climb in the TDS). It’s a slow target, and initially I don’t have too much trouble to reach it, but as the ascent proceeds it still requires a bit of pushing to get there. After a lousy selfie at the top and a short descent, we are faced with a fairly strange section of the course along Velumskardet. This section is marked with Norwegian flags, but these are put on the highest bits of the rock which are intersected by some steep cracks. I am not quite sure how to run here and end up zigzagging up and down to keep close to the flags. Only after storing my poles (which I should have done earlier) and some down climbing I manage a good pace again.

IMG_3394

Meanwhile there’s a small group of runners in view for some time now, with whom I catch up on a runnable section. But since I (still) seem to have other running qualities at this stage, this results in some yo-yoing when they take some distance on me in the climbs and more technical section. In these last kilometers I do no longer mind to put in some more effort in on those sections I can actually run to catch up again. Once I reach the section I reccied, my pace goes up again, I manage to get those legs running on the ski slope and am accelerating on the flat dirt road towards the finish, thereby taking over a few runners. It makes no sense in this kind of race, but it is stronger than myself to push out a final sprint before settling in a chair and uttering “this is the only bit of running I did”. But. What. A. Journey! I couldn’t imagine a better quote than: “Comfort is the enemy of achievement” – Farrah Gray for the finisher T-shirt!

XReid Jotunheimen: de comfortzone voorbij

[Please find the English version of this post here.]

De plannen om in 2018 voor een 2e maal naar Noorwegen op vakantie te trekken werden al in het najaar van 2017 gesmeed, maar het was pas in januari -toen de locatie voor XReid 2018 aangekondigd werd- dat hier ook een concrete loopwedstrijd aan gekoppeld werd.

Ondanks de niet optimale timing (de vrijdag voor het einde van het schooljaar), wou ik toch een poging doen om me hiervoor in te schrijven. Van de -weliswaar korte- passage door Jotunheimen, op de Bessegen trail in 2015, was ik danig onder de indruk dat ik ervan overtuigd was dat dit een unieke loopervaring zou worden.

De trainingsvoorbereiding werd een behoorlijke balanceeroefening gezien de moeizame opbouw in het voorjaar en aanhoudende Achillespeesklachten. Maar al bij al had ik er toch zowat de beste trainingscyclus ooit voor een 100+ wedstrijd opzitten.

Ik had er echter het raden naar wat voor wedstrijd en terrein ik mocht verwachten. In de facebookgroep van de wedstrijddeelnemers was er een hele discussie over finishtijd en techniciteit van het terrein die uiteenliep van “helemaal niet technisch” over “Norway is always technical…” Wat resulteerde in een zeer ruwe prognose van 14 tot 24u om de 105 km te overbruggen.

IMG_3334

Op donderdagochtend heb ik de gelegenheid de finishkilometers in Beitostølen al eens te verkennen. De navigatie op/langs de laatste afdaling blijkt minder evident dan gedacht. Eens ik een paar 100 m hoger zit is het landschap alvast adembenemend en dit stuk lijkt nog redelijk beloopbaar (ik kom aan een gemiddelde van 7,5 min/km op een rustige trainingsloop). De rest van de dag heb ik nog de gelegenheid om wat uit te rusten. Het ophalen van startnummer en afgeven van drop bagsverloopt vlot en de racebriefing wordt vervangen door een velletje papier met een paar aandachtspunten.

De volgende ochtend stap ik om 7:30 samen met een 250-tal deelnemers op de bus naar de startlocatie in Turtargø waar we nog 1u tijd hebben voor de start om de laatste pre-race rituelen af te werken. Er staat een stralende zon, maar zodra de trui uitgaat voelt het toch nog vrij fris waardoor ik toch even rondloop om niet te veel af te koelen en tegen de start om 12u behoorlijk sta te popelen.

IMG_3351

Twintig meter na de start zitten we meteen op een singletrackwaardoor het dringen is voor een plekje vooraan. Na een goeie 100 m blijkt de kopgroep al meteen een afslag gemist te hebben en wordt er dwars door de lage vegetatie gelopen en blijkt de aardeweg waar we op uitkomen een kleine 100m parallel naast de route op de GPS te lopen. Dat belooft voor de navigatie… De eerste klim vat ik met goede moed aan en probeer ik mijn enthousiasme te temperen om hier niet te snel te klimmen. Naar mijn gevoel lukt dat redelijk, maar als je je daarbij in een 5e positie nestelt, schept dat toch enige verwachtingen. Het pad slingert omhoog over steeds rotsachtiger wordend terrein. Naar boven vormt dat allemaal geen probleem, maar ik begin me stilaan af te vragen wat dat in de afdaling gaat geven.

IMG_3362

Na het uitzicht op de top in me opgenomen te hebben is het meteen even slikken. In tegenstelling tot de beklimming slingert het pad voor de afdaling niet naar beneden, maar vormt één lange -weliswaar wat minder steile- rechte lijn over onregelmatige losse stenen. Op zich niets onoverkomelijk, maar ik kom er toch nauwelijks op uit de voeten, en in de tijd dat ik mijn wandelstokken opberg en een fotootje neem passeren me een 10-tal renners, en in de rest van de afdaling nog eens minstens zoveel.

IMG_3363

Dit zorgt toch voor een behoorlijke psychologische tik, maar naarmate er wat variatie in het terrein komt probeer ik weer aansluiting te vinden bij een paar medelopers. Ook dat blijkt niet mee te vallen. Ik moet tot de vaststelling komen dat ik bij elk ietwat technischer stuk achterop raak waar de (voornamelijk Noorse) medelopers omzeggens moeiteloos over stappen/lopen en ze weer bijhalen op iets makkelijker terrein lijkt me al snel een tikkeltje te veel energie te kosten om duurzaam te zijn op deze afstand.

Na pakweg 25 km lukt het me uiteindelijk toch om aan te klampen bij een loper die aan zijn eerste 100+ km ultratrail toe is. Het tempo gaat zelfs lichtjes de hoogte in, we halen een aantal lopers bij, en in de steile afdaling naar de 1e controlepost bij Vetti Guard lopen we in een treintje met een man of 5 dat traag naar beneden kronkelt. Het mag voor mij op dat moment zelfs een tikkeltje sneller, maar het is quasi onmogelijk om hier voor te steken en de kans bestaat dat ik hier op eigen tempo toch nauwelijks sneller vooruitkom.

IMG_3364

Op de controlepost blijkt dat mijn GPS tracker niet functioneerde en krijg ik een nieuwe toegewezen. Dit zorgt voor wat extra rompslomp, en ik ben dan ook blij dat ik hulp krijg van Tom Andre Henriksen uit het reisgezelschap waarbij ik aansloot voor overnachting in Beitostølen. Naast het bijvullen van water, word ik ook door de medische staff gevraagd hoe ik me voel en hoeveel ik gedronken heb tijdens de afgelopen 5,5u. Een kleine 2 liter lijkt deze persoon zeer weinig, maar hij maakt er geen probleem van als ik zeg dat ik altijd zo weinig drink tijdens ultralopen.

Nadat ik OK gekregen heb om weer te vertrekken probeer ik de lopers waarmee ik de controlepost binnenliep te spotten, maar omdat ik ze in de hectiek niet direct zie, vertrek ik snel om de route verder te zetten. Na een paar stevige passen omhoog voel ik me als uit het niets behoorlijk slap en lijk ik geen kracht meer in de benen te hebben. Het gevoel deed me meteen denken aan wat ik een jaar terug op Lavaredo ervoer, met dat grote verschil dat mijn Achillespezen het nu wel uit lijken te houden. Het is me een raadsel wat er echt aan de hand is, had ik toch te weinig gedronken en hier last van “heat exhaustion”, zorgt de volle, enigszins klemmende rugzak voor problemen of heb ik ondanks de vrij lage intensiteit mijn spieren al danig uitgeput op de technische stukken? In elk geval is het resultaat dat ik tergend traag vooruit ga, en de hitte -die rond 18u het grootst is in deze regionen, een factor waar ik helemaal niet op gerekend had- behoorlijk zwaar gaat wegen. Intussen blijkt dat de lopers waarmee ik het laatste stuk naar de controlepost aflegde er toch iets langer gebleven waren, maar me in deze klim vlot voorbijsteken en ik met geen mogelijkheid weer kan aanklampen. Terwijl ik de volgende kilometers nog verder wegzak, wordt het me duidelijk dat het tijd is om de competitieve ambities op te bergen en de klik te maken dat ik nog héél wat lange uren voor de boeg heb. Intussen is het landschap dat we doorkruisen onbeschrijflijk mooi, maar desondanks blijf ik er last mee hebben dat ik op dit terrein zo tergend traag vooruit kom en blijft de mentale tegenslag dat ik hier ondanks de vele trainingsuren niet uit de voeten kom zwaar wegen.

Op dit stuk van de route ben ik voor de navigatie grotendeels op mezelf aangewezen. Dit blijkt door combinatie van GPS en kaart behoorlijk goed te lukken, al zijn er hier en daar een aantal stukken waar ik de GPS niet te strikt moet volgen en erop vertrouwen dat de route het (gemarkeerde) pad volgt. In dat geval is het kwestie van het pad en de markeringen te zien. Waar lange palen en steenhopen (“cairns”) gebruikt zijn, is de markering vaak van een 50-100m afstand te zien, maar dan nog kijk je er af en toe over en blijft het kwestie om te zien waar het pad zelf is. Hoewel de paden op veel plaatsen vrij onduidelijk zijn, blijft het een stuk efficiënter om erop te lopen dan over de oneffen stenen een paar meter ernaast te moeten balanceren. Eén keer ga ik redelijk in de mist als ik de routemarkering even niet zie en (te veel) op mijn GPS vertrouw. Deze lijkt me te vertellen dat ik een 100m van de route af zit en het pad ergens beneden me ligt, maar door de steile helling zie ik geen mogelijkheid er te geraken. Ik draai een paar rondjes zonder wijzer te worden, maar doordat ik verder achterin de wedstrijd zit duurt het niet heel lang voor een groepje lopers -die wel de markering zien- me bijhaalt. Weer probeer ik in de buurt te blijven, maar opnieuw lukt dat maar tot we een stenenveld passeren, wat nooit lang op zich laat wachten.

IMG_3378

Na 11u lopen heb ik volgens mijn GPS-horloge 60 km in de benen en kom ik aan op het 2e controlepunt in Tyinholmen. Doordat ik de laatste kilometer over een aardeweg weer even aan lopen toe kom (wat aardig lukt) krijg ik weer er weer zin in, maar tijdens de medische ondervraging volgt de ontnuchtering. Weer moet ik aangeven dat ik (slechts) een liter of 2 gedronken heb, maar omdat mijn pols blijkbaar vrij zwak, maar toch snel voelt (maar zit de koude die ik na een paar minuten stilzitten voel daar niet voor iets tussen?) mag ik niet dadelijk weer vertrekken en moet ik eerst een paar bekers soep en drank naar binnen werken. Ik voel me echter prima, maar zeg geen neen tegen de bekers soep die op dat moment heerlijk smaken. Door het lange stilzitten krijg ik, zelfs na het aantrekken van een T-shirt met lange mouwen en warm jasje behoorlijk koud. Als ik aan de drank toe ben begin ik dan ook te protesteren en wil ik vooral snel kunnen vertrekken om niet verder af te koelen. Uiteindelijk mag ik na nog een bekertje frisdrank en in totaal een half uur ter plaatse weer vertrekken.

Liefst was ik in gezelschap het controlepunt uitgelopen om de eerste kilometers, dat een stuk afweek van gemarkeerde paden, te overbruggen. Omdat ik echter niet langer wil koukleumen vertrek ik toch alleen, maar houd het tempo bewust vrij laag zodat ik al snel bijgehaald word. Het lukt me gelukkig om aan te klampen zodat we een stuk samen kunnen babbelen en op de top van de Utsikten van de volle maan kunnen genieten. Ik sla hierbij weinig acht op de navigatie, en ben er gerust in dat we goed zitten als we langs een meer passeren zoals ik de route ook in gedachten had. Verderop moeten we een bergkam volgen tot we weer op een gemarkeerd pad uitkomen. Helaas blijken we toch wat te ver naar het oosten te zijn afgeweken en staan we plots aan de rand van een steile bergwand. Samen met een andere loper die ons intussen vervoegde beslissen mijn medelopers hier toch naar beneden te klauteren “omdat het verderop nog steiler is”. Ik voel me hierop helemaal niet op mijn gemak en het feit dat mijn stokken nog uitgeklapt zijn draagt er ook toe bij dat het klauteren nogal stuntelig verloopt. Mijn medelopers zijn zeer vlot beneden, terwijl ik nog enigszins ongemakkelijk halverwege de rotwand schuifel. Ik ben dan ook zeer blij dat ze me beneden opwachten, maar niet lang nadat we het pad gespot hebben sta ik er weer alleen voor.

IMG_3389

Tijdens de klim naar beneden knipte ik mijn hoofdlamp aan, het is intussen na middernacht en de zon is pakweg een uurtje onder. Echt donker is het echter niet, en de lamp helpt dan ook niet echt voor mezelf, maar op dit stuk wil ik vooral gezien worden voor het geval ik in de problemen raak. Een groot deel van de nacht loopt over een eindeloos stuk (vals)plat ruig terrein. Ik ben al even niet meer aan lopen toegekomen en ik betrap me erop dat ik daar nood aan heb om er weer wat zin in te krijgen. De laatste kilometers haspelde ik al stappend aan 15 à 17 min/km af, als ik dit lopend probeer kom ik amper in de buurt van 12 min/km door het constante schipperen tussen lopen, over stenen balanceren, rondkijken om de volgende steenhoop te vinden, het pad te vinden en een glimp op de GPS te werpen. Een dergelijke minimale winst lijkt gezien de toch wel behoorlijke krachtinspanning om begot aan stapsnelheid te lopen niet echt te renderen, en ik kan me er dan ook maar met mate toe motiveren.

De zonsopgang, die iets voor vieren al zijn gloed op de bergen werpt, zorgt voor wat nieuwe moed. Tegen de vroege ochtend krijg ik in de afdaling naar de vallei van het Yksninmeer weer even gezelschap. Eens op het laagste punt kan ik op het grassige terrein weer enigszins lopen, het vergt relatief veel energie, maar ik neem hierdoor toch enige afstand die ik tot na de volgende klim behoud om vervolgens op de rotsige stukken langs de meren weer op achterstand te komen. Pas als de oostelijke uitloper van het Bygdinmeer in zicht komt en ik het 3e controlepunt nader hervind ik op de glooiende aarde paden terug enig ritme en kan ik weer een paar kilometer behoorlijk vlot afhaspelen.

In Bygdinveien zit ik aan 101 kilometer (officieel 89 km) en ben in goede doen, die laatste 16 km gaan me niet meer tegenhouden om hier te finishen. De passage langs de verzorging verloopt vlot en voor ik er erg in heb sta ik aan de voet van de Bitihorn. Met lege (klim)benen wordt het een beklimming op karakter, en ik pas hier de mentale truuk toe dat ik 100 m wil stijgen binnen de 10 minuten (wat ik ook tijdens de laatste beklimming van de TDS deed). Dit is op zich vrij traag, en het lukt me aanvankelijk goed om dit te halen, maar naarmate de top nadert moet ik toch doorzetten om hieraan te komen. Na een snelle verwaaide selfie op de top en een kort stukje afdaling volgt een vrij bizar stuk van de route langs Velumskardet. Dit stuk werd door de organisatie met Noorse vlaggetjes gemarkeerd, maar de vlaggetjes zijn geplaatst op de hoogste stukken van de rots die doorsneden wordt met steile afdalingen/spleten, hierdoor is het niet geheel duidelijk hoe we nu eigenlijk moeten lopen en heb ik de neiging om wat zigzaggend naar boven en beneden te lopen om in de buurt van de vlaggetjes te blijven. Pas nadat ik mijn stokken eindelijk heb opgeborgen (wat ik hier eerder had moeten doen) en een stuk klauterafdalen kom ik weer enigszins op gang om te lopen.

IMG_3394

Intussen heb ik al een hele tijd een groepje lopers in het vizier waar ik op een beloopbaar stuk aansluiting kan bij vinden. Maar doordat ik duidelijk (nog) andere loopkwaliteiten heb wordt het een hele tijd een jojo-effect waar zij uitlopen in de klimmen en de technischere stukken. In deze laatste kilometers kan ik het echter wel opbrengen om in de ietwat beloopbare stukken een efforkete doen om ze weer bij te halen. Als de laatst kilometers -die ik verkend heb- in zicht komen kan er nog een lichte versnelling af, slaag ik er in om de benen goed naar beneden te laten rollen in de afdaling langs de skihelling en kan het tempo de hoogte in over de laatste kilometers die over een aardeweg naar de finish lopen, waarbij ik nog een handvol lopers voorbijsteek. Het houdt in dit soort wedstrijd geen steek, maar het is sterker dan mezelf om hier alsnog een finishsprint in te zetten om me vervolgens -na 115 km in 25:26- voldaan aan de finish in een zeteltje te installeren en “this is the only bit of running I did” uit te brengen. Maar. Wat. Een. Tocht! Een beter citaat dan: “Comfort is the enemy of achievement” – Farrah Gray konden ze voor mij alvast niet verzinnen (voor de finisher T-shirt)!

Grand Trail des Lacs et Chateaux 2018: Een mentale overwinning

De Grand Trail des Lacs et Chateaux (GTLC) had al een speciale plek in mijn hart en dat is na mijn passage dit jaar alleen maar sterker geworden. Wat mij betreft was dit dan ook  de editie van de superlatieven: door de aanpassingen aan het parcours dit jaar –met nog meer passages door de venen– de mooiste editie tot nu toe, maar door de combinatie van zompige veengrond en de hitte ook de zwaarste.

 

Om 4u ’s ochtends schieten een kleine 200 “fous furieux” uit de startblokken voor een tocht van op papier 105 km van Butchenbach naar Jalhay. De goesting is groot en het tempo in de kopgroep ligt meteen (te) hoog. Ik tast het tempo wat af, maar mijn benen voelen al van bij vertrek redelijk onfris, dus niet het moment om risico’s te nemen. Ook mijn keuze voor een minimalistische hoofdlamp doet me hier automatisch een tikkeltje voorzichtiger lopen. Ik laat dan ook al snel een gaatje op de 2 koplopers en nestel mij in het achtervolgende groepje.

De kop wordt getrokken door een Britse loper die een ongelofelijk sterke indruk geeft en ook in het achtervolgende groepje maakt een Brit het goeie weer. Ik heb ook al snel aansluiting bij Nico, een Zwitserse loper die de GTLC als kwalificatiewedstrijd voor de Western States Endurance Run loopt (net als ik trouwens). Blijkbaar trekt dit gegeven toch redelijk wat buitenlandse lopers aan. Maar wie hier een makkelijke 100 km verwacht is eraan voor de moeite. In totaal blijken slechts 76 van de 195 starters de finish te halen en ook de 2 Britten blijken in de problemen te zijn gekomen. De persoon die mee in het achtervolgende groepje liep, zagen we ergens in de eerste 15 km een afslag missen. We riepen hem na, maar hij leek ons niet te horen door zijn koptelefoon. Ik schreeuwde nog eens luid, maar dat bleek niet te helpen. Een split-seconde dacht ik er nog aan erachter te lopen en hem terug te halen, maar wie hier -terwijl we getrakteerd werden op het geluid van de ontwakende natuur- zijn koptelefoon zodanig luid zet dat die niets hoort moet het zelf maar weten… We hebben hem in elk geval niet meer terug gezien. Wat de Brit op kop betrof heb ik er het raden naar wat er zich heeft afgespeeld, maar ik geloof dat die ergens tussen bevoorrading 2 en 3 in de mist moet zijn gegaan.

Na nog geen 20 km is het achtervolgende groepje uitgedund tot Nico en mezelf. Hij lijkt me ongelofelijk soepel te lopen, wat bij mij -in elk geval gevoelsmatig- verre van het geval is. We doorkruisen samen keuvelend het eerste stukje hoogveen, maar voor de 2e bevoorrading rond de 40 km moet ik hem laten gaan en sta ik er alleen voor. De komende 20 km zijn er zowel qua terrein als qua lopen met redelijk wat ups en downs. Mijn basistempo blijft behoorlijk maar soepeler wordt het er niet op. Af en toe zit er toch een afdaling of klim tussen waar het gevoel helemaal goed zit. En dan zie ik in de beklimming om Malmedy te verlaten tot mijn grote verwondering terug een glimp van Nico voor me. Hoewel het stevig omhoog gaat, blijf ik daardoor een behoorlijk stuk doorlopen. Langzaamaan haal ik hem bij en hoor ik dat hij last kreeg van de hik waardoor zijn ademhaling niet meer normaal verliep en het tempo wat zakte. Maar nu hij er weer door is kunnen we weer een stuk samen lopen.

Aan de 3e bevoorrading, op een goeie 58 km, horen we dat we nu in 2e en 3e positie lopen, de 1e Brit niet meer gespot is en de Vlaamse loper (Senne, maar op dat moment wist ik zijn naam nog niet) ook niet bijzonder ver uitgelopen is en al enige vermoeidheid vertoont. Reden genoeg om niet te treuzelen dus. Aanvankelijk draaien de benen weer behoorlijk en moet ik deze keer Nico achterlaten. Intussen is de zon echter goed doorgebroken en de temperatuur behoorlijk de hoogte in gegaan. Bovendien krijgen we hier ook het langste stuk zonder bevoorrading voorgeschoteld (27 km). Een groot deel hiervan volgen we het water en hier maak ik 2 keer gebruik van om me volledig onder te dompelen om af te koelen.

33943940_1642526909178888_4629498347315527680_o

Foto: Alain Vandercammen

Een aantal kilometer voor de bevoorrading rond km 85 krijg ik het toch redelijk lastig en pikken Roel en Theo (die de 60 km lopen) me op. Ook zij zitten inmiddels zonder water en snakken naar de bevoorrading die toch een paar kilometer langer op zich doet wachten dan verwacht. Hoewel ik het zwaar heb, speelt het wedstrijdelement toch door mijn hoofd: als ik, ondanks deze moeilijkheden, op de bevoorrading minder dan 10 minuten achter de nummer 1 zit, dan ga ik er op jagen… De verbazing is dan ook groot als ik hem op de bevoorrading aantref.

Dat verandert de hele situatie natuurlijk, nu wordt het eerder een tactische kwestie, dan op volle kracht jagen. Ik vertrek samen met Roel en Theo, en Senne blijkt op een tiental meter te volgen. Aanvankelijk pak ik het rustig aan en kijk ik even de kat uit de boom om te kijken of hij er nog bij komt. Dat blijkt niet het geval en gaandeweg beginnen de benen weer op gang te komen. Als we weer in de venen komen, loop ik weg van mijn kompanen en als ze na een onderdompelpauze niet opnieuw in het zicht zijn ben ik weer op mezelf aangewezen. Wat volgt is een vrij vlak stuk, maar met bij momenten zeer zompige ondergrond (wat bij vorige 5 edities nauwelijks het geval was), passages over gladde boomwortels en hier en daar wat keien. Het terrein zuigt hier alle energie uit die toch al zeer vermoeide benen, maar dat is voor alle lopers het geval. Eén keer zak ik tot ver boven mijn knieën in het veen en vliegt de modder me rond de oren, maar dat kan de pret niet bederven en het tempo blijft toch behoorlijk respectabel, wetende dat een tijd gelijkaardig aan die van Stijn Van Lokeren in 2017 nog tot de mogelijkheden behoort. Maar naarmate de kilometers vorderen begint het te dagen dat er dit jaar wel eens een paar kilometer extra zou kunnen aangelapt zijn.

34393601_1647442148687364_5354784372169900032_o

Voor de bevoorrading nog een restje water over mijn hoofd kletsen. Foto: Gédéon Baltazard

Als ik dat op de laatste bevoorrading –met reeds 100 km op de teller– bevestigd weet, weet ik wat gedaan: krachten sparen en redelijk wat stappen. Lopen doen we wel in de laatste (relatief snelle) kilometers. Mijn inschatting is dat ik in de laatste 10 km een behoorlijke marge heb opgebouwd op mijn achtervolgers, er geen reden is om mijn benen meer dan nodig af te matten (met oog op vlot herstel) en de tijd van vorig jaar ook al geen referentie is omdat er een kleine 4 km extra te overbruggen is. Het gaat traag vooruit, maar ik zie op geen enkel moment iemand achter mij en als Surister in zicht komt weet ik het tempo toch weer redelijk op te pikken. In de laatste kilometer krijg ik nog een kleine verassing voorgeschoteld in de vorm van een kudde losgebroken koeien die ik moet omzeilen door langs de kant van de weg over een paar boomstammen te klauteren. En dan het laatste klimmetje, een schuchtere poging om te versnellen tot een eindsprint om met een oerkreet en handen in de lucht over de meet te komen en me op mijn rug in het gras te laten schuiven na deze onvergetelijke editie van de GTLC. Uiteindelijk blijken ook Senne en Nico een zoveelste adem te hebben gevonden, want zij finishen binnen de 5 minuten na mij, wat op zo een afstand toch wel bijzonder is.

33902776_1642514252513487_7793551976335147008_n

Foto: Christophe Alard

Volgende week kom ik in Noorwegen in actie op de XReid, mijn hoofddoel voor deze zomer. Ik herstelde vrij goed na de GTLC en kon nog een behoorlijke brok training afwerken, maar het bleef balanceren om mijn Achillespeesblessure onder controle te houden. Ik kijk er in elk geval heel erg naar uit om Jotunheimen te doorkruisen en wil er in de eerste plaats van genieten!

34497847_1648933755204870_7457560374145974272_n

Foto: Bastien Schoonbroodt

P.S.: Ik liep hier met de Inov-8 Parkclaw 275 met het idee mijn pezen wat meer te sparen. Tot mijn verbazing bleek deze schoen ook vrij goed op natte boomwortels en stenen.

85km Innsbruck Alpine Trailrun Festival: de eerste roep van de bergen

Via Inov-8 Benelux kreeg ik de kans om deel te nemen aan de 85 km op het Innsbruck Alpine Trailrun Festival. Dit leek me een ideale wedstrijd in de opbouw naar mijn hoofddoel deze zomer (XReid in Jotunheimen, Noorwegen), om een mooi aantal wedstrijdkilometers en hoogtemeters in de benen te krijgen. Omdat ik me nog niet helemaal klaar voelde voor een 85 km stond ik met beperkte ambitie aan de start: behouden starten, de wedstrijd goed indelen en kijken waar we staan.

sportograf-120652417

Net voor het startschot om 5u ’s ochtends heb ik het genoegen kennis te maken met Geordie Klein die ook Inov-8 BeNeLux ambassadeur is. Na een snelle selfie worden we voor de eerste kilometers de straten van Innsbruck ingestuurd om via een idyllische brug de rivier over te steken en naar boven te kronkelen richting de bergen van de Nordkette. Mijn plan om relatief rustig te starten lijkt (op de 1e wegkilometer na) behoorlijk te lukken. Dat ik hiermee behoorlijk vooraan blijk te zitten schept natuurlijk enige verwachting, maar omdat mijn achillespezen zich ook enigszins laten voelen laat ik mijn hoofd hier niet gek door maken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De wedstrijd loopt over een aaneenschakeling van zeer mooie singletracks door het bos, bredere aardewegen, maar helaas ook een redelijk aandeel asfalt. Dat wordt echter gecompenseerd door de schitterende uitzichten op de bergen. Ik blijf vlot ronddraaien op de doorgaans vrij goed beloopbare paden, en dat het grootste deel van de wedstrijd ergens rond de 6e à 8e positie. Doordat ik regelmatig met een paar medelopers kan praten lijkt de tijd voorbij te vliegen.

Rond de 60ste kilometer krijg ik een eerste dipje, naar ik vermoed omdat Attila en Bernd (de latere nummers 5 en 6) het tempo licht de hoogte in drijven. Dan is het kwestie van weer je eigen tempo te zoeken en door te zetten. Tegen de volgende bevoorrading heb ik Bernd terug bijgehaald. We lopen een eind samen en net voor we het dorp uit lopen doopt Bernd zijn hoofd nog even in een waterbron. Dat had ik ook beter gedaan, want een goeie 100m verder lopen we over nagenoeg smeltend asfalt in de hitte omhoog te sjokken. Op dit stuk van amper een halve kilometer geraak ik echt niet vooruit, en moet ik Bernd en nog 2 andere lopers laten gaan.

sportograf-120643296

Eens we terug omhoog het bos in duiken krijgen we nog een aantal mooie slotkilometers voorgeschoteld waar je al eens je tanden op stuk kan bijten, maar gestaag komt de finish in zicht. De laatste kilometer over de weg gaat de snelheid nog even de hoogte in en zet ik zelfs nog een sprintje in, gewoon omdat het kan. Blij dat het er op zit, maar ook vooral dat ik hier weer een mooie ervaring rijker ben en toch maar mooi top-10 (9e in 8:47) gelopen heb. Dat belooft voor mijn 2 volgende wedstijden, de Grand Trail des Lacs et Chateaux en de XReid!

 

Dat de organisatoren ervoor kozen om omwille van lawinegevaar de hogergelegen route te wijzigen is natuurlijk volledig te begrijpen, maar ergens had ik toch op meer lange klimmen gehoopt. Dat maak ik ruimschoots goed door de dag erna een verticale kilometer te lopen tussen twee stations van de Nordkettebahn, wat nog verrassend goed ging ondanks mijn vermoeide benen.

Lopen doe je ook met je hoofd

Om 2018 wedstrijdgewijs in te zetten trok ik in januari naar de Trèfle à 4-feuilles, in februari naar de Trail des 3-vallées en in maart naar de Trail au Fil du Bocq. Op allerlei vlakken waren dit zeer uiteenlopende wedstrijdervaringen en speelde het mentale aspect een niet te onderschatten rol. In plaats van een klassiek wedstrijdverslag ga ik hier in op dit contrast.

Trèfle à 4-feuilles

Mentaal klaar om te presteren? Het was even geleden, maar voor de Trèfle (42 km) was ik toch enigszins nerveus en stond bij de start dan ook behoorlijk te popelen. Nadeel was dan wel dat er van de voorgenomen behouden start niet veel in huis kwam en ik al tijdens de eerste kilometers in de top-5 liep. Gaandeweg polsend naar welke afstand mijn medelopers liepen, bleek al snel dat zij voor kortere afstanden gingen en ik dus voor de langste afstand op kop liep. Gezien ik nog behoorlijke twijfels had hoe ik de kilometers boven de 30 zou verteren (in training was ik amper in de buurt van 25 km geraakt) werd het kwestie de rest van de wedstrijd gecontroleerd te lopen.

IMG_2813

Zie de goesting!

We lopen door. Eén van de lopers waar ik de eerste lus (van 4) mee samen liep was Jonathan Van Londersele, hij liep 3 lussen en gaf een zeer sterke indruk. Tijdens de 2e lus liet ik me wat uitzakken en kreeg ik gezelschap van Koen Van Roey. Na wat gekeuvel over komende loopplannen werd het stilaan menens en was het kwestie van mijn krachten goed te spreiden. Tijdens de 3e lus liep Koen regelmatig op me uit tijdens de afdalingen, maar in de beklimmingen haalde ik hem -weliswaar naar het einde ervan- terug bij. Dit scenario herhaalde zich een paar keer en ik kreeg er vertrouwen in dat we lus 3 samen zouden uitlopen en maakte me mentaal sterk dat de winst binnen zou zijn als we samen lus 4 aanvatten. Het beste was er echter duidelijk af, maar dat bleek ook bij Koen het geval. Luttele seconden nadat we dat ook met zoveel woorden tegen elkaar zeiden bleek ik stilletjesaan van hem weg te lopen. De passage over een geploegde akker met klevende modder voelde een pak zwaarder aan dan 4 jaar geleden en ook het wedstrijdslot leek langer (was dat echt zo -volgens mijn gps-horloge alvast wel- of liet mijn geheugen me in de steek?). Met deze winst was het jaar alvast goed ingezet.

De evaluatie. Ondanks winst had ik het gevoel dat er toch nog heel veel werk aan de winkel was. Echt vlot liep het allemaal niet, en mijn tijd van 3:17 was nu niet bepaald bijzonder, zeker als je weet dat ik in 2014 3:10 (toen het parcours mogelijks wel een km ofzo korter was) liep en ik erna nog veel verbetering in mijn looptijden realiseerde. Wat er ook van zij, ik had zoiets van “wat koop ik ermee”…

Trail des 3-vallées

Mentaal klaar om te presteren? Van nerveusheid was er voor de 3-vallées veel minder sprake, al was de goesting om er in de sneeuw te lopen wel zeer groot. Metaal fris was ik evenmin, het leek alsof ik de werkstress op die vroege zaterdagochtend nog niet van me af had kunnen schudden… Ik startte relatief rustig en kon tijdens de eerste beklimming ergens rond de 5e positie meedraaien. In de eerste afdaling raakte ik in de sneeuw en modder echter helemaal niet uit de voeten, had ik het gevoel dat ik ongelooflijk aan het knoeien was en werd ik ingehaald door een man of vier. Objectief gezien nog niets aan de hand, maar in het kopke was het toch al snel van “’t is mijn dag niet”,”de conditie is een stuk minder dan ingeschat”,… En misschien nog het strafste was dat ik op dat moment uit het oog verloor dat -gezien er nog lopers van 2 kortere afstanden meewaren- ik bijna zeker nog in de top-5 liep, en mijn frank pas viel toen ik de uitslagen zag. Op ultra-afstanden kan je je dan nog eens herpakken, maar als je op kortere afstanden zo vroeg het kopke laat hangen staat het in de sterren geschreven dat het gene vetten wordt…

27912721_182652955840703_7911547759088564490_o

Foto: Rudy Bertrand – Op de sukkel

We lopen door. Hoewel de full-on race modus overduidelijk af stond, bleef ik toch comfortabel meedraaien en kon ik aansluiting vinden bij 2 andere lopers. Zij bleken de 21km te doen, maar gezien we nog geen splitsing gepasseerd waren, was dat geen probleem. Met uitzondering van de eerste kilometers liep het parcours grotendeels over onverharde paden, was het verassend gevarieerd en bedekt door een prachtig sneeuwtapijt. Ik heb geen idee of de sneeuw er voor wat tussen zit, maar onbewust moeten we ergens een afslag gemist hebben. We bleven weliswaar markeringslinten zien, maar terwijl we over de weg naar beneden denderden maakte een automobilist ons duidelijk dat we helemaal verkeerd zaten, maar dat er niets anders op zat dan binnen te lopen. Hierdoor kwamen we al na 21 km langs de verkeerde kant over de finish. Maar omdat ik hiervoor niet naar Couvin gekomen was, zette ik snel weer aan om in tegenrichting nog een paar kilometers als training mee te pikken. Aanvankelijk was ik wat uit mijn ritme, maar als ik op de finale lus van de 31 km uitkwam was ik weer aangenaam aan het cruisen. Wanneer ik voor de 2e keer over de finish kwam, had ik 38 km op de teller, wat toch kan tellen als training.

De evaluatie. Het mislopen was natuurlijk balen, maar ik kon er snel vrede mee nemen. Ik had me goed geamuseerd en had er, door het lopen van een extra lus een zeer mooie training van gemaakt waarop ik gaandeweg toch weer mooi snelheid aan het maken was. Dat vlot naar beneden lopen op de langere en steilere stukken een fameus werkpunt is, was nu wel overduidelijk geworden. Een tikkeltje frisser, minder last van blessure en wat meer durf zou wonderen doen!

Trail au Fil du Bocq

Mentaal klaar om te presteren? De 51km van de Trail au Fil du Bocq bleek ook een wedstrijd in lussen te zijn. Door wat tegenslagen tijdens de trainingsopbouw – stevige griep in combinatie met reductie in training na shockwave behandeling – stond ik hier zo mogelijk nog afwachtender aan de start. Doordat er vrij rustig werd gestart zat ik hier toch in de kopgroep die na een paar kilometer al op handen en voeten aan het klimmen was. Niet veel later kwam de eerste verassing toen we lopers die deze beklimming onbewust afgesneden hadden weer aan het bijhalen waren, maar naar het einde van lus 1 waren deze lopers allemaal terug opgeraapt en liep ik weer mee op kop.

29665587_10215490162066870_2545539959305124391_o

Foto: Laurent Germain

We lopen door. In de 2e lus zat een verassende passage door een actieve steengroeve waar ik samen met  Guillaume Deneffe door de modder ploeterde. Ik draaide nog vrij goed mee rond, maar Guillaume was overduidelijk de betere loper en tegen halverwege de 2e lus had hij al enige voorsprong gepakt en liep ik er in 2e positie achter. Bij de drankpost voor de laatste lus, en supporters langs de weg hoorde ik echter dat de voorsprong nog beperkt was, waardoor ik toch stevig door bleef lopen. Rond 40 km maakte ik een eerste foutje door op een recht stuk zonder markering even om te keren om dan te besluiten dat ik toch juist zat. Het noodlot sloeg echter toe rond km 47-48. Ik was op dat moment juist zeer goed op dreef en als ik bij een splitsing kom waarvan de ene afgezet is met een lint ga ik als vanzelf de andere richting uit. Op dit stuk loop ik samen met lopers van een andere afstand en ben constant aan het laveren om ze voorbij te steken. Na een paar kilometer begint het me te dagen dat er iets niet helemaal klopt en vraag ik uiteindelijk aan één van de lopers welke afstand hij loopt en aan hoeveel kilometer hij zit; op 6 van de 16 km zo blijkt (ik ging er van uit dat deze lopers in hun slotkilometers zaten en het parcours daarom even samenkwam). Ik keer maar om en raap al snel andere lopers van de 51 km op die dezelfde fout maakten. Bij de meesten is de goesting om stevig door te lopen hierdoor even weg. Aan de splitsing gekomen maak ik het afsluitlint los in de hoop dat wij hier de laatsten zouden zijn die misliepen en zet de (extra) slotkilometers in. De laatste afdaling die over een veld vol putten loopt kraakt me helemaal, en met 58 kilometer op de teller ben ik hier helemaal klaar met de race.

29694541_1488312404613499_4301228299602421981_n

Foto: CM photographies

De evaluatie. De 2e plaats die ik hier verspeelde was weliswaar bitter, maar het vertrouwen dat ik eind april het Alpine Trailrunning Festival wel zou overleven werd door de extra kilometers groter en dat was op dit moment in mijn training ook van niet te onderschatten waarde. Bovendien was het parcours er hier ook eentje om de vingers van af te likken, zeker een aanrader!