Een gigantische leerschool dus…

Wat een nasleep

Na de Lakeland100 waren mijn beenspieren een paar dagen volledig “leeg”. In verhouding tot de geleverde inspanning had ik echter geen noemenswaardige spierpijn en mijn Achillespezen bleken zelfs minder gehavend dan na andere wedstrijden eerder op het jaar. Zondag, de dag na de wedstrijd, raakte ik met de beste wil van de wereld niet verder dan wat schuifelen. De familiewandeling in Grizedale op maandag voelde dan ook als een hele opgave, maar gaandeweg voelde ik doorheen de week mijn spieren herstellen. Woensdagavond had ik nog wat energie over om een klein verkenningstochtje te maken op het pad achter ons vakantiehuisje. Daarop vertrokken we de dag erna om The Old Man of Coniston te beklimmen, maar tijdens een serieuze plensbui maakten we toch vroegtijdig rechtsomkeer. Met het einde van ons verblijf in het Merendistrict in zicht nam de goesting om zelf wat pieken te verkennen toe, maar het ontbrak me aan energie om dit effectief te doen. Meteen een goeie reden om nog eens terug te keren naar dit fascinerende gebied en me te gaan verdiepen in de Bob Graham Round…

DSC_5611

The day after

Mijn eerste looppassen na de Lakeland100 voelden zeer houterig aan. Na een paar trainingen begon het weer te vlotten, maar als ik langer dan 45 minuten liep, begonnen de bilspieren en heupbuigers fameus te protesteren. Niettemin begon ik plannen te maken voor het najaar en bleef ik proberen om wat langere en snellere trainingen in te lassen. Ondertussen zijn we twee maand verder en zijn de plannen weer opgeborgen. Het opbouwen naar langere trainingen verliep als de processie van Echternach en ook de Achillespezen begonnen weer fameus op te spelen waardoor ik opnieuw een verplichte rustperiode moet inlassen. Stiekem hoop ik op het einde van dit jaar nog eens te kunnen pieken, maar voorlopig is het niet het moment om iets te forceren. Dat geeft me echter wel wat tijd om de opgedane ervaring tijdens de Lakeland100 te overdenken en uit te schrijven.

IMG_2429

Beter wordt het niet.

Mentaal trukenwerk

De belangrijkste factor om een ultratrail tot een goed einde te brengen is zonder discussie een goeie voorbereiding. De realiteit is dat dit qua training (bij mij althans) zelden optimaal verloopt, en voor de voorbereiding op Lakeland100 is dat nog een serieus understatement. Hoewel ik, zeker gezien het herstel achteraf, niemand zou aanraden om met onvoldoende voorbereiding een dergelijke tocht aan te vatten, ben ik nog meer overtuigd geraakt van het belang van een goeie mentale voorbereiding. Nadat ik de klik gemaakt had toch te willen starten, maar zonder competitieve doelen, was ik er (grotendeels onbewust) dagelijks mentaal mee bezig dat het een hele opgave zou worden om te finishen en dat ik voor het eerst eens écht traag moest starten.

Ik slaagde daar effectief in tijdens de wedstrijd, maar heb er meteen ook uit geleerd dat ik voor een dergelijke wedstrijd sowieso niet of nauwelijks sneller zou mogen starten. Al was het maar omdat ik in de buurt van een aantal (eerdere) sub-24u finishers zat, en ik me kan voorstellen dat het sneller afleggen van de 2e wedstrijdhelft een ongelofelijke mentale boost moet geven. Hopelijk lukt het me ooit om dit in de praktijk te brengen als ik beter getraind ben…

Ook de mentale truuk om de hulpposten te vieren en aan run-walking te doen hielp enorm, deze laatste had ik gehoord in deze podcast met Jef Galloway (https://runnersconnect.net/running-interviews/jeff-galloway/). Over podcasts gesproken, het Talk Ultra interview met Tom Withers, de laatste finisher van de Dragons Back race van 2017 (https://iancorless.org/2017/06/15/episode-137-camille-herron-tom-withers-and-tania-hodgkinson/) vormde eveneens een enorme motivatie tijdens deze moeilijke voorbereiding.

Ultraveel eten en drinken?

Ik heb niet exact bijgehouden wat ik precies at en dronk tijdens deze 28,5u, maar kan dit voldoende gedetailleerd reconstrueren om er wat uit te leren en te concluderen waar er nog aan gewerkt moet worden.

Wat drinken betreft liep ik met de Inov-8 Race Ultra Boa. Deze rugzak heeft een (overigens zeer goed zittend, aanpasbaar) reservoir van 2 liter, dat ik tot 1,5 liter vulde. In totaal heb ik de zak 3 keer laten bijvullen, maar telkens was er maar ongeveer de helft uit. Ik dronk m.a.w. om en bij de 3 liter water. Daarnaast dronk ik vanaf de 2e controlepost telkens een beker thee wat (met <0,2l x 15) ook een kleine 3 liter in totaal vormde. Op zich is dit niet overdreven veel, maar ik volgde gewoon mijn dorstgevoel en had ook op geen enkel moment het gevoel dat dit te weinig zou zijn en moest zelfs frequenter plassen dan tijdens eerdere lange ultras. Achteraf gezien was lopen met soft flasks handiger geweest omdat ze sneller bij te vullen zijn, je minder meesleurt en ook goed in de gaten kan houden hoeveel water je nog bijhebt.

Wat eten betreft was de eerste wedstrijdhelft merkelijk anders dan de 2e: de eerste helft at ik op regelmatige tijdstippen een bar of vaste fruitgel, de 2e (weliswaar iets minder intensieve) helft at ik bijna uitsluitend “echt eten” (pasta, stoofpotje) op de hulpposten, terwijl ik tussendoor verschillende uren enkel water dronk. Op een kleine opstoot van hypoglycemie door het eten van een handvol druiven na, ondervond ik geen problemen met beide strategieën en durf ik te stellen dat mijn lichaam bijzonder efficient moet zijn om vetten te verbranden. Om echt op het scherp van de snee te lopen is er allicht nog werk aan de winkel, maar ik vermoed dat het opsporen van voedingsmiddelen die me (onder wedstrijdomstandigheden) een suikercrash kunnen bezorgen belangrijker is dan de hoeveelheid koolhydraten die ik probeer binnen te spelen…

Dit zijn uitsluitend eigen observaties, en ik vrees dat iedere loper op het vlak van eten en drinken zelf moet uitzoeken wat werkt. Maar op één of andere manier komt het er toch op neer om de vetverbranding te maximaliseren en niet met een klotsende maag rond te lopen. Over hoe je dat precies traint durf ik me niet uit te spreken, maar ik durf wel te zeggen dat het consumeren van sportdrank tijdens lange duurlopen niet helpt om je lichaam hierop te trainen en confrontaties met de man met de hamer te vermijden tijdens afstanden boven de 35 km.

En nu…?

Ik begon deze blogpost met het verhaal van mijn moeizame herstel, maar wil toch afsluiten met een korte vooruitblik. De eerste prioriteit is momenteel om naar mijn lichaam te luisteren en niets te forceren. Ik snap er zelf nauwelijks iets van waarom het nu zó moeilijk moet zijn om weer soepel meer dan 12 kilometer te lopen, maar heb er vertrouwen in dat mijn geduld beloond zal worden. Dat blijft een moeilijke evenwichtsoefening, want als het even kan wil ik voor het eind van het jaar nog eens goed vlammen. De Trail de Bruxelles eind deze maand wordt allicht een eerste lange training, en ook de Marathon van Kasterlee zal te vroeg komen om potten te breken, maar wie weet wordt de Trail de Gueules Noires wat? Aan de goesting en plannen zal het in elk geval niet liggen! En naar volgend jaar toe hangt veel ervan af wat de Western States loterij brengt.

Advertenties

De wonderen zijn de wereld nog niet uit tijdens Lakeland100

[Find the English version of this story here]

In aanloop naar de wedstrijd

Ik deed midden maart een dansje toen ik hoorde dat ik eind juli de Lakeland100 mocht lopen. Ik had mijn zinnen op dit soort lange en ruige wedstrijden gezet. De Lakeland100 is een iconische wedstrijd van 105 mijl (169 km) in het Engelse Merendistrict.

Wist ik toen veel dat mijn voorbereiding volledig in de soep zou lopen. Ik had mijn Achillespezen een jaar min of meer in toom kunnen houden, maar in aanloop van de GTLC op het einde van mei werd het ineens teveel en kwam ook mijn deelname aan de Lavaredo Ultra Trail eind juni in gedrang. In mijn naïviteit dacht ik dat ik het in deze laatste wel zou redden en schoot na het startschot als een pijl weg, om vervolgens compleet in te storten en na een goeie 30 km te stranden. Gelukkig leek ik hiervan wel goed te herstellen, maar een echo leerde me dat mijn pezen er toch erger aan toe waren dan gedacht en ik kreeg een loop-stop voorgeschreven met slechts 3 weken te gaan. Mijn eerste reactie was dat ik de Lakeland100 nu wel op mijn buik kon schrijven en het helemaal geen zin had om hieraan te beginnen, maar het idee om toch te starten bleef me bezighouden. In plaats van het los te laten bereidde ik me mentaal voor om een stuk trager dan gewoonlijk te lopen in de hoop dat dit me verder langs het parcours zou voeren, en wetende dat uitstappen de meest waarschijnlijke uitkomst zou zijn.

Na 12 dagen niet gelopen te hebben deed ik een poging om de benen weer te laten rollen. Het voelde moeizamer dan ervoor, maar verbeterde tijdens daaropvolgende trainingen. Mijn kinesist raadde me echter aan om slechts om de dag te lopen. Met minder dan een week te gaan deed ik een poging om toch eens 10-12 mijl op de weg te lopen. Dit ging redelijk. Gelukkig maar, anders leek het me al zeker een slecht idee om te starten.

De dinsdagavond, 3 dagen voor de wedstrijd, namen we de ferry Zeebrugge-Hull om onze familievakantie in het Merendistrict door te brengen. Onderweg verbleven we eerst 2 dagen in de North Pennines, waar ik al eens op vergelijkbaar terrein kon lopen en er aan kon wennen om een hele dag met doorweekte voeten rond te stappen. Op vrijdag arriveren we ongeveer 2,5u voor de start van de wedstrijd in Coniston. Dat blijkt net voldoende tijd om mijn startnummer op te halen, in te checken in ons vakantiehuisje en terug te keren voor de briefing, die me –doorspekt met anekdotes en Britse humor– meteen in een goeie “lakelandfamily” stemming brengt.

*opgenomen in het boek van Ian Corless: “Running Beyond: Epic Ultra, Trail and Skyrunning Races”

IMG_2347


DE Wedstrijd

Coniston naar Seathwaite: Blij om in beweging te zijn

Ondanks de laatste-uren-stress om in Coniston te geraken, voel ik me behoorlijk op mijn gemak in het startvak en ben ik er ten volle van bewust dat ik hier dadelijk zeer rustig moet starten (in mijn hoofd stelde ik me dit voor als het lopen van een +4h marathon in 2:40 conditie). Toen ik langs mijn vrouw en kinderen liep zat ik nogal verscholen in het peloton en hoorde ik enkel een vage “papa”. Op de eerste geleidelijke klim over de weg schakel ik al snel over naar loop-wandelen, als strategie om zowel energie te sparen als het traag te houden. Na “miners bridge” belanden we al meteen op een heel mooi pad. Ik genoot er met volle teugen van en de miezerregen kon de pret niet bederven. Wanneer het pad overgaat in de bredere Walna Scar Road gaan de hemelsluizen helemaal open en ben ik doorweekt nog voor ik bedacht heb om toch maar mijn regenjasje uit te halen. Gelukkig blijft mijn merino T-shirt de hele tijd comfortabel. De afdaling naar Seathwaite was meteen een volgende loop-test. Het voelde allemaal wat moeizaam aan en ook hier schakel ik over op loop-wandelen om zo mijn benen te sparen op de moeilijkere stukken. Over het algemeen leken mijn pezen dit wel aan te kunnen en voelde ik slechts hier en daar een klein pijntje (o.a aan mijn linker scheenbeenvlies).

IMG_2418

 Seathwaite naar Wasdale Head: Checkpoint fun

Ik had een lijstje gemaakt van (potentiële) zaken om op de verzorgingsposten af te vinken, maar voelde me zo goed dat ik me beperkte tot het weggrissen van een kleinigheid om te eten en het maken van een  “celebration selfie”. Het terrein naar het volgende checkpoint was behoorlijk drassig, en zorgde al snel voor doorweekte voeten, maar opnieuw leek alles nog te houden en genoot ik van het spectaculaire uitzicht. Terwijl ik stilaan mijn plaats in de wedstrijd vind en het veld al behoorlijk is uitgespreid krijg ik de gelegenheid om af en toe een gezellig babbeltje te slaan. De meerderheid van de deelnemers rondom mij lijken Lakeland veteranen te zijn, waardoor ik hen kan uithoren over wat volgt en hun ervaring met fell running**.

Als ik in Boot al bij de 2e post kom ben ik bijzonder blij dat alles nog vlot loopt, maar ik ben me ervan bewust dat ik het rustigaan moet blijven doen en elke post als overwinning moet beschouwen. Stilaan valt de duisternis, maar dit maakt het landschap mogelijks nog dramatischer terwijl we over het onduidelijke pad langs Burnmoor Tarn passeren. In Wasdale Head komt de beachparty stilaan op gang. Zeer leuk, maar ik blijf er niet al te lang hangen en verdwijn terug in het duister richting Buttermere. Als ik rondom kijk zie ik een hele sliert hoofdlampen over de fells. Hoewel het donker en bewolkt is, hangt er toch een lichte “gloed” over dit open landschap, en blijf ik van deze omgeving genieten.

** fell running: https://en.wikipedia.org/wiki/Fell_running – fell: https://en.wikipedia.org/wiki/Fell

IMG_2353

De nacht vordert snel

Als ik in Buttermere vertrek loop ik alleen en moet ik voor het eerst heel goed opletten bij het navigeren. Maar op een korte misstap in het bos na lijkt dit aardig te lukken door GPS en kaart (om een zicht te hebben op het grotere geheel) te combineren. Tijdens de klim over  Sail Pass loop ik in op een van de eerste vrouwen in de wedstrijd, Charlie Ramsdale, maar loop weer alleen in de afdaling naar  Braithwaite. Hier houd ik nauwlettend in het oog welke lijn ik moet nemen tussen de varens. De controlepost is een stuk serener wat “party atmosfeer” betreft, maar heeft een fantastisch aanbod aan eten. Ik laat me verleiden door een schaal druiven (zowaar in twee gesneden om de zaadjes eruit te halen!), wat smaken die op zo’n moment geweldig.

Op de ietwat saaie weg richting Keswick sluit ik aan bij Dean en Pete die als team lopen en ben blij dat we makkelijk het onbemande checkpoint vinden. Ik blijf nog een tijdje aan de staart hangen bij deze teamlopers, maar niet veel later heb ik mijn eerste suikercrash (rebound hypoglycemia) te pakken. Gelukkig wordt het niet al te erg en ben ik al aan de beterhand als ik bij Blencathra Centre aankom.

De nacht zit er bijna op en ik stop met plezier mijn hoofdlamp terug in mijn rugzak. Het is fantastisch dat ik het al zo ver schopte zonder noemenswaardige problemen, en ik begin erin te geloven dat ik geen 2e nacht zal nodig hebben om rond te raken. Ik ben me ervan bewust dat ik nog een lange weg te gaan heb en het gebrek aan training zich op gegeven moment wel zal laten voelen. Ik loop in gezelschap tijdens het eerste derde van dit segment, en met zijn allen lijken we goedgehumeurd omdat we terug wat zonlicht krijgen. Na een vlak stuk venig terrein zijn we weer aan klimmen toe. Hierbij blijk ik nog relatief vlot vooruit te komen, waardoor ik mijn compagnons achterlaat. Het is weer tijd om de regenjas uit te halen, maar ik heb geen enkel probleem om me warm te houden en de wolken zitten nog hoog genoeg om te kunnen genieten van het uitzicht over de fells. Voor ik er erg in heb ben ik bij de post in Dockray, bijna halverwege de wedstrijd.

Dockray naar Dalemain: Nog niets om me tegen te houden…

In Dalemain heb ik een zak met nieuw materiaal staan, maar eerst moet ik nog 10 mijl overbruggen, de langste afstand tussen twee checkpoints. Ik ben verheugd een pijl richting Aira Force te zien – deze waterval is een van de grote toeristische attracties in het merendistrict – maar de route loopt omhoog voor de waterval, en ik zal dus nog eens terug moeten komen om ze te zien… Tijdens een volgende beklimming haal ik een loper bij die gespecialiseerd is in 24u-lopen. We blijven een aantal kilometer kletsend samen lopen (daarbij kort een afslag missend). Terwijl we de laatste kilometers over de weg afleggen (naar het landgoed waar de controlepost zich bevind), ondervind ik serieuze ‘top-of-foot’ pijn, maar voorlopig weerhoudt het me niet om aan een behoorlijk tempo te lopen. Tot mijn grote tevredenheid merk ik op dat ik hier (voor één van de eerste keren tijdens de wedstrijd) ontvangst heb op mijn telefoon. Ik slaag erin mijn vrouw en kinderen te bellen, blij om hun te kunnen vertellen dat ik een stuk eerder dan voorzien in Dalemain zal aankomen (zelfs sneller dan in mijn meest optimistische scenario) en hoop snel genoeg rond te zijn om hen nog aan de finish te zien.

IMG_2378

Dalemain naar Mardale Head: Het begint moeizaam vooruit te gaan

Ik neem handenvol tijd (misschien iets te veel) in Dalemain, installeer me in een campingstoel om er te genieten van de excellente bediening, eet wat warme pudding, laat mijn voeten drogen, her-tape mijn Achillespezen, trek een verse T-shirt aan en stop nieuwe energiebars en gels (deze laatste zouden onaangeroerd blijven) in mijn rugzak. Als ik terug rechtsta duurt het een hele tijd eer het lopen weer wat vlot loopt. Het stilzitten leek niet te helpen, maar ik prijs me ook gelukkig dat het algemene stijfheid is in plaats van geblokkeerde Achillespezen. Charlie en twee mannen die haar vergezellen halen me vlot in, maar op één of andere manier blijf ik ze wel in het vizier houden tot de post in Howtown. Die verlaten we samen om de klim over Wether Hill aan te vatten. Echt steil is die niet, maar we raken maar traag vooruit terwijl de zachte ondergrond alle energie uit onze benen zuigt. Terwijl we het hoogste punt High Kop naderen, beginnen mijn benen terug wat mee te werken en slaag ik erin om te versnellen in de grassige afdaling richting Low Kop. Dit voelt zeer vreemd aan omdat het visueel lijkt alsof ik op een lichte helling zit, terwijl het in realiteit zonder twijfel bergaf gaat. De zachte ondergrond laat me op een of andere manier toe om met niet al te veel ongemak aan mijn voeten te lopen. Wat verder buigt het pad af richting Haweswater en lukt het afdalen tussen de varens nog vrij vlot, maar eens ik op het pad parallel met het meer zit, daalt mijn snelheid zienderogen. Ik heb geen idee wat er nu juist zo moeilijk aan is, maar op dit stuk lukt het me absoluut niet om deftig te lopen. Ik herknoop een losse veter en realiseer me dat een deel van de pijn te wijten kan zijn aan zwellende voeten en te hard geknoopte veters en herknoop mijn andere schoen ook maar meteen. De pijn lijkt rond te dansen, en verdwijnt soms in de ene voet terwijl hij opnieuw verschijnt in de andere voet… Tegen de tijd dat ik Maredale Head bereikt voel ik me behoorlijk geradbraakt, maar vastbesloten om door te zetten.

fullsizeoutput_813

Maredale Head: Erger vermijden

Tot mijn verbazing kom ik Dean en Pete hier opnieuw tegen. Ik loop een paar kilometer in hun buurt tot ik in de problemen geraak bij het naar beneden laveren over het steengruis. De pijn aan de bovenkant van mijn voeten heeft zich hogerop verplaatst en het begint me te dagen dat de pees van de Tibialis anterior spier aan het opgeven is. Ik heb eerder een dergelijke blessure gehad en weet min of meer wat te verwachten. Ik geef mezelf nog een redelijke kans om de wedstrijd uit te lopen, maar weet nu zeker dat finishen binnen de 28u of zelfs 29u onmogelijk wordt. Desondanks probeer ik de voeten te laten draaien in de afdaling, maar het wordt geleidelijk aan moeilijker en moeilijker om mijn voet naar boven te kantelen, en ik ben blij als ik weer aan klimmen toekom…

Als ik in Kentmere toekom vraag ik onmiddellijk ijs om mijn pezen mee te masseren, maar blijkbaar moet ik het stellen met een instant coldpack dat toch een stuk minder koud is. Ik wordt ondervraagd door een assistent van het medische team die navraagt of ik nog andere problemen heb (gehad); blaren, hoofdpijn, maagproblemen, vermoeidheid maar telkens kan ik gelukkig met een duidelijke neen antwoorden. Ik heb er geen zin in om mijn schoenen uit te trekken uit vrees dat die verder zouden opzwellen en breng kinesiotape aan terwijl ik mijn sokken wat probeer open te houden. Iets later vraagt de assistent me echter om alsnog mijn schoenen uit te trekken. Dit hele process lijkt een eeuwigheid te duren en ik zie menig ander loper gewoon snel door deze checkpoint passeren, als ik eindelijk kan vertrekken ben ik helemaal klaar om eens te testen hoe mijn mijn pezen zich gaan gedragen. Na een stuk klimmen vormt de afdaling richting Troutbeck de eerste echte test voor mijn pezen. De tape lijkt mogelijks een echte “race-saver” te zijn, maar niettemin blijft het afdalen zeer moeizaam. Ik ben echter zeer opgewekt als ik Ambleside nader. De stop op deze post is zeer kort, denkende dat 28u misschien toch nog haalbaar is, maar tijdens de volgende klim realiseer ik me dat ik een fout gemaakt heb bij het omrekenen van mijlen naar kilometers. De route door de Langdale vallei richting Chapel Stile is behoorlijk vlak, maar mijn looptempo is amper sneller dan stappen. Vreemd genoeg is de pijn minder vervelend als ik aan dit pseudo-lopen doe dan tijdens het stappen. Af en toe las ik als kleine pauze wel 30 seconden stappen in. Op dit moment hang ik in de buurt van een andere loper die last heeft van pijnlijke voeten met bleinen, hij doet ongeveer het omgekeerde (ttz. meer stappen dan lopen), maar beweegt zich toch net iets sneller voort dan ik.

IMG_2393

Chapel Stile naar Coniston: Een pijnlijke affaire

Gezien ik tussen de posten niets meer gegeten had tijdens de laatste 4u ofzo (ik had er gewoon geen zin meer in), werk ik met plezier een stoofpotje naar binnen. Ik neem nog een tas tee, wat ik zowat op elke post deed, en start met stappen tot ik mijn tas in mijn rugzak kan stoppen en zet me vervolgens weer in gang. Het pad langs Blea Tarn is behoorlijk de moeite, maar niet voldoende om de pijn te doen vergeten. Hoewel de weg naar de laatste post -vanwaar het nog slechts 6km te gaan is- vrij eenvoudig is, ervaar ik mijn voortgang als pijnlijk traag, maar ik probeer zo goed en zo kwaad ik kan vooruit te geraken omdat ik verwacht dat mijn gezin bij de finish op me wacht en ik hen niet kan laten weten dat ik later zal zijn…

Bij Tilberthwaite passeer ik snel aan het checkpoint, ik wil zo snel mogelijk binnen zijn, maar eerst volgt er nog een fameuze klim. In de gegeven omstandigheden gaat het klimmen nog relatief goed, maar de afdaling wordt een martelgang van één uur. Tegelijkertijd begin ik voor het eerst last te krijgen van algemene vermoeidheid. Ik ben niet zeker of dit voor hallucineren kan doorgaan, maar een grote steen een centimeter of 10 in de grond zien zakken komt allicht in de buurt. Bij momenten roep ik het uit van de pijn, maar ik slaag erin me eraan te herinneren dat ik echt wil doorzetten en deze overigens fantastische wedstrijd wil uitlopen. Hoewel elke stap pijn doet, probeer ik absoluut te vermijden om te stoppen en ik moet zelf hard mijn best doen om dat wel te doen om een stuk kledij uit te halen om niet te onderkoelen of om mijn hoofdlamp weer boven te halen (waarvan ik gehoopt had deze niet meer nodig te hebben). Op dit rotsige onregelmatige terrein is het onmogelijk om een vlakke stap te zetten, en gezien de stabiliteit uit mijn voeten helemaal weg is plooien deze telkens bijzonder pijnlijk. Ik weet niet hoe ik dit zou overleefd hebben zonder een stuk van het gewicht en de schokken op te vangen met mijn wandelstokken. Ik probeer een tijdje achteruit te stappen, overweeg of ik me misschien naar beneden zou kunnen laten rollen of glijden, maar dat zijn uiteraard geen opties op deze stenen. Ik heb het gevoel dat verschillende 100-mijl lopers me hier inhalen, alsook een groot aantal deelnemers aan de 50 mijl, maar op dit moment kan het me gestolen worden. Toeschouwers bij de Black Bull in motiveren me om nog even het tempo een klein beetje op te pikken. En dan ben ik blij (maar allicht te uitgeput om het te laten merken) om mijn familie langs de Lake Road te zien en neem hen bij de hand om de laatste meters naar de finish af te leggen.

Gefinished tegen wil en dank

Na de finish werd ik naar de tent geëscorteerd, waar ik kon zitten, 2 coldpacks, een warme maaltijd en goede zorgen van mijn gezin kreeg, alvorens ik weer de helling naar ons vakantiehuisje op schuifelde. Het feit dat ik hier finishte is al een mirakel op zich, maar makkelijk is het niet geweest. Ik was mentaal voorbereid op een zware wedstrijd, maar uiteindelijk moet je je aanpassen aan het verloop van de wedstrijd. Ik ben zeer dankbaar voor deze ongelofelijke ervaring, maar tegelijkertijd onzeker of ik nog eens een wedstrijd van dit caliber zou starten als mijn voorbereiding zo erg in de soep draait…

fullsizeoutput_815

P.S.: Ik was zeer tevreden met mijn materiaalkeuze met o.a. inov-8 Terraclaw 250, merino t-shirt, ultrashell en race ultra boa.

P.P.S: Deze race was voor mij ook een gigantische leerschool op allerlei vlakken, ik hoop om ook nog een overzicht te maken van deze wat meer praktische zaken.

Miracles do exist, but come at a price at Lakeland100

[See here for a Dutch version of this story – Kijk hier voor een Nederlandse versie van dit verhaal]

Leading up to the race

Mid-March I did a little dance when I learned I could run the Lakeland100 at the end of July. This was the kind of long and rough challenge I was looking for. The Lakeland 100 is an iconic* 105 mile (169 km) race in the U.K. Lake District.

Little did I know that my preparation would go horribly wrong. After a year of keeping my Achilles’ tendon issues more-or-less in check, things started to deteriorate leading up to GTLC end of May and jeopardized my participation in the Lavaredo Ultra Trail end of June. In the latter race I went off from the gun naively thinking I would be alright, only to experience a complete break down a good 30k into the race. I seemed to recover well, but after an inspection of my tendons I was put on rest on doctors order, and this with only 3 weeks to go until the Lakeland100 race. My first reaction was that there was no way I could (or in any case it would make any sense I would) start, but the idea of starting the race wouldn’t leave my mind… and I mentally prepared for running at a much slower pace than usual, hoping this strategy would carry me further along the course.

After 12 days without running, I made an attempt to get the legs moving again. I felt worse than before stopping, but things gradually improved over subsequent runs. My physio warned me not to run on consecutive days though… With less than one week to go I tried to run 10-12 miles on very easy, paved road, which went more or less OK. If I’d failed at this, I wouldn’t even have started.

As we would spend our family holidays in the Lake District, we already took the ferry Zeebrugge-Hull on Tuesday night. During our 2-days stay in the North Pennines, I got the chance to have a last training run on somewhat similar terrain and getting used to walking with soaked feet all day. On Friday, we arrived in Coniston around 2.5 hours before the race start. Just in time to collect the race pack, check-in at our holiday cottage and return for the briefing, which already gave me a good “family” feel about the race.

IMG_2347


THE Race

Coniston to Seathwaite: Happy to be moving

Despite the last hours stress to get to Coniston, I felt relatively at ease in the starting zone and very mindful that I should start extremely easy (in my head I imagined this as being equivalent to running a +4h marathon on 2:40 fitness). I passed my wife and kids hidden in the pack and could only make up a faint “papa”-shout. During the gentle climb on the road I already switch to run-walking as a strategy to both conserve energy and forcing myself to keep it slow. After miners bridge, we get onto a very nice single track. I was really enjoying it and couldn’t be bothered by the light drizzle. While continuing on the wider Walna Scar Road, the rain started pouring down and I got soaked before I even made up my mind about getting my waterproof out. Luckily my merino wool T-shirt stayed comfortable all along. Descending into Seathwaite was another test for my running. It all felt a bit tedious, and I also applied the run-walk strategy here to save my legs on the somewhat more demanding sections. Overall my tendons were holding surprisingly well and I only experienced some minor aches, esp. left shin splint.

IMG_2413

Seathwaite to Wasdale Head: Checkpoint fun

I had prepared a whole checklist of (potential) checkpoint tasks, but was feeling so great that I restricted my stay to grabbing a small bite and taking a “celebration selfie”. During the next leg I covered more soft-ground terrain, seriously soaking my feet, but again everything seemed to hold reasonably well and I really enjoyed the dramatic views. As the field spreads out, I am starting to find a comfortable position and am chatting to a few runners about the course (the majority of people I speak to seem Lakeland veterans) and (fell) running.

Passing through the aid station in Boot I am glad I am still out of trouble, but am very conscious I should keep it easy and consider each aid station a victory. Over the next leg darkness starts to set in, I enjoy the course, esp. on the rather indistinct paths along Burnmoor Tarn. Arriving at Wasdale Head, the checkpoint beach party is kicking off. It’s big fun, but I don’t stay too long and disappear in the darkness towards Buttermere. Looking around, it’s amazing to see the trail of headlamps over the fells. Although it is dark and cloudy, there is still a kind of “glow” over this open landscape, and I can still quite appreciate the “surroundings”.

The night passes quickly

Leaving Buttermere, I am on my own and need to closely watch the navigation for the first (longer) time in the race, but except for a small glitch in the forrest I manage pretty well combining GPS and map (for the bigger picture). During the climb over Sail Pass I am closing in on one of the top ladies Charlie Ramsdale, but am on my own again during the descent into Braithwaite, closely watching the line I am taking through the bracken. This checkpoint is a bit more serene in terms of “party atmosphere”, but has excellent offerings in terms of food. I am tempted by a bowl of grapes (cut in half with seeds removed!), man these taste so good!

I join Dean and Pete who run as a team on the somewhat boring road towards Keswick and am happy we can easily locate the unmanned checkpoint. I still hang on to the team runners for a bit, but not much later I experience my first sugar crash (rebound hypoglycemia). Luckily it doesn’t get too bad, and things are improving by the time I reach Blencathra Centre.

The night is almost over and I am happy to put my headlamp in my pack. It is fantastic I got this far without any significant trouble and I am starting to believe I might make it without having to go through another night. I am conscious that it is still a long way to go and that the lack of training will probably kick in at some point. I am around other runners for the first 3rd of this leg, all in good spirit now that we can enjoy some sunlight again. The course runs through a boggy area and turns uphill. I am still moving quite well in the climbs. It is time to get my raincoat out, but I have no trouble staying warm and the clouds are high enough to enjoy the magnificent view on the fells. Before I know I get to the aid station in Dockray, almost halfway through the course.

Dockray to Dalemain: Nothing to stop me yet…

At Dalemain I have a drop bag waiting for me, but first I have to cover 10 miles, the longest between checkpoint distance. I am delighted to see a sign for Aira Force – this waterfall is one of the major attractions in the Lake District – but the course runs uphill passing it, so I’ll have to come back another time… During the uphill I catch up with a runner who’s specialised in 24h-racing. We stay together for several miles chatting along (and briefly missing a turn). While we cover the last miles on the road (up to the estate where the checkpoint is located), I am experiencing some serious top-of-foot pain, but so far it doesn’t stop me from running at a reasonable pace. I am glad to notice that (for one of the first times along the course) I have reception on my phone. I manage to call my wife and kids, happy to report that I’ll reach Dalemain much earlier than anticipated (even in my most optimistic scenario) and I hope I can make it around in time for them to see me at the finish.

IMG_2378

Dalemain to Mardale Head: The going gets tough

I take plenty of time (maybe a little too much) at Dalemain, settling down in a camping chair and enjoying the excellent service, eating some warm custard, drying my feet, re-taping my Achilles-tendon, changing T-shirt and filling my pack with bars and gels (the latter will stay untouched). Getting up from the chair it takes quite a while to get rolling again. It seems the rest did not really help, but luckily it is general stiffness rather than my Achilles tendons which are blocked. Charlie, and two male runners who seem to pace her, quickly pass me, but somehow I keep seeing them up to Howtown where we leave the aid station together for quite a serious climb over Wether Hill. The climb doesn’t feel very steep, but we are moving very slowly as if the soft ground is draining our energy (and in my case the top-of-foot pain doesn’t help). As we approach the highest point High Kop my legs start moving again and I manage to pick up the pace descending over the grassy ridge towards Low Kop. This feels really strange, visually it looks like I am on a very easy uphill, while in reality it is definitely downhill. The soft underground somehow allows me to run without too much discomfort in my feet. Turning towards Haweswater I am still moving reasonably well through the bracken, but once I arrive on the track along the lake my pace drops spectacularly. I don’t know what’s so particularly demanding about this path, but I don’t manage to run well on this stretch. As the shoelaces of one of my shoes gets loose, I stop to re-tie them and realise that my feet may be swelling and that this didn’t help with top-of-foot pain, so I also tie my other shoe again. The pain seems to be dancing around from time to time, disappearing in one foot and re-appearing in the other… By the time I reach Mardale Head I feel pretty battered, but determined to push on.

Maredale Head: Avoiding disaster

To my surprise I am meeting Dean and Pete here again. I keep seeing them for a few kilometers until I am getting in trouble negotiating the gravel during the descent. The pain on the top of my feet has moved higher up and now I am really starting to understand that the tendon of the Tibialis anterior muscle is starting to give up. I’ve had this injury before and know more or less what to expect. I still give myself a fair chance of finishing the race, but realise that finishing under 28 hours or even 29 is now out of question. I try to keep rolling while lifting my feet gets progressively more difficult and am glad once I get to climb again…

IMG_2394

Arriving at Kentmere I immediately ask for ice to massage my tendons, but it seems I’ll have to do with an instant cold pack. An assistant medic comes up to me and asks me about my injury and any other issues I have experienced so far (blisters, headaches, stomach issues, fatigue, which all get answered with a resounding no). I don’t want to take my shoes off fearing that my feet would swell, so I try to apply kinesiotape under my dirty socks. A while later the assistant medic wants to see my feet and I need to take my shoes off after all. This all seems to take up a serious amount of time, and as I leave I am ready to see how my tendons would behave. After some climbing, the descent into Troutbeck is a first real test for my tendons. At this point it seems that the tape might be a “race-saver”, but obviously the descent is still quite tedious. Nevertheless I am in good spirits as I am approaching Ambleside. I only briefly stop at the aid station thinking that 28h may be feasible after all, only to realise during the next climb that I made a miscalculation from miles to kilometers. Moving through the Langdale valley up to Chapel Stile, the course is quite flat, but my pace is barely faster than walking. Strange enough, I seem to cope better with the pain while doing some pseudo-running rather than walking, which I keep for a 30 seconds rest to break now and then. At this stage I am hanging on to a guy who is suffering from sore feet and who is basically doing the reverse (i.e. more walking than running), but still moving slightly faster than me.

IMG_2393

Chapel Stile to Coniston: A painful affair

As I have not been eating in between aid stations for the last 4 hours or so (just didn’t feel like it), I enjoy the veg stew here. I take a cup of tea, as I have been doing throughout the race and start walking until I can put my cup back in my pack. The trail along Blea Tarn is quite nice, but it’s not sufficient to get my mind of the suffering. Although the course up to the very last aid station -from where it’s less than 6 km to go- is quite easygoing, I experience my progress as painfully slow now, but try to keep moving to the best of my ability as I expect that my family is waiting for me at the finish and there is no way to alert them I will probably run late…

At Tilberthwaite I quickly move through the aid station, I really want this to be over as soon as possible, but first there’s some serious climbing to do. Given the circumstances, the climb still goes reasonably well, but the descent ends up being an hour long torture. At the same time overall fatigue is starting to take its toll for the first time in the race. I am not sure whether this classifies as hallucinating, but seeing a big stone sinking 10 cm in the earth probably comes close. At times I am shouting in pain, but I manage to remind myself I really want to keep moving and finish this otherwise incredible race. While the moving is painful, I try to avoid actually stopping and have a hard time convincing myself that I really need to get a piece of clothing out of my backpack to avoid hypothermia or even to get my headlamp (which I hoped not to need anymore). Every step hurts as it is impossible to keep my feet straight on this irregular terrain, and I am not sure whether I would have survived this without poles. I try walking backwards for a bit, contemplate rolling or sliding down, but this is obviously not a feasible option either. Once I am on the wider track passing miners bridge, I realise I am almost there. I have the feeling several other 100-mile runners (along with hordes of 50-mile runners) still pass me on this stretch, but I can’t be bothered with it anymore. Spectators shouting at Black Bull Inn motivate me to pick up running again. I am happy (but probably too exhausted to express it) to see my family on Lake Road and take their hands to cover the last meters to the finish.

Finished against all odds

After the finish I was escorted to the tent where I could sit down, received 2 cold packs, a hot meal and care from my family before walking up to our holiday cottage. The fact that I made it around the coursenis a miracle in itself, but things didn’t come easy either. I was mentally prepared to dig deep, but in the end you need to manage the race as it comes. I am grateful for this incredible experience, but at the same time unsure whether I would want to start a similar race in case my race preparation would go as bad…

fullsizeoutput_815

*featured in Ian Corless’ book Running Beyond: Epic Ultra, Trail and Skyrunning Races

P.S.: I was quite happy with my kit choice running with inov-8 Terraclaw 250, merino t-shirt, ultrashell and race ultra boa.

Room for failure: DNS or DNF

You’re free to call me crazy… I’ve not been running for a week on doctors order, but I am still considering toeing the line of my biggest challenge ever, the Lakeland100, starting in 2 weeks time. Unless my Achilles’ tendons are getting worse, I really want to start. Meanwhile, my brain is continuously running reality checks: I won’t be racing, will need to run really slow and do a lot of walking, it will be rough and painful, and a DNF (Did Not Finish) is the most likely outcome.

Still I hope to enjoy running in this inspiring setting during the early stages of the race, take it easy during the night, which I may or may not survive (running wise). After that, every next aid station I reach-no matter how slow- will be a victory.

Obviously I’d loved to make this the race of my life, but things turned out otherwise and I still want to move on… forgetting about any competitiveness. But still aiming to go the extra mile, potentially allowing my self to dig deeper than ever, having to account for cut-off times or a second night (if it comes to that), because this is also what ultrarunning is about.

P.S.: Below a video of the race. I expect to be stumbling as bad as some of those guys at some point…

Lavaredo Ultra Trail: Tre Cime zien en stoppen

Donderdag 22 juni zak ik af richting Cortina d’Ampezo om het TraKKs team te vervoegen en de Lavaredo Ultra Trail te lopen, 120 km door de Dolomieten. De wedstrijd vertrekt vrijdag om 11u ’s avonds, waardoor ik ruim de tijd heb om uit te slapen, startnummer op te halen, nog een middagdutje te doen en te wachten… Dat laatste zorgt er toch voor dat de spanning gestaag stijgt.

IMG_2305

Foto Bérengère Malevé

Ruim voor tienen ben ik klaar om naar de start te stappen. De benen voelen verbazend goed en ik krijg het gevoel dat het wel eens zou kunnen lukken om hier zeer goed te lopen. Een streepje Ennio Morricone maakt het helemaal af, en ik ben er snel vandoor bij de start om vervolgens in de eerste beklimming een comfortabel ritme te zoeken. Dat brengt me in de buurt van de eerste 2 dames: Ruth Croft en Caroline Chaverot. Deze eerste is iets boven mijn niveau, maar Caroline is ‘way out of my league’. Omdat ik opgevangen had dat ze met wat gezondheidsproblemen kampte, helemaal niet soepel leek te lopen en zeer zwaar ademde maakte ik me echter geen zorgen dat ik te ver vooraan zou lopen. Bovendien stond ik versteld van haar stokkentechniek die een beetje ‘n’importe quoi’ leek.

north-face-lavaredo-ultra-trail-2017-3677855-47563-35-low

Foto canofotosports.com

In elk geval ging de eerste klim zeer vlot en leken mijn Achillespezen, waar ik zwaar voor vreesde, het goed te houden. Terwijl de klim grotendeels over de weg en brede paden liep, is de afdaling er meteen één om u tegen te zeggen. Ik ben blij dat ik vlot kan meeschuiven met een groepje lopers, maar krijg plots de hete adem van Caroline in mijn nek. Zij loopt te foeteren dat ze voorbij wil en doet dat ook als een gekkin als ik een centimeter of 10 opzij ga. Voor de kenners: ze doet me op dat moment denken aan ‘La Brujita’ uit Born to Run van Chris McDougall.

Ik daal nog een hele poos vlot met Ruth achter me, maar op een gegeven moment schuif ik toch even aan de kant om ze door te laten. Het laatste 3e van de afdaling voelt stuntelig aan, maar dergelijke afdalingen zijn al even geleden, en zeker al in het donker. Er gaan nog een paar lopers voorbij, maar op de eerste hulppost rond 18 km denk ik toch stilaan mijn positie in de race gevonden te hebben.

Tijdens de 2e beklimming van de nacht gaan de stokken van de rug. Het is even zoeken naar een goed ritme, maar uiteindelijk kom ik ook hier vlot boven. In de afdaling draait het minder vlot dan ik zou willen, de pezen merk ik wel, maar niets verontrustend.

Door mijn snelle start had ik de reflex om wat meer te eten dan gewoonlijk, en dat begon wel wat op de maag te liggen, maar op zich ook niet verontrustend. Wat dat wel was, was dat ik gaandeweg trager en trager vooruitkwam en uiteindelijk zo goed als stilviel. De energie was op, ik zwalpte over het pad, mijn stokken gebruikend om nog enigszins recht te blijven. Ik at een energiebar, zette me even aan de kant, probeerde weer op gang te komen. Ik begon weer te stappen en gaf mezelf een half uur de tijd om erdoor te komen, maar nadat ik even stilgezeten had voelden mijn pezen als gebetonneerd aan en was het al snel duidelijk dat het erop zat.

IMG_2284

Op het glooiende stuk dat volgde deed ik nog een paar pogingen om weer op gang te raken, maar het werd niets. In de paar kilometer naar het volgende controlepunt moest ik een kleine 300 lopers voorbij laten gaan, daarbij telkens op mijn stokken steunend naast het pad laverend, wat niet echt hielp om vlot vooruit te raken. Het begon stilaan licht te worden en ik kon wat meer van de omgeving in me opnemen. Omdat het intussen zonneklaar was dat uitstappen de enige realistische optie was, zette ik me nog een 2e maal aan de kant om tot rust te komen. Ik werd regelmatig gevraagd of ik OK was, waarop ik antwoordde dat ik nog kon stappen, zo ook toen Christophe Thomas van TraKKs passeerde. Toen hij mijn stem herkende deed hij nog een poging om mij moed in te praten.

Als ik me iets later weer in beweging zette ging het nog steeds even moeizaam vooruit. Op de controlepost bij Lago di Misurina werd mijn vrees bevestigd dat er pas bovenaan de volgende klim een bus was voor uitstappers. Dat was nog een dikke 6 kilometer te stappen, maar was in die zin iets minder lastig omdat iedereen aan het stappen was, al was zelfs bij stappen mijn tempo verder gezakt dan dat van de gemiddelde “midpacker” waar ik nu tussen zat. Ondanks de pijnlijke martelgang probeerde ik zo goed en zo kwaad als het kon de pracht van het landschap in me op te nemen. Het lijkt een eeuwigheid te duren om de hulppost te bereiken, die al van veraf te zien is. Eens ik boven ben zet ik mijn gps-horloge uit en word overmand door emotie. In de grond van mijn hart wil ik dit niet, maar er zit echt niet anders op dan te stoppen.

IMG_2297

En dan gaat het ineens snel, voor ik het weet zit ik in een busje naar de start, te snikken terwijl ik mijn vrouw aan de lijn krijg, de pijnscheuten te verbijten, mijn materiaal aan het opbergen en mijn wonden aan het likken. Nadat ik naar mijn verblijf getjokt ben leg ik me dadelijk op bed en ben ik er een goed uur tussenuit.

IMG_2300

Als ik terug wakker word, voel ik me verassend fris. Meteen komen de vragen weer boven rijzen: had ik het langer uitgezongen mits een tragere start? Speelde de hoogte een rol? Zijn mijn pezen er echt zo slecht aan toe? Anderzijds groeit het besef dat ik me gezien de twijfels een paar weken eerder nog gelukkig mag prijzen dat ik hier aan de start kon staan, en werd dit een zeer intense ervaring in het schitterende decors van de Dolomieten.

GTLC 2017: Waren mijn pezen maar flexibel ingesteld

Ik zag de bui al hangen, anderhalve week voor de wedstrijd lieten de Achillespezen zich maar al te goed voelen… Waar ik er anders in slaag om met een iets lichtere training en voldoende rust dit probleem onder controle te houden, gaven mijn hartslagwaarden (heart rate variability) aan dat mijn lichaam de strijd aan het verliezen was.

Voor ik om 3u ’s ochtends op de bus stapte naar de start van de 105km van de Grand Trail des Lacs et Chateaux (GTLC), voelden mijn voeten licht aan en dacht ik een moment dat ik er weer in geslaagd was om op het juiste moment ‘klaar’ te zijn.

De start leek me wat minder kamikaze dan de voorbije 2 jaar, maar de eerste 20 km zijn bijzonder goed beloopbaar en daar moet je in de ochtendfriste toch optimaal van profiteren. Hoewel het tempo geen probleem vormde, voelde ik al vanaf kilometer 1 dat er iets niet pluis was. In plaats van bij elke pas af te zetten door mijn voet te plooien (en daarbij de ‘energy return’ uit de Achillespezen te benutten), hefte ik deze quasi recht omhoog op. Bye, bye loopeconomie… Deze loopstijl voelt zeer houterig aan, maar ik zie geen mogelijkheid om soepeler te lopen. Al snel merk ik aan allerhande spierpijntjes  dat ik behoorlijk aan het compenseren ben en het me navenant veel moeite kost om vlot vooruit te raken.

18788327_10210963051566852_1239669407_n

Foto via Stijn Van Lokeren

Niettemin loop ik mee vooraan en na een kleine misser van 2 vroege koplopers -die we vreemd genoeg niet meer terugzien- loop ik samen met Stijn Van Lokeren en een loper met stokken richting eerste beklimming van de dag. Ik ben intussen zo aan het harken dat ik benieuwd ben wat het klimmen gaat geven. Naar boven dribbelen op de skihelling van Ovifat voelt iets beter dan op vlakke of dalende stukken, maar fris zijn de benen allerminst.

Samen met Stijn doorkruis ik het eerste stuk knuppelpad over de Hoge Venen. Vorig jaar maakte ik hier een filmpje van Christophe Winkin waarmee ik aan het doorbrommeren was. Zowel het gevoel als de tussentijden wezen erop dat het dit jaar weer wat anders zou worden.

Hoewel het een plezier was om met Stijn te lopen had ik al even door dat ik gegeven de omstandigheden een versnelling of 2 lager zou moeten schakelen om überhaupt te finishen. De opties om ergens op te geven of mijn borstnummer in te leveren en via een shortcut naar de finish te lopen speelden door mijn hoofd. Toen ik op een vlotlopend stuk buitenproportioneel veel moeite moest doen om mee te lopen, liet ik Stijn gaan en besloot ik een stuk alleen af te zien.

Het duurde even, maar aan een iets lager tempo zag ik me uiteindelijk wel finishen, de pijn werd niet meer erger, ik kon weer wat intenser van de prachtige omgeving genieten. Toen ik na 40 km nog steeds als 2e liep vond ik dat ik die plaats dan toch maar moest verdedigen en kon ik stilaan vrede nemen met de pijntjes, op dit punt in de race zullen de meeste andere lopers wel één of ander ongemak ervaren.

Het parcours was licht gewijzigd ten opzichte van vorige jaren en de mix van herkenning, onzekerheid en verwondering door oude en nieuwe passages langs het water en door het veen maakten er uiteindelijk een zeer mooie loopervaring van.

Rond Malmedy had ik me aan behoorlijk wat extra klimmen verwacht, maar voor ik het wist stond ik bovenaan het kapelletje waar we dit keer niet via de trappen kwamen. In de afdaling naar het centrum werd ik ingehaald door de koploper van de 60 km en iets later door een groepje achtervolgers. Tijdens de daaropvolgende klim over de weg haalde ik ze nagenoeg allemaal weer bij, maar in de afdaling moest ik dan weer vaststellen hoe waardeloos mijn benen waren.

Intussen begon de temperatuur stevig op te lopen, maar daar heb ik al redelijk wat ervaring mee. Ik ben er wel fan van om af te koelen door me volledig onder te dompelen in de riviertjes, wat ik uiteindelijk ook een keer of 4 à 5 zou doen. Het enige moment dat ik het echt moeilijk kreeg met de warmte was toen ik rond 80 km zonder water viel en de bevoorrading nog een stuk verder bleek dan ik aanvankelijk gedacht had.

De wedstrijd verliep verder zonder incidenten en ik begon stilaan lopers van de 60 km terug in te halen en de achterhoede van de 30 voorbij te steken. De laatste kilometers zou ik al bijna blindelings kunnen lopen, en ik kan me zelfs het vlotte tempo van vorig jaar herinneren. Daar kan ik nu bijlange na niet aan tippen, maar met de finish in zicht lukt het me toch om nog redelijk door te zetten.

Na 11:01 kom ik over de finish van deze lange en hete editie. Tevreden dat ik het mentaal kon opbrengen, de 2e plaats kon handhaven en een stevige warmtetraining achter de rug heb, maar eigenlijk was ik daarvoor niet gekomen. Ik wou voor een toptijd gaan, maar dat bleek er geen moment in te zitten. Ik heb intussen mijn hersenen zitten pijnigen over wat ik fout deed in de aanloop naar deze wedstrijd: te hard geprobeerd om mijn training van vorig jaar na te bootsen, te weinig slaap, mijn pezen te hard geforceerd tijdens pliometrische oefeningen,… In elk geval is het nu niet het moment om me te forceren, als ik met stijve achillespezen aan de start sta in Lavaredo komt het allicht niet goed. Dus liever fris en (licht) ondertraind dan geblesseerd starten.

P.S.: Ik liep hier met de inov-8 trailtalon 250, een vlotlopende schoen, die net als de meeste inov-8 modelen goed draineert na passage door water, wat wel zeer handig is als je af en toe het water induikt.

P.P.S.: Ik hoop binnenkort meer foto’s toe te kunnen voegen. Ik nam er dit keer zelf geen en de foto’s van de organisatie zijn nog niet beschikbaar.

Grote plannen, ambiteuze doelen, flexibele ingesteldheid

Toen ik in augustus vorig jaar bericht kreeg dat ik bij de TDS in de elite box mocht starten voelde ik me behoorlijk vereerd. Maar nadat ik nog beter presteerde dan mijn ranking deed vermoeden, terwijl ik helemaal niet zo’n goed gevoel had tijdens de wedstrijd, wist ik in het post-TDS gat even niet wat ik ermee aan moest… Als hoofddoel voor 2017 twijfelde ik sterk tussen het wilde, technische en relatief korte Skyrunning in het Verenigd Koninkrijk, een lange competitieve tocht (waar ik dan toch niet zo slecht in bleek) of een wilde lange tocht zoals mijn avontuur in Noorwegen.

In de laatste categorie viel mijn oog op de Lakeland 100. Dit is een 100-mijl race in het Engelse merendistrict met een fameuze reputatie. De volgende quote op lakeland.com geeft in elk geval goed aan wat ik zocht:

Seasoned ultra runners have tried and many have failed, a finisher’s medal in the Lakeland 100 is possibly one of the most treasured possessions you will ever receive. There are few things in life for which you will have to work so hard, show such commitment, desire and the simple stubbornness to keep going.. the minority who have completed the event will concur.

Helaas bleek de wedstrijd volledig volzet toen ik in het najaar eindelijk mijn besluit genomen had om me hiervoor op te geven. Ik kon het idee om hier te lopen (en er de familievakantie aan te koppelen) echter niet zomaar loslaten, en bleef regelmatig de website in het oog houden. Op één van die gelegenheden viel mijn oog op de beschikbaarheid van een aantal “eliteplaatsen”. Ik stuurde mijn kandidatuur in en ergens midden maart zou ik uiteindelijk een vreugdedansje maken omdat deze aanvaard werd!

In tussentijd had ik via TraKKs de mogelijkheid gekregen om in te schrijven voor de Lavaredo Ultra Trail  120 km) in de Dolomieten eind juni. Voeg daaraan nog de 105km lange Grand Trail des Lacs et Chateaux (GTLC) aan toe, en daarmee heb ik een naar mijn normen zwaar zomerprogramma bijeengepuzzeld. Vooral omdat ik het op elk van de 3 goed wil doen. De GTLC omdat ik geloof dat er vorig jaar nog wat marge opzat, Lavaredo omdat deze me TDS-gewijs zou moeten liggen, en Lakeland omdat ik een tijd wil lopen die een eliteplaats waardig is.

Planning_Aaike

Als het even kan wil ik respectievelijk een parcoursrecord, de beste Belgische tijd en een top-10 plaats neerzetten. Tegelijkertijd wil ik hier realistisch in zijn. Als ik terugkijk naar mijn tussentijden op de GTLC van vorig jaar (wat niet van mijn gewoonte is) lijkt me dat zeer sterk gelopen. Op een betere dag krijg ik hier allicht een paar minuten af, maar als het tegenzit ben ik al snel een half uur tot een paar uur langer onderweg. Voor de buitenlandse wedstrijden zullen recuperatie, inschatting van het terrein, en specifiek voor Lakeland, de navigatie belangrijke factoren zijn. Hoe het ook uitdraait, naast de fysieke uitdaging wil ik ook met volle teugen genieten van het natuurschoon en mooie ervaringen opdoen.